Betekenissen en toelichtingen

Er is een verschil tussen Sprookjeswezens en Sprookjesfiguren. Sprookjesfiguren zijn bekende figuren (hoofdpersonen) uit beroemde Sprookjes zoals Roodkapje, Assepoester, Sneeuwwitje, Doornroosje, Hans en Grietje, Blauwbaard, Ali Baba en Aladin.  Sprookjeswezens zijn wezens zoals Feeën, Elfen, Kabouters, Reuzen, Tovenaars en Trollen.

Nieuwe Sprookjes is niet van mening dat Sprookjeswezens als levende wezens bestaan (u zult geen Kaboutertjes tegenkomen in het bos en ook Spoken bestaan niet). Nieuwe Sprookjes is wel van mening dat Sprookjeswezens een belangrijke plaats innemen in het gedachtegoed en in de cultuur van Mensen, dat het gaat om energieën die weliswaar geest zijn en geen materie, maar dat zij toch van grote waarde zijn voor de emotionele ontwikkeling van de Mens.

Angstwekkende Sprookjeswezens als Heksen, Reuzen en Trollen helpen Mensen om hun –soms onbewuste- angsten ergens een plek te geven. Zij zijn ook een middel om die angsten af te bouwen en te groeien in zelfbewustzijn, emotionele kracht en vertrouwen.

Vriendelijke Sprookjeswezens als Kabouters, Aardmannetjes, Feeën en Elfen zijn een troostpunt voor Mensen; ze geven Mensen hoop, moed en levenskracht of ze bezorgen ze even een aangename glimlach om de lippen. Een Sprookjeswezen als De Grijze Elf is niet alleen een symbool voor wijsheid, mildheid en diep-doorvoelde vriendelijkheid, hij is ook de levende, energetische invulling ervan.

Hieronder volgt een overzicht van Sprookjesfenomenen en Sprookjeswezens met hun betekenis.

Sprookjesfenomenen

Augmentatie is vergroting of verlenging. Zo kunnen Grafheksen hun armen en vingers augmenteren, waardoor een Grafheks die zo’n 12 meter achter je staat, je toch plotseling in de nek zal kunnen grijpen! Ze kan natuurlijk ook om de hoek staan en je vanaf een betrekkelijk grote afstand naar zich toetrekken. De Grafheks zal ook de nagels van haar vingers nog kunnen augmenteren: ook al geen prettig gevoel. (Zie Heksentrilogie met Kenmerk H4)
In Sprookje A15 vraagt de Maan aan Mikkie Microscoop om hem (zijn stralingskracht) te vergroten (augmenteren), zodat hij tijdelijk de Zon kan vervangen.

Duplicering of duplicatie is het maken van een duplicaat van jezelf of van een ander (klonen). Heksen die dit erg goed beheersen, gaan zich doorgaans ook bezighouden met multipliceren (zie multiplicatie).

Geestverschijningen zijn zuivere Geesten en Schimmen; het kenmerk van een Geestverschijning is dat je erdoorheen kunt lopen: een Geest of Schim heeft geen lichaam. Je kunt in een Geest graaien met je hand, maar je zult dit waarnemen als lucht. Het effect dat Mensen bespeuren bij Geesten is meestal een plotselinge koude –soms ook zeer warme- luchtstroom of ineens een naar gevoel. Mistheksen zijn soms waarneembaar door de zuchtende geluiden die zij maken.
Er is een belangrijk verschil tussen Geestverschijningen en Onzichtbare Verschijningen. Een Onzichtbare Verschijning heeft gewoon een lijf en als je er bij toeval tegenaan loopt, bots je. Door een Geestverschijning loop je heen: er is geen materie, maar wel energie.
Nachtheksen kunnen Geestverschijningen zijn, maar zij zijn ook in staat zichzelf zichtbaar te maken.
Spoken nemen in dezen een bijzondere tussenpositie in. Doorgaans zijn Spoken zuiver Geest (er is dus geen lijf), maar aangezien Spoken vaak Geesten zijn van overleden Mensen, vinden ze soms toch de kracht om gedurende een kort moment zichtbaar te worden. Soms zijn Spoken ook gedurende langere tijd zichtbaar maar hun verschijning is dan meestal erg schimmig en vaag. (zie ook: Sprookjeswezens – Spook).

Hekserij (ook wel ‘zwarte magie’) is Toverij door Heksen. Heksen bezitten magische krachten en kunnen toveren. Anders dan Tovenaars zetten zij hun Toverkracht niet in voor goede doeleinden, maar voor het kwaad. Een uitzondering vormt de Gouden Hekserij of Goudhekserij, die gebruikmaakt van Gouden Magie en louter en alleen zuiver goed behelst. Vormen van Hekserij zijn:
1) Het zich onzichtbaar kunnen maken.
2) Duplicering en Multiplicering, hoewel dit voor veel Heksen te hoog gegrepen is. De Thüringse Woudtang (Kenmerk H17) houdt zich hiermee bezig.
3) Telekinese: het kunnen laten bewegen van voorwerpen zonder ze aan te raken.
4) Teleportatie: het verplaatsen van een object van A naar B, zonder het te beroeren.
5) Zelfverplaatsing/Autoportatie: een Heks kan zichzelf verplaatsen van A naar B zonder de hulp van een vervoermiddel, hoewel dit weleens wat problemen geeft en de Heks dan onbedoeld op een andere –nabijgelegen- plek terechtkomt. Soms ook komt zij op de goede plek uit, maar wordt door haar eigen Toverkracht als het ware op de grond gesmeten. Veel Heksen houden niet van Zelfverplaatsing, ze vliegen liever op hun bezem.
6) Vliegen: Heksen kunnen vliegen, meestal op een bezem, soms in een vijzel (Baba Yaga) en in oeroude tijden op dieren.
7) Koken en Brouwen: Heksen zijn meesteressen in het bereiden van soepen, brouwsels en maaltjes die vol geheime en soms giftige kruiden zitten. Ook kikkerpoten of levende hele kikkers zijn een geliefd ingrediënt. Wanneer een Heks zo’n brouwsel aan een Mens te eten geeft, zal dit –als de Heks kundig is in haar Hekserij- precies het effect op die Mens hebben, dat de Heks beoogde. Dit kan zijn dat de Mens met stomheid geslagen wordt (tijdelijk niet meer spreken kan), dat hij gaat kakelen als een kip, dat zijn waarneming beïnvloed wordt en dat hij bijvoorbeeld goede mensen als criminelen, en criminelen als fatsoenlijk gaat zien. Er zijn legio voorbeelden.
8) Heksenspreuken, dit zijn Toverspreuken voor Heksen. Elke Heks heeft een boek vol met Heksenspreuken die allerlei effecten kunnen veroorzaken. Zo kan een Heks een plaatselijk buitje verzorgen boven 1 iemand die op een zonnig strand ligt. Zij kan de cocktail van diezelfde persoon in urine veranderen met een Heksenspreuk. Zij kan zijn matras bevriezen, zodat de arme vakantieganger –hoewel hij in een tropisch land verblijft- toch nauwelijks zal kunnen slapen van de ijzige koude.
Wij vinden dit alles vanzelfsprekend zeer gemeen, toch doet een Heks dit niet altijd uit gemeenheid. Het kan voor haar een spelletje zijn, een tijdverdrijfje tegen de verveling; Heksen hebben zelden een notie van de gevoelens van anderen.

Magie is het beïnvloeden of manipuleren van de werkelijkheid met mysterieuze, paranormale of bovennatuurlijke krachten. Er is Witte Magie (Tovenarij), Grijze Magie (Toverij of Thauwrij) en Zwarte Magie (Hekserij). Witte Magie is bedoeld om te helpen en te helen en is dus in de ogen van Mensen goed, Zwarte Magie heeft tot doel anderen kwaad te berokkenen en wordt door Mensen gezien als slecht. Grijze Magie wordt beoefend door Thauwers (gevallen Tovenaars) en Toveressen –ook genoemd Thauwrèssen- (aan lager wal geraakte Tovenaressen) en is dubieus van aard met vaak een sterke neiging naar het kwaad.

Metamorfose is het (zelf) overgaan in een andere gedaante, zoals een rups een pop wordt en dan een vlinder. Dit proces heet metamorfoseren. (zie ook Transformatie)

Multplicering of multiplicatie is het maken van verscheidene duplicaten van jezelf of van een ander (klonen). Het is doorgaans zo dat multipliceringen telkens iets aan kwaliteit inboeten. De Thüringse Woudtang houdt zich met dit fenomeen bezig (Heksentrilogie met Kenmerk H17), maar haar multiplicaten zijn schijngestaltes van haarzelf en hebben veel minder kracht en energie dan zijzelf.
De Gezusters Etna (Heksentrilogie met Kenmerk H21) willen de vulkaan de Etna multipliceren.

Heksen, Tovenaars en andere Sprookjeswezens zoals Kleksie-Kabouters (Kenmerk A16) hebben het vermogen zich onzichtbaar te maken. Zij worden hierdoor géén Geestverschijning. Een uitzondering hierop vormen de Nachtheksen (ook wel Geest- of Schimheksen genoemd), zij worden wel Geest en je kunt zo door ze heen lopen. Wanneer andere Heksen of Tovenaars zich onzichtbaar toveren, dan blijven ze fysiek aanwezig, ze bijven doorgaans ook zichtbaar voor andere Heksen of Tovenaars, alleen voor Mensen zijn ze niet meer waarneembaar.
Zou je toevallig tegen zo’n onzichtbare Heks aanlopen, dan zul je haar lichaam dus wel degelijk voelen. Alleen is de kans dat dit voorkomt erg klein; de Heks kan jou wel zien, en ze hoedt zich voor dit soort ongewenste ontmoetingen wanneer ze in de onzichtbaar-modus is, dus zal ze eenvoudigweg een stapje opzij doen.

Teleportatie is het vermogen van Tovenaars en andere Sprookjeswezens om een voorwerp van de ene plek naar de andere te transporteren zonder er aan te hoeven komen.

Tovenarij (ook wel Witte Magie genoemd) is het beïnvloeden van de realiteit met behulp van toverkracht om Mensen, dieren en Sprookjeswezens te helen (genezen), te helpen en te ondersteunen. Tovenarij kan ook gebruikt worden om Mensen nuttige adviezen te geven. Tovenarij wordt beoefend door Tovenaars en Tovenaressen.

Toverij of Thauwrij is de Magie die gepraktiseerd wordt door Thauwers en Toveressen. Thauwers zijn aan lager wal geraakte Tovenaars en Toveressen of Thauwrèssen zijn gevallen Tovenaressen. Toverij is geen Witte Magie, maar Grijze. Soms tendeert het zelfs naar Zwarte Magie zoals bij Heksen.

Transformatie is het omzetten van iets of iemand in een andere vorm of gedaante; dit proces heet transformeren. Wanneer een Heks een kat in een raaf verandert, heet dit transformatie. Wanneer zij zichzelf in een raaf verandert, dan heet dit metamorfose.

Vampirisme is het in de hals bijten van een Mens, met het doel diens bloed uit te zuigen en te consumeren. Vampieren zijn voor hun overleving afhankelijk van het bloed van Mensen, ze kunnen onmogelijk zonder.
De eerste vampier was Dracula. Vlad Dracula was een historische figuur die leefde van 1431 tot 1476. Hij was vorst van Walachije. Over hem wordt verhaald in de Heksentrilogie met Kenmerk H38. Deze historische figuur werd beroemd door het boek dat Bram Stoker in 1897 over hem schreef: hier heet hij Graaf Dracula. Het boek is talloze malen verfilmd. Een beroemde verfilming is die met Anthony Hopkins, Winona Ryder en Keanu Reeves. Gary Oldman vertolkt hier op meesterlijke wijze de rol van Graaf Dracula. De film werd uitgebracht in 1992.

Verkleining of Diminuering is het in grootte doen afnemen van een Mens of Wezen. In deel 1 van de Tuin van De Eeuwige Nacht (Kenmerk TE1) laat de goede Koning Zomprosj de Verkleiner op de hoofdpersoon (een Mens) los, zodat die de prachtige –maar zeer kleine- Sprookjeswereld der Zomprosjen kan zien en bewonderen.
In Sprookje B6 wordt er op een ingewikkelde manier verkleind. De Maan wil hier kleiner worden en hij vraagt Mikkie Microscoop om hem te vergroten en Ollie Omkering om van die vergroting een verkleining te maken.

Zelfverplaatsing of Autoportatie (‘auto’ is het Oudgriekse woord voor ‘zelf’) is het vermogen van Tovenaars en andere Sprookjeswezens om zichzelf van de ene plek naar de andere te verplaatsen zonder de hulp van een vervoermiddel.

Paranormale Fenomenen

Traditioneel gesproken heeft een mens 5 zintuigen, te weten: gezicht, gehoor, reukzin, smaakzin en tast. Sommige mensen menen over een zesde zintuig te beschikken en hiermee mensen of gebeurtenissen op een paranormale manier te kunnen waarnemen of ‘voelen’. Zo kan zo iemand menen gebeurtenissen waar te nemen die in het verleden hebben plaatsgevonden, die in het heden plaatsvinden maar op een andere plek dan waar de helderziende zich bevindt, of gebeurtenissen die in de toekomst plaats zullen vinden (zie ook: Waarzeggerij).
De mening van Nieuwe Sprookjes is dat dit fenomeen wel bestaat, maar op een andere manier en niet op afroep; het is bovendien aan een aantal voorwaarden gebonden.
Zo kan helderziendheid uitsluitend plaatsvinden tussen mensen die veel contact met elkaar hebben of hebben gehad. Bovendien is helderziendheid niet op afroep beschikbaar: het is mogelijk dat 2 hartsvriendinnen tijdens de vakantie gescheiden worden omdat de een naar Amerika gaat. De thuisblijfster kan dan haar vriendin ‘zien’ lopen in een museum, waarvan het niet de intentie was dat ze het zou bezoeken. Het is mogelijk dat dit inderdaad zo is, maar het is evengoed mogelijk dat dit niet zo is. Bovendien is het volstrekt onduidelijk hoe het tijdsbestek zich verhoudt tussen waarneming en daadwerkelijke actie. In het geval dat de reizigster inderdaad onverwachts in het museum liep, kan men onmogelijk zeggen of dat op hetzelfde moment van de waarneming was, al eerder gebeurde, of pas de volgende dag gaat gebeuren.
Om al deze redenen is Nieuwe Sprookjes van mening dat helderziendheid net als telepathie een toevalsfenomeen is.
Neurologen van deze tijd zien behalve de bovengenoemde 5 zintuigen meestal ook nog ‘zin voor warmte en koude’ en ‘pijngevoel’ als zintuigen.

Telekinese of psychokinese is het doen bewegen of zelfs verplaatsen van een voorwerp louter en alleen door gedachtekracht, dus zonder het voorwerp fysiek aan te raken. Nieuwe Sprookjes is van mening dat telekinese niet mogelijk is; het is ook nooit wetenschappelijk bewezen.
Een voorbeeld van telekinese zou zijn dat men gaat zitten aan een tafel waarop een lepel of ander object ligt. Men focust dan op het object en visualiseert dat men het lichtjes doet trillen of zelfs een stukje verplaatst. Maar het is niet mogelijk een object op deze manier te verplaatsen.
Dat veel –soms ook bekende en succesvolle- mensen zich toch met deze materie bezighouden, komt omdat dit soort dingen getrukeerd kan worden -net als bij goochelaars en illusionisten- en ook omdat het natuurlijk een erg aantrekkelijke en tot de menselijke verbeelding sprekende show kan opleveren.
Amateurs die zich met deze materie bezighouden kunnen soms de zeer diepgewortelde wens koesteren dat het lukt om de lepel te bewegen middels gedachtekracht, of in ieder geval lichtjes te doen trillen. Zo iemand kan door zijn voortdurende focus en sterke wens zijn eigen waarneming beïnvloeden. Het gebeurt dat de amateur onbewust en kortdurend de ogen samenknijpt, hetgeen in zijn waarneming een effect op kan leveren van ‘de lepel trilde eventjes’.
Wat wel kan met gedachtekracht leest u onder het betreffende hoofdstuk. (Psychologische Fenomenen: Gedachtekracht)

Telepathie –ook wel ‘gedachtelezen’ of ‘gedachteoverdracht’ genoemd- is het verschijnsel dat je jouw gedachten kunt overbrengen op iemand anders (‘actieve communicatie’) en ook het omgekeerde, namelijk dat je de gedachten van een ander kunt ‘lezen’ (raden, weten) (‘passieve communicatie’). Het is dus in wezen een vorm van communicatie zonder communicatiemiddel. Telepathie is nooit wetenschappelijk bewezen, wat niet wil zeggen dat het nooit voorkomt. Wanneer je sterk aan een vriend(in) denkt en die belt je twee tellen later, dan wordt dit als een bewijs voor telepathie aangevoerd. Maar uit de realiteit weten we allemaal dat het ook vaak genoeg voorkomt dat je sterk aan een persoon denkt, maar dat die je niet belt.
Nieuwe Sprookjes is van mening dat telepathie als zodanig niet bestaat, maar dat het een toevalsfenomeen is.
Wat wel kan met gedachtekracht leest u onder het betreffende hoofdstuk. (Psychologische Fenomenen: Gedachtekracht)

Een Ufo is een Unindentified Flying Object. Dat betekent dat het om een object in de lucht gaat (al dan niet vliegend), waarvan men niet gelijk kan zeggen wat het is.
Veel van dergelijke objecten werden naderhand verklaard. Strooilicht of verlichte vliegers werden voor ufo’s aangezien, evenals satellieten of ontsnapte moerasgassen. Ook een tijdens de nacht dalende parachutist kan makkelijk voor een ufo worden aangezien.
Er zijn veel ‘believers’ die een ufo als vliegende schotel (een buitenaards ruimteschip) zien en misschien vooral willen zien. Er zijn ook sceptici die menen dat elke ufo rationeel verklaard kan worden.

Er zijn tegenwoordig erg veel mediums en zieners die tegen betaling je toekomst voorspellen door middel van kaarten, handlezen of astrologie. De mening van Nieuwe Sprookjes is dat het niet mogelijk is de toekomst van een mens op deze manier te voorspellen. Dat wil niet zeggen dat geen enkele voorspelling (voor een deel) uitkomt. Dit komt omdat net als bij horoscopen men zich in vage of meer algemene beweringen uitlaat, die bovendien nog vaak polyinterpretabel (voor meerdere uitleggingen vatbaar) zijn, zodat men het gevoel heeft dat er altijd wel iets van de voorspelling uitkomt.
Het is aan de andere kant natuurlijk niet zo, dat men geen enkele reële verwachting over de eigen toekomst kan hebben of die van een ander. Bedrijven bijvoorbeeld ontwikkelen prognoses en proberen met grafieken in beeld te brengen hoe het bedrijf er over 5 jaar voor zal staan.
Een pianodocent kan een zeer getalenteerde leerling hebben die bovendien erg ijverig is en de inschatting maken dat deze het toelatingsexamen voor het conservatorium zeker zal doorstaan.
In deze beide –serieuze- gevallen gaat het om te beginnen om iemand die of iets wat je goed kent. Je baseert de toekomstprognose op resultaten uit het verleden en het heden, er komt dus geen voorspelling zomaar uit de lucht vallen, maar de verwachting is gebaseerd op reële en concrete waarnemingen en analyse.
Daar komt bij dat serieuze mensen altijd een deur open houden, vergelijkbaar met een percentage van 5 of 10% voor onvoorziene uitgaven op een begroting. Het bedrijf kan namelijk toch slechter presteren dan verwacht door onverwachte oorzaken, maar het kan ook in de komende jaren enkele grote orders binnenslepen die buiten de prognose vielen (niet verwacht waren) en hierdoor zijn marktpositie aanzienlijk versterken.
De pianodocent kan elk kwartaal een rapport hebben opgemaakt van de prestaties van zijn talentvolle leerling. De leerling kan goed tot uitstekend gescoord hebben op terreinen als muzikaliteit, solfège, techniek, interpretatie, theoretische kennis van harmonie- en vormleer, maar onverwachts kan het kind als adolescent toch afzien van de toekomst in de muziek die hij aanvankelijk zozeer wenste en besluiten rechten te gaan studeren omdat dit hem meer financiële zekerheid zal bieden in het leven.
Maar het is ook mogelijk dat de leerling de stoutste verwachtingen van de docent overtreft, en niet alleen wordt aangenomen op het conservatorium, maar tevens de eerste prijs behaalt op een belangrijk pianoconcours en een carrière als concertpianist kan starten.
Concluderend valt derhalve te zeggen dat men wel een toekomstverwáchting kan hebben, maar dat de toekomst zich niet laat voorspellen.

Een Zielenmagneet bestaat uit twee edelstenen of twee halfedelstenen (een donkere en een lichte), normaal gesproken uit twee amethisten. Amethist is een paarse edelsteen. Zielenmagneten worden gebruikt door twee mensen die elkaar graag mogen en ook hun zielen willen verbinden. Zielenmagneten werken niet voor echtparen of liefdesrelaties (daarvoor worden ringen gebruikt). Maar Zielenmagneten zijn ideaal voor bijvoorbeeld twee hartsvriendinnen.
De donkere amethist wordt gedragen door de ‘lichte’ vriendin, en de lichte amethist door de ‘donkere’ vriendin. De vriendinnen dragen dus elkaars amethist.
Wie de donkere en wie de lichte van de twee is, kan op 2 manieren worden bepaald.
1) Naar uiterlijk. Dan draagt het blonde meisje de donkere amethist en het donkerharige meisje de lichte amethist.
2) Naar karakter. Donker staat hier voor serieus, bedachtzaam, standvastig en ijverig. Licht staat voor wispelturig, vrolijk en blij, goedlachs, uitgelaten en spontaan.
Licht heeft hier niets te maken met het gewicht.
Wanneer de karakters van de meisjes erg op elkaar lijken, kan ook besloten worden de donkere amethist een tijdlang door de een en daarna een periode door de ander te laten dragen.
Alvorens de amethisten aan elkaar te geven, moeten deze worden geactiveerd. Hiertoe neemt men de eigen amethist, dus de lichte amethist voor het lichte meisje en de donkere voor het donkere meisje.
De vriendinnen leggen hun eigen amethist dan gedurende 9 nachten onder hun hoofdkussen tijdens hun slaap, zodat hun energie goed in hun eigen amethist dringt.
Erna is de werking geactiveerd en overhandigen ze elkaar de amethist. De amethist kan op allerlei manieren gedragen worden: als halsketting, opgespeld als broche, of als armband.
Wanneer de werking –meestal na 9 weken- begint te vervagen, moeten de amethisten opnieuw 9 nachten onder het hoofdkussen worden gelegd.
De werking van een Zielenmagneet hangt bovendien in hoge mate af van hoe vaak hij gedragen wordt en met hoeveel zorg en liefde hij behandeld wordt.
In Sprookjes komt het sporadisch voor dat de Zielenmagneet een ultieme symbiose bewerkstelligt: dan gaan de beide personen in elkaar op en worden één nieuw mens.

Astronomische Fenomenen

De planeet waarop wij leven heet de aarde. In een baan om de aarde heen draait de maan, dit noemen wij een satelliet van de aarde. Sommige planeten hebben een maan, andere meerdere manen en er zijn ook planeten die geen maan hebben.
Een aantal planeten bij elkaar wordt bijeengehouden door de zwaartekracht en de energetische aantrekking van een ster. Men noemt zo’n groep planeten rond een ster een planetenstelsel. Onze ster is de zon, daarom noemen wij ons planetenstelsel het zonnestelsel.
Maar het universum is waanzinnig groot, dus er zijn veel meer planetenstelsels dan alleen maar het onze. Miljarden planetenstelsels samen vormen een sterrenstelsel. Een sterrenstel is eigenlijk een grote verzameling van sterren, waarbij de meeste sterren planeten rond zich hebben. Ons zonnestelsel maakt deel uit van de Melkweg, dit is de naam van ons sterrenstelsel.
De schatting die sterrenkundigen (astronomen) op dit moment maken is dat er circa 100.000.000.000 (100 miljard) sterrenstelsels in het heelal (universum) zijn.

De aarde is een planeet. De aarde is niet het middelpunt van het universum zoals men vroeger dacht, de zon draait dan ook niet om de aarde. Het is andersom: de aarde draait om de zon. Dit werd ontdekt door Galileo Galileï die door de paus om zijn mening verketterd werd. De aarde doet er 1 jaar over om om de zon heen te draaien. De aarde draait ook om zijn eigen as (om zichzelf), hierover doet de aarde 1 etmaal (24 uur).

Synoniem voor universum (zie aldaar).

De maan is een satelliet van de aarde. De maan draait om de aarde heen.
De maan heeft 4 fasen.
Om de fasen van de maan te begrijpen, kun je het best het volgende doen.
Ga midden in je woonkamer staan en kijk door het raam naar buiten. Stel je nu voor dat je de maan vóór je hebt en achter de maan de zon. De zon beschijnt de maan dus van achteren, jij kunt van de maan niets zien. Dit heet Nieuwe Maan.
Nu draai je een kwartslag naar links (tegen de wijzers van de klok in), de maan draait ook, dus je hebt de maan weer vóór je. De zon staat nu rechts van je. De rechterhelft van de maan wordt door de zon beschenen. Dit heet het Eerste Kwartier.
Je draait nog een kwartslag, je staat nu met je rug naar het raam. De maan is weer met je meegedraaid, de zon staat nog steeds achter je. De zon schijnt over je hoofd heen en bestraalt één zijde van de maan volledig. Dit is Volle Maan.
Je draait nog een kwart naar links, de maan draait met je mee. De zon staat nu links van je en beschijnt de linkerhelft van de maan. Dit is het Laatste Kwartier.
Hetzelfde in andere woorden: een zwarte –maanloze- nacht heet Nieuwe Maan. Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat de maan dan precies tussen de zon en de aarde in staat: de maan is voor ons niet zichtbaar.
Wanneer de rechterhelft van de maan zichtbaar is, noemt men dit het Eerste Kwartier.
Wanneer vervolgens de hele maan zichtbaar is, heet dit Volle Maan. Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat wij één zijde van de maan geheel kunnen zien. Omdat de maan een bol is, kunnen wij nooit de gehele maan zien.
Het Laatste Kwartier ten slotte, betekent dat de linkerhelft van de maan zichtbaar is.

De melkweg is ons sterrenstelsel.

Een planeet is een bolvormig hemellichaam, een planeet geeft zelf geen licht maar is afhankelijk van het licht van een ster (bij ons de zon). In ons zonnestelsel draaien 9 planeten rond de zon, de aarde is hier een van. De negende planeet heet Pluto en wordt sinds 2006 een dwergplaneet genoemd; Pluto staat het verst van de zon af.
De 9 planeten in alfabetische volgorde:
Aarde
Jupiter
Mars
Mercurius
Neptunus
Saturnus
Uranus
Venus
De 9 planeten in hun volgorde vanaf de zon:
Mercurius (staat het dichtst bij de zon)
Venus
Aarde
Mars
Jupiter
Saturnus
Uranus
Neptunus
Pluto (staat het verst van de zon af)
Een ezelsbruggetje om deze volgorde te onthouden: ‘Mijn Vriend Arend Maakt Je Sinaasappelsap Uit Nieuwe Perssinaasappels!’

Een planetenstelsel is een verzameling planeten rond één ster. Het planetenstelsel krijgt de naam van de ster. Zo heet ons planetenstelsel het zonnestelsel, omdat dit stelsel bijeen wordt gehouden door zwaartekracht en de energetische aantrekking van de zon.

Een ster is een bolvormig hemellichaam, in het binnenste van een ster vinden kernfusiereacties plaats, hierdoor wordt een ster warm en kan hij gaan stralen: licht en warmte afgeven. Sterren hebben dus geen punten, hoewel wij ze wel altijd zo tekenen. Dit is net als met de zon: die tekenen wij meestal als een bol met strepen eromheen: de zonnestralen. Mensen hebben sterren altijd met drie, vijf, zes of zeven punten getekend, eenvoudigweg omdat een ster dat effect op je heeft wanneer je hem met het blote oog waarneemt. Pas door een telescoop zie je dat een ster rond is: het is een bol.
Sterren zijn vaak zichtbaar aan de nachtelijke hemel; wanneer je niet in een stad woont, zie je ze doorgaans beter. Altijd geldt: hoe langer je kijkt, des te meer ga je er zien.
Sterren die met het blote oog waarneembaar zijn en samen een groep vormen, heten een sterrenbeeld. Het bekendste sterrenbeeld is de Grote Beer: die heeft de vorm van een steelpan. Enkele sterren van het sterrenbeeld de Grote Beer zijn: Alioth, Dubhe en Talitha. Ook erg bekend is het sterrenbeeld de Kleine Beer, de poolster maakt ervan deel uit. Andere sterrenbeelden zijn: de Draak (bevindt zich tussen de Grote en Kleine Beer in), Orion en Cassiopeia. Dit laatste sterrenbeeld heeft de vorm van een W en bevat sterren als Schedar, Caph en Marfak.

Een sterrenstelsel bestaat uit miljarden planetenstelsels bij elkaar. Een sterrenstelsel is eigenlijk een grote verzameling sterren, waarbij de meeste sterren planeten rond zich hebben. Ons sterrenstelsel heet het Melkwegstelsel. Maar er bestaan veel meer sterrenstelsels, zoals Andromeda, Draaikolk en Sombrero. In totaal zijn er waarschijnlijk 100 miljard sterrenstelsels in het universum. De meeste hebben geen naam gekregen, hoewel ze wel al ontdekt zijn. Sterrenkundigen houden ze uit elkaar door ze een code te geven, meestal een combinatie van cijfers en letters. Maar ze moeten wel allemaal nog een naam krijgen.

Het universum (ook wel heelal) is de totale ruimte met alle planetenstelsels en sterrenstels erin vervat. Er wordt wel beweerd dat het universum oneindig groot is en tevens uitdijt. Maar iets wat oneindig groot is, kan niet groter worden (uitdijen). In werkelijkheid is het universum verschrikkelijk groot, maar niet oneindig groot.

De zon is een ster. De zon is het centrum van ons planetenstelsel, dit planetenstelsel is vernoemd naar de zon en heet daarom zonnestelsel. De zon geeft de aarde licht en warmte. De zon is 150 miljoen kilometer verwijderd van de aarde. De temperatuur op de zon bedraagt zo’n vijf en een half duizend graden Celsius. In het binnenste van de zon is het echter nog veel warmer, de temperatuur is hier bijna 14 miljoen graden Celsius.

Het zonnestelsel is ons planetenstelsel, het bestaat uit de zon als centrale kracht en punt van aantrekking en 9 planeten, te weten:
Mercurius (staat het dichtst bij de zon)
Venus
Aarde
Mars
Jupiter
Saturnus
Uranus
Neptunus
Pluto (staat het verst van de zon af)
Pluto wordt sinds 2006 een dwergplaneet genoemd.

Meteorologische Fenomenen

Bliksem (ook wel bliksemflits of bliksemschicht) is het felle licht aan de hemel dat gevolgd wordt door een donderknal. Bliksem en donder tezamen noemen wij onweer (voor de volledige beschrijving zie aldaar). Iemand die een huis op een berg bewoont, kan de fascinerende ervaring opdoen dat het dorpje in de vallei waar hij op uitkijkt in één klap volledig verlicht wordt door een bliksemflits bij nacht. Hoewel het nacht is, wordt toch elk detail zichtbaar, alleen gedurende een zeer kort moment.
Psychologische symbolieken:
In het geval van Verdringing (zie Psychologische Fenomenen) kan een persoon toch soms in een flits (delen van) de waarheid voor zijn geestesoog zien. Slachtoffers van traumatische ervaringen (oorlog, verkrachting, moord op een gezinslid) verdringen de werkelijkheid dikwijls als mechanisme om te overleven. Deze mensen kunnen geplaagd worden door ‘bliksemflitsen’ van de realiteit die ze beleefden. Deze ‘bliksemflitsen’ kunnen zeer naar en ook beangstigend aanvoelen, toch zijn zij stappen in de goede richting, namelijk het onder ogen zien van de extreem-negatieve werkelijkheid die je beleefde teneinde die achter je te kunnen laten.
Iemand die aan amnesie (geheugenverlies) lijdt, kan ook kortstondige flitsen van herinnering beleven: opeens herinnert hij zich weer zaken. Triest genoeg zijn dit meestal kortdurende momenten van opleving/herinnering; net als bliksemflitsen zijn zij weer verdwenen voor je het weet.
Sprookjes- en Fantasy-symbolieken:
Hoe Mensen Spoken of Geestverschijningen waarnemen, valt te relateren aan bliksemflitsen. Men loopt door een spookkasteel en ziet in een flits een oude man wiens borstkas rood ziet van het bloed: het was de vroegere eigenaar van het kasteel die vermoord werd door zijn eigen zoon en hiermee geen vrede kon vinden.
Daarom vereert hij de levenden af en toe met een bezoekje door in zijn kasteel rond te spoken. Dit beeld –deze flits- verdwijnt even snel als hij gekomen is.

Dauw is een neerslag in de vorm van druppeltjes die men vaak op frisse ochtenden aan takken van bomen en aan planten kan zien hangen. Deze druppeltjes heten dauwdruppels.
Verklaring:
Water heeft 3 fysische verschijningsvormen, namelijk ijs (vaste stof), water (vloeistof) en waterdamp (gas). Wanneer de temperatuur onder 0 graden Celsius daalt, wordt water ijs; wanneer water verhit wordt tot 100 graden Celsius of meer, dan wordt het damp.
In nachten dat het in de lente of zomer sterk afkoelt, worden planten en boomtakken relatief koud. Als het dan bovendien wat heiig (nevelig) is, komt de waterdamp in de nevel in aanraking met die takken en planten en condenseert: de waterdamp wordt zichtbaar als dauwdruppeltjes.

Donder is de harde knal die hoorbaar is na het felle licht dat wij bliksem noemen. Donder en bliksem tezamen noemen wij onweer (voor de volledige beschrijving zie aldaar).

Hagel is een vorm van neerslag waarbij stukjes ijs (ijsbolletjes en –klompjes) uit de hemel vallen: deze ijsbolletjes heten hagelstenen. Hagelstenen kunnen soms behoorlijk groot zijn en hard aankomen.

IJs is bevroren water. Water bevriest bij een temperatuur die lager is dan 0 graden Celsius. 0 graden noemt men het vriespunt. In de praktijk betekent ‘Er ligt ijs’ dat het bovenste deel van een meer, ven, rivier, kanaal of gracht bevroren is.
IJs is een oer-Hollands fenomeen dat vroeger wat vaker voorkwam dan nu omdat de winters vroeger strenger (kouder) waren.
Stevig, betrouwbaar natuurijs is ongeveer 6 centimeter dik. Men kan dan gaan schaatsen. Bij grote, nationale evenementen als de Elfstedentocht worden echter nog veel strengere eisen gesteld: het ijs moet dan overal minstens 16 centimeter dik zijn. Dit is een van de redenen waarom er reeds lang meer geen Elfstedentocht gereden is.
De veiligheidseis is overigens wel begrijpelijk: niet alleen schaatsen er enkele honderden mensen mee, ook verzamelt zich vaak zeer veel publiek op het ijs.
Bij de Elfstedentocht moeten de schaatsers ook stukken land overbruggen, zij lopen dan op hun schaatsen een stukje over de grond. Dit heet klunen.
De laatste Elfstedentocht werd gereden in 1997.
Bij lange, strenge winters plaatst men kraampjes en stalletjes op het ijs: hier worden dan warme erwtensoep en warme chocolademelk verkocht. Vroeger noemde men dit koek-en-zopie: er werd koek als ontbijtkoek, kandijkoek, peperkoek, gemberkoek of kruidkoek verkocht en deze koek ging vergezeld van een glaasje om te ‘zuipen’ (een zopie); dit was brandewijn of jenever. Voor de kinderen was er warme anijsmelk.
In het verleden heeft men zeer koude winters gekend, de koudste was die van 1962-1963: in februari 1963 was een stuk van de Noordzee bevroren. Zo kon men bevroren golven zien en mensen konden enkele honderden meters over de Noordzee lopen.

IJsregen is regen die half ontdooid, half bevroren is. IJsregen voelt aan als natte sneeuw, maar is transparant en niet wit en daalt niet in vlokjes uit de hemel neder. Net als ijzel ontstaat ijsregen meestal wanneer de dooi begint in te vallen na een vorstperiode. De grond is dan nog bevroren maar de lucht al minder koud. De lucht dicht bij de grond is dan ook nog lager dan 0 graden, waardoor neervallende regen al vallend –onderweg- begint te bevriezen. IJsregen voelt erg koud aan.

IJzel is een uiterst gevaarlijk weerfenomeen met name voor het verkeer. IJzel is een ontdooide vorm van neerslag die onmiddellijk bevriest bij aanraking met de grond of het wegdek. IJzel komt doorgaans voor wanneer de dooi intreedt. Dan kan het gaan regenen maar die regen bevriest wanneer hij op de nog bevroren grond valt.
Het resultaat is een spekglad laagje ijs dat zich over het wegdek of op het trottoir vormt. De weg wordt eventjes een ijsbaan.

Mist is extreem laag hangende bewolking. Bij mist ben je dus even ‘in de wolken’: je loopt door wolken heen. Mist belemmert het zicht en kan dus gevaar opleveren voor weggebruikers, maar wie in de nevel door een park loopt waar het mist, zal constateren dat er ìn de mist altijd zicht is. Van een afstand ziet de mist er ondoordringbaar uit, maar zodra je je in de mist bevindt, kun je altijd nog wat zien.
Fietsers en met name automobilisten hebben meer lange-afstandszicht nodig en zullen mist dus anders ervaren dan de wandelaar door het park.
Mist in Sprookjes en Fantasy:
Het zal duidelijk zijn dat mist een zeer tot de verbeelding sprekend weerfenomeen is. Mist belemmert het zicht, mist maakt de werkelijkheid vaag en onduidelijk; in mistflarden meenden Mensen reeds vroeger Heksen of Witte Wieven te zien. Alles wat de werkelijkheid en de waarheid vertroebelt, is een invitatie voor de menselijke fantasie. Mist lijkt Mensen angst in te boezemen, opeens weet je niet meer zo goed of je daar nu iemand ziet staan bij die boom of niet. Hierdoor wordt een Mens onzeker en hiermee heeft mist een vergelijkbaar effect op de menselijke psyche als de duisternis van de nacht.

Onweer is het weerfenomeen waar bij een felle lichtflits aan de hemel (genaamd bliksem, bliksemflits of bliksemschicht) gevolgd wordt door een harde donderknal. Onweer gaat vaak gepaard met regenval en harde wind.
Onweer ontstaat wanneer er een disbalans (spanning) is in de atmosfeer. Deze disbalans kan plaatsvinden tussen 2 wolken, maar ook tussen een wolk en de aarde. Wanneer een der beide delen te sterk negatief geladen is, ontstaat er een zulk een grote spanning in de atmosfeer dat deze niet kan blijven bestaan, maar een uitweg zoekt (de ontlading). Deze ontlading vindt plaats in de vorm van onweer.
De elektrische trillingen die in de atmosfeer ontstaan veroorzaken licht: de bliksemflits. Bliksemflitsen zijn vaak meerdere kilometers lang, wij zien er slechts een deel van. De enorme hitte die bliksemflitsen produceren doen de lucht uitzetten en wel met zo’n enorme snelheid dat er een explosie (ontploffing) plaatsvindt: de donderknal.
Onweer in de kunsten:
Onweer sprak tot de verbeelding van vele kunstenaars. Zo bevat de Matthäus-Passion van Bach een meeslepend koorstuk met de tekst:
“Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden
Eröffne den feuerigen Abgrund, o Hölle
Zertrümmre, verderbe, verschlinge, zerschelle
mit plötzlicher Wut
den falschen Verräter
das mörd’rische Blut!”
Vertaling:
“Zijn bliksem en donder soms in de wolken verdwenen?
Open toch je vurige afgrond, o hel
Vernietig, verwoest, verslind en versplinter
met onverwachte woede
de valse verrader
het moorddadige bloed!”
Met de valse verrader wordt Judas Iskariot bedoeld, die Jezus aan de Romeinen uitleverde (Judas verried Jezus).
De pianist-componist Franz Liszt schreef het donderende ‘Orage’ (orage is het Franse woord voor onweer), als een onderdeel van zijn Années de Pèlerinage Suisse. Dit overweldigende stuk klaviermuziek in de donkere toonaard c mineur refereert aan de dichter Lord Byron, die schreef:
“Sky, mountain, river, winds, lake, lightnings! ye!
With night, and clouds, and thunder, and a soul
To make these felt and feeling…
…/-/…
But where of ye, o tempests! is the goal?”
Vertaling:
“Hemel, berg, rivier, wind, meer, bliksemschichten! Oh jullie [natuurverschijnselen]!
Wanneer jullie vergezeld gaan van de nacht, van wolken en van donder, en een mensenziel [hebben] die deze dingen voelt en voelbaar maakt…
…/-/…
Maar wat, o storm en onweer, is het doel van jullie [gebliksem en gedonder]?”
Dikwijls legden poëten een verband tussen onweer en hun innerlijk gevoelsleven. Zo schreef De Potter:
“In mijn harte rijst een storrem, ijs’lijk zwaar
Gelijk een onweersnacht zoo donker, wild en naar”
(Auteur: De Potter, voornaam/-letter onbekend).
Ook de vrouwelijke dichter M. Vasalis liet zich door onweer inspireren, getuige haar gedicht ‘Onweer in het moeras’:
“Dan splijt met een verblindend licht
de hemel open en slaat dicht
met een donderende slag…..”
Vanzelfsprekend hebben ook beroemde kunstschilders zich niet onbetuigd gelaten. Zo maakte Vincent van Gogh het schilderij ‘Korenveld onder onweerslucht’, te bezichtigen in het Van Gogh Museum te Amsterdam.
In de romantische schilderijen van 19de-eeuwse landschapsschilders waren licht en wolkenluchten een belangrijk thema. Dreigende onweerswolken –met onheilspellende lichtval- waren voor sommige schilders favoriet.
Onweer in de mythologie:
In de mythologie spelen donder en bliksem een belangrijke rol. Het waren angstwekkende fenomenen die niet te verklaren vielen. Men schreef ze toe aan de toorn van de godheid en men voelde zich even heel nietig.
In de Germaanse mythologie heet de god van de donder Donar, in de Noordse mythologie noemt men hem Thor.
De oude Grieken en Romeinen vonden onweer een dermate belangrijk en indrukwekkend fenomeen dat ze dit fenomeen toeschreven aan de oppergod. Zo heerst in de Griekse mythologie de oppergod Zeus over donder en bliksem; bij de Romeinen was oppergod Jupiter de heerser over dit fenomeen.
Zeus werd dikwijls afgebeeld met een bliksemschicht in zijn rechterhand: een symbool van ultieme macht en bedoeld om respect af te dwingen bij mensen. Ook bij de Romeinse oppergod Jupiter is dit het geval.
Zowel Zeus als Jupiter stralen een zekere verhevenheid uit. Dit ligt wat anders bij Thor en Donar: deze goden zijn veel woester en rauwer. Donar spant hierin de kroon: het is een krachtpatser en een ruwe woesteling die een ruige baard heeft en door het luchtruim rijdt in een wagen getrokken door 2 bokken.
De weekdag donderdag is vernoemd naar Donar.
Veiligheidsaspecten:
De kans om door de bliksem getroffen te worden is erg klein. Toch is onweer een gevaarlijk weerfenomeen. Vanzelfsprekend wordt onweer gevaarlijker naarmate het dichterbij komt. Vanaf een bliksemflits kan men gaan tellen tot men de donderknal hoort. Elke tel staat voor 333 meter. Duurt het 3 tellen van het moment van de bliksemflits tot de donderknal, dan is het onweer op 1 kilometer afstand en dat is behoorlijk dichtbij. Soms zit er bijna geen tijd tussen bliksem en donder: het onweer is dan precies boven je hoofd en de donderknal zal oorverdovend zijn.
De veiligste plek bij een onweer is thuis. De meeste huizen in Nederland hebben bovendien een bliksemafleider, die het hoogste punt op het dak vormt en –indien nodig- de hoge elektriciteit van de bliksem naar de aarde geleidt, waardoor er geen blikseminslag in het huis zal plaatsvinden.
Iemand die op straat loopt, kan het beste even in een gebouw schuilen.
In de natuur kan onweer gevaarlijk zijn. Het beste is om in de auto te gaan zitten, wanneer dit mogelijk is.
Schuilen onder een boom wordt doorgaans afgeraden, maar hier moet wel bij worden vermeld dat bliksem inslaat op het hoogste punt. Schuilen onder een eenzame boom in een open veld is dus erg risicovol. Schuilen onder een lage bomengroep in het bos is minder gevaarlijk.
Wanneer men zich in een open veld bevindt en er helemaal geen schuilplaats voorhanden is, kan men beter het zekere voor het onzekere nemen en zich zo klein mogelijk maken door te hurken en de armen om de benen te slaan.

Een orkaan is de hardste stormwind die er bestaat. Op de schaal van Beaufort (zie verder: Wind) is een orkaan windkracht 12, de hoogste kracht op de schaal. In de praktijk komt een orkaan in Nederland eigenlijk niet voor. Sporadisch gebeurt het dat aan de kust gedurende zeer korte tijd windkracht 12 wordt gemeten en zelfs dat is hoogst uitzonderlijk. De laatste keer dat aan de kust langer dan enkele minuten windkracht 12 werd gemeten was in 1944.

Regen is water dat uit wolken op de aarde valt in de vorm van regendruppels.
Verklaring:
Het grootste gedeelte van het aardoppervlak bestaat uit water. Door zonnewarmte verdampt veel van dit water en komt als waterdamp in de lucht terecht. Deze damp stijgt op en komt hierdoor in steeds koudere luchtlagen terecht waardoor de waterdamp condenseert en voor ons zichtbaar wordt als een wolk: een verzameling van miljoenen minuscule waterdruppeltjes.
Deze waterdruppeltjes zijn in beweging, botsen soms tegen elkaar aan en gaan ook in elkaar op; hierdoor worden de minuscule druppeltjes groter. Wanneer de druppels groot en zwaar genoeg zijn geworden, kunnen ze niet meer in de lucht blijven hangen maar dalen ze als regen neer op de aarde.
Nederland staat bekend om zijn frequente regenval. Wij kennen ook de meeste soorten regen
Variëteiten (van zwak naar sterk):
drup: de drup is feitelijk nog geen regen. Men voelt af en toe een druppel op het hoofd: het drupt, maar of het ook daadwerkelijk gaat regenen valt nog te bezien.
stofregen: zeer fijne regen die uit kleinere druppeltjes bestaat dan motregen en aanvoelt als zacht, maar nat stof.
motregen of miezer: een druilerige regen die vaak lang kan aanhouden maar die niet echt veel voorstelt; de regendruppeltjes zijn klein.
bui: behoorlijke regenval die meestal betrekkelijk snel weer overgaat. Figuurlijk wordt ‘bui’ gebruikt om iemands humeur aan te duiden. Iemand die in een slechte bui is, is chagrijnig en heeft geen zin in de dag.
plensbui: een korte, heftige regenbui waarbij het water met bakken uit de hemel valt, men spreekt ook van ‘het regent belletjes’, waarmee de kringen die de plensbui in plassen veroorzaakt bedoeld worden. Een plensbui wordt ook wel een stortbui of gietregen genoemd en voelt aan alsof iemand een emmer water over je heen kiepert.
hoosbui: harde regenbui die enige tijd kan aanhouden. Bij een hoosbui voelt de regen gemener aan dan bij een plensbui: een hoosbui voelt aan alsof je onder een douche staat waar scherpe, naaldachtige, duidelijk afzonderlijk waarneembare waterstralen uit de douchekop komen. Hoosbuien willen nogal eens vergezeld gaan van harde windstoten.
slagregen: is een hevige regenval die gepaard gaat met harde wind. Iemand die op de fiets zit en met slagregen bij tegenwind te maken krijgt, zal voelen hoe de regen in zijn gezicht striemt; het voorhoofd kan –zonder hoofdbedekking- al snel zeer koud gaan aanvoelen en de kleding is binnen een paar minuten doorweekt.
wolkbreuk: de meest intense regenval die er bestaat: binnen luttele minuten ontstaan er grote plassen, wanneer een wolkbreuk langer dan 10 minuten aanhoudt, kan zomaar tegen de 20 millimeter regen zijn gevallen.
Anekdote:
Enkele decennia geleden was regen een dermate grote vanzelfsprekendheid in Nederland dat een groot hotel in Amsterdam besloot ‘vakanties met regengarantie’ aan te gaan bieden aan rijke oliesjeiks die de omgekeerde wens koesterden van de meeste Nederlanders, namelijk nu eens een keer een lekker plensbuitje te mogen ervaren.
De manager van het hotel zei dat ze nooit mis zaten met hun ‘regengarantie’, want het regende toch altijd wel. Zo waren de oliesjeiks tevreden en het hotel ook.
Uitdrukkingen en levenswijsheden met regen:
Na regen komt zonneschijn {Na tegenspoed komt er altijd wel weer een fijne ervaring}
Het regent dat het giet {Het regent heel hard}
Het regent belletjes {Het plenst en je ziet luchtbelletjes in de plassen}
Het regent pijpenstelen {Het regent erg hard. Deze uitdrukking verwijst naar de stelen van lange kleipijpen: de regenstralen zijn zo lang als deze pijpenstelen}
Van de regen in de drup {Van een slechte situatie terechtkomen in een situatie die eigenlijk niet veel beter is}
Het water valt met bakken uit de hemel {Het plenst}
Nat is gladder dan glad {Regen maakt een wegdek of stoep soms gevaarlijk glad}
Regen komt voor een stedeling nooit gelegen; voor de boer is hij een zegen {Mensen in de stad houden niet van regen; landbouwers hebben regen nodig voor de groei van gewassen}
“Ze voorspellen regen! Maar wat doe je ertegen?” “Koop een paraplu! En maak thuis kaasfondue!” {Je hebt niet alle omstandigheden in de hand, maar je hebt wel in de hand wat je er zelf van maakt}
Het regent bakstenen {Betekent dat het niet regent, maar hagelt}
Als het in de kajuit regent, dan druppelt het in de hut {Als het management problemen heeft, heeft dat zijn weerslag op het personeel}
Maar weinig mensen worden zo serieus genomen terwijl ze er zo vaak naast zitten {Kritische beschrijving van weersvoorspellers}
“Ze hebben regen voorspeld!” “Ach, ze hebben mij ook een mooie toekomst beloofd!” {Als iets voorspeld wordt, betekent dat nog niet dat het ook echt gaat gebeuren}

Rijp is bijzonder mooi om te zien. Rijp ontstaat in koude winters wanneer waterdamp direct bevriest, dit is een unieke transformatie van een gas in een vaste stof. Waterdamp wordt –zonder eerst vloeibaar (water) te worden gelijk ijs.
Wij zien dan een wit ijslaagje over gras, boomtakken en op auto’s. Door de invloed van wind kunnen werkelijk de meest schitterende sterren en naalden van ijs worden gevormd. Rijp komt meer voor in Duitsland dan in Nederland omdat de winters daar strenger zijn.
Maar ook in Nederland zijn bij tijd en wijle met rijp bedekte bomen te zien; regelmatig valt rijp op gras te bewonderen. Rijp is het juweel onder de winterse weerverschijnselen.

Witte vlokjes die in de winter uit de hemel nederdalen, noemen wij sneeuw. Er is natte en droge sneeuw. Natte sneeuw daalt wel als witte sneeuw uit de hemel neer, maar wordt water zodra hij op de grond belandt. Droge sneeuw blijft sneeuw en hiervan kun je dus sneeuwballen vormen {en elkaar bekogelen}, een sneeuwpop maken en de sneeuw –wanneer zich een dik pak heeft gevormd- onder je voeten horen knerpen wanneer je erop loopt.
Of de sneeuw nat of droog wordt, hangt af van de temperatuur in de lucht. Wanneer deze onder de 0 graden ligt tijdens het vallen van de sneeuw, vormt zich droge sneeuw. Wanneer deze in de hoge luchtlagen onder 0 graden ligt, maar op enkele honderden meters afstand van de aarde boven 0 graden uitkomt, dan vormt zich natte sneeuw.
Sneeuw waar nog niemand over heeft gelopen heet ongerept. Ongerepte sneeuw ziet eruit als een prachtige warme, witte deken en hoewel sneeuw natuurlijk niet werkelijk warm aanvoelt, zullen tuinbezitters een sneeuwdeken toch mooi laten liggen, want hij beschermt planten en gewassen tegen harde, kale vorst en snijdende wind.
Pootafdrukken van vogels worden op verse sneeuw ineens goed zichtbaar en men begint zich dan af te vragen welke afdruk bij welke vogel hoort.
De liefde van mensen voor sneeuw:
Sneeuw heeft altijd erg tot de menselijke verbeelding gesproken. Het bekendste kerstlied aller tijden is ‘I’m dreaming of a white Christmas’. Ook in Nederland hopen veel mensen stiekem op een witte kerst. Het versterkt het gevoel van gezelligheid binnen, waar de kaarsjes branden en de kachel het huis lekker warm maakt. Sneeuw ziet er bovendien gewoon erg mooi uit en is een weldaad voor de ogen –zodra die eraan gewend zijn-, want sneeuw is helderwit en weerkaatst bovendien het licht; hiermee maakt sneeuw de wereld een stuk lichter en is derhalve een verademing tijdens de donkere dagen.
Veel kerstversieringen en zelfs eetwaren zijn zonder dat men zich dit realiseert geïnspireerd op winterse natuurtaferelen. Poedersuiker ziet eruit als stofsneeuw (fijne sneeuw), kerstversieringen lijken soms op ijskristallen en de takken van de kerstboom kunnen wij met een dun wit laagje bedekken zodat het net lijkt of er rijp op de takken ligt.
De laatste Witte Kerst in Nederland was in 2010.

Een tornado is een krachtige windhoos, een in trechtervorm zeer snel ronddraaiende wervelwind. Een tornado ziet eruit als een lange, zich snel verplaatsende slurf, die naar boven toe uitwaaiert in een gigantische wolkenpluim. Tornado’s zijn fascinerend om te zien, maar tevens erg beangstigend wanneer je ze van dichtbij meemaakt. Een tornado lijkt op een oncontroleerbaar Monster dat zich snel voortbeweegt. Maar binnen in de tornado (in de slurf) is alles kalm: daar is het windstil.
Tornado’s richten doorgaans veel schade aan. In Nederland komt een tornado vrijwel nooit voor, in de Verenigde Staten van Amerika evenwel zijn tornado’s schering en inslag: jaarlijks komen er zo’n 1.200 tornado’s voor.

Wind is een stroming van lucht in de atmosfeer die voor mensen voelbaar is.
Lucht is niet gewichtloos al weegt hij niet veel. 1 liter lucht weegt iets meer dan een gram. Door de enorme hoeveelheid lucht in de atmosfeer valt het gewicht van de lucht toch niet te onderschatten. Door zijn gewicht oefent de lucht druk uit op de aarde; onder invloed van de temperatuur hoog in de lucht, ontstaan er verschillen in luchtdruk. Wind ontstaat doordat de lucht deze verschillen weer in balans wil brengen.
Waarom wind nuttig is:
De wind zuivert en reinigt de atmosfeer. Wanneer er in grote steden geen wind staat, kan er smog optreden en dit is belastend voor mens en dier. Wanneer die windstilte gecombineerd wordt met grote hitte, wordt het leven pas echt ondraaglijk. In bijvoorbeeld Mexico City is smog een groot probleem dat bovendien nog versterkt wordt doordat de stad in een dal ligt.
Wind is verfrissend. In het najaar even ‘uitwaaien’ op het strand zuivert lichaam en ziel.
Wind is van levensbelang voor de voortplanting van bomen en planten omdat wind zaden verspreidt.
Wind geeft energie.
Windenergie is een veilige, onuitputtelijke en schone bron van energie.
Het aantal windmolens (windturbines) in Nederland is de afgelopen jaren dan ook sterk toegenomen. Ook staan er inmiddels enkele windmolenparken in de Noordzee (zie onderstaand overzicht).
In 1990 stonden er 323 windmolens in Nederland; deze leverden 585 megawatt aan energie.
In 2013 stonden er 1.975 windmolens in Nederland; deze leverden ruim 3.500 megawatt aan energie.
In 2016 stonden er 2.200 windmolens in Nederland; deze leverden 4.000 megawatt aan energie.
Maar hoewel wijzelf vinden dat wij in een winderig land leven, kan het altijd nog een stuk beter dan hier. Want in Duitsland stonden er in 2016 tegen de 30.000 windmolens die ruim 50.000 megawatt aan energie leverden.
Windkracht:
De kracht van de wind wordt naar sterkte en hardheid ingedeeld op de schaal van Beaufort.
windkracht 0 = windstil
windkracht 1 = zeer zwakke wind
windkracht 2 = zwakke wind
windkracht 3 = vrij matige wind
windkracht 4 = matige wind
windkracht 5 = vrij krachtige wind
windkracht 6 = krachtige wind
windkracht 7 = harde wind
windkracht 8 = stormachtige wind
windkracht 9 = storm
windkracht 10 = zware storm
windkracht 11 = zeer zware storm
windkracht 12 = orkaan
Wind, symboliek:
Wind staat symbool voor leven. In het Hebreeuws betekent het woord wind eveneens geest of adem. In het scheppingsverhaal van de Bijbel wordt gesproken van ‘De Geest Gods die over de wateren zweeft’. Deze tekst kan ook vertaald worden met ‘Een wind –gemaakt door God- woei over het water’. Tevens is nog een andere vertaling mogelijk: ‘God blies zijn adem over het water.’ {en bracht hiermee leven}.
Wind staat dus symbool voor leven en levendigheid. Een teveel aan wind (storm) staat voor onrust, een hoofd dat overloopt, een hart dat te vol is. Windstilte staat voor het ‘dolce far niente’, het zalig nietsdoen, zo mooi geformuleerd door de Italianen. Maar een te lange windstilte leidt tot ledigheid en verveling en wordt door mensen als zeer onaangenaam ervaren. Hoewel velen het niet moeilijk zullen vinden om te dromen over ‘eeuwige vakantie’, zal slechts een enkeling dit aankunnen wanneer het realiteit wordt. Mensen willen bezig zijn, zich nuttig maken, het gevoel hebben erbij te horen en ertoe te doen. En daarom zal waarschijnlijk slechts een taoïstische monnik een langdurige ‘windstilte’ in zijn leven aankunnen en zinvol in kunnen vullen.

Het grootste gedeelte van het aardoppervlak bestaat uit water. Door zonnewarmte verdampt veel van dit water en komt als waterdamp in de lucht terecht. Deze damp stijgt op en komt hierdoor in steeds koudere luchtlagen terecht waardoor de waterdamp condenseert en voor ons zichtbaar wordt als een wolk: een verzameling van miljoenen minuscule waterdruppeltjes. Wolken op grote hoogte kunnen ook compleet uit ijs bestaan.
Wolken worden ingedeeld naar de hoogte waarop ze voorkomen.
1) Hoge wolken
2) Middenwolken
3) Semi-lage wolken
4) Lage wolken
5) Stapelwolken
Ad 1) Hoge wolken, ook wel hoge bewolking of vederwolken genoemd, zijn wolken die compleet bestaan uit ijskristallen. Wij nemen ze waar als windveren of sluierbewolking. De wetenschappelijke naam is cirruswolk. Cirruswolken komen voor op een hoogte van 8-10 kilometer.
Ad 2) Middenwolken, ook wel middelhoge bewolking genoemd, zijn wolken die bestaan uit miljoenen minuscule, zeer koude (maar niet meer bevroren) waterdruppeltjes. Zij komen voor op een hoogte van 4 à 6 kilometer. De bekendste middenwolk-soort is de schapenwolk (wetenschappelijke naam: altocumulus). Schapenwolken worden zo genoemd omdat ze eruit zien als de wollige, witte vacht van een schaap. Schapenwolkjes gaan vergezeld van vriendelijk weer, vaak een blauwe hemel met wat zon, waartegen de witte schapenwolken fraai uitkomen.
Ad 3) Semi-lage wolken. Onder de semi-lage wolken (bijna lage wolken) vindt men de typisch Hollandse grauwgrijze lucht. De wetenschappelijke benaming is altostratus: een egaal grijze lucht. Hoogte: zo’n 2 tot 4 kilometer. Altostratus ziet er niet uit als wolken, maar als grijze lucht.
Ad 4) Lage wolken, ook lage bewolking genoemd. Laaghangende bewolking heet officieel stratocumulus en ziet eruit als een dik, laaghangend wolkenpak.
Ad 5) Stapelwolken (ook wel stapelbewolking) zijn grote, indrukwekkende wolken die door de verschillende hoogtes heen snijden. Een stapelwolk is eigenlijk niet 1 wolk maar een wolkenformatie; de naam geeft al aan dat het om een stapeling van wolken gaat. Stapelwolken zijn imposant om te zien; ze hebben een donkergrijze basis en een witte bovenkant. De wetenschappelijk naam is cumulus.

Een zandstorm is een meteorologisch fenomeen waarbij hevige wind (woestijn)zand op doet waaien, waardoor immense zandwolken ontstaan, vaak meer dan een kilometer hoog. Bij een zandstorm bedekken mensen neus en mond, soms is het noodzakelijk het gehele gezicht te bedekken. Sowieso beneemt een zandstorm mensen vaak grotendeels het zicht.
Zandstormen komen voor in Afrika, China, Noord-Amerika en op het Arabisch Schiereiland. Een zandstorm kan enkele dagen aanhouden en het vliegverkeer volledig stilleggen.
Er bestaan ook Stofstormen, deze lijken op zandstormen, alleen stuift hierbij geen zand op, maar stofdeeltjes van zeer droge grond.

Sprookjeswezens

Aardmannetjes zijn vriendelijke, grappige wezentjes, klein als Kabouters, maar speelser en onvoorspelbaarder. Ze leven in de Aardmannetjesaarde die zich onder de aardkorst bevindt. Om de Aardmannetjesaarde te bereiken moet je een Anti-Berg beklimmen, dit is een berg die onder de aarde gevormd is, waarbij zijn top net boven de aardkorst uitsteekt. Aardmannetjes spelen graag, ze zijn zelden serieus.
De Aardmannetjes worden beschreven in de Toversprookjes met kenmerk B8 en B9.

Zie onder Heks, soorten

Een Alf is een natuurgeest die voorkomt in Oud-Noorse sagen en verhalen. Een Alf kan zowel goed (constructief) als kwaad (destructief) zijn, al naar gelang de Natuur dat van hem verlangt. Alven huizen in bomen, in het water of in de lucht.
Ze lijken niet op Elfen, want dat zijn lieve, vrouwelijke Sprookjeswezentjes met vleugels.
Alf is ook een ander woord voor nachtmerrie.

Zie onder Heks, soorten

Block-Bengelaars zijn aapachtige wezentjes, ze zijn erg klein en ongevaarlijk. Ze kunnen zich enigszins onzichtbaar maken, ze worden dan een blauwachtige schim van zichzelf. Wanneer je ’s nachts door het Toverwoud loopt, dan kun je deze blauw-oplichtende Block-Bengelaars in de bomen zien hangen en ze van tak naar tak zien springen.
Block-Bengelaars worden genoemd in De Geheimen van Het Sprookjeswoud, kenmerk SW.

Een Bollerond© is een grappig wit wezentje dat eigenlijk alleen maar een grote witte bol is. Zijn oogjes zitten boven in de bol en onder de bol heeft hij korte witte beentjes. Zijn armpjes zijn ook erg klein, zodat je –wanneer je er een ziet- zou denken dat je alleen maar een grote witte bol ziet met guitige oogjes bovenin! Hij kan erg goed over zichzelf rollen (koprollen maken), tot wel vierduizend keer achterelkaar! Maar daarna is zelfs een Bollerond© wel een beetje duizelig.
De Bolleronds© worden geregeerd door Koning Bol Bollerond© die altijd toezicht houdt wanneer de vrolijke Bolleronds© aan het spelen zijn. Dat is nauwelijks nodig, want bij de Bolleronds© gaat nooit iets mis. Koning Bol Bollerond© is getrouwd met Koningin Ballerina Bollerond© die erg mooi kan dansen.
In ‘De Tegenslag-epidemie’ (Kenmerk B22) wordt verhaald over allemaal rampen die de Bolleronds© plotsklaps ervaren. Dat is heel erg voor ze want daar zijn ze helemaal niet op voorbereid.

Cupido wordt vandaag de dag meestal voorgesteld als een Engeltje met vleugels, dat een pijl-en-boog heeft. Hij schiet liefdespijlen in de harten der Mensen, zodat deze verliefd op elkaar worden. Kennen wij Cupido als een mollig, babyachtig jongetje dat veel weg heeft van een Engeltje, in de Romeinse tijd werd Cupido voorgesteld als een naakte, slanke en attractieve jongeling met vleugels en een pijl-en-boog.
Cupido of Amor was oorspronkelijk een godheid, en de zoon van Venus, de Godin der Liefde. Hij bezat de eeuwige jeugd en schoonheid. In de Griekse mythologie wordt Cupido Eros genoemd, zijn moeder –de Godin van de Liefde- heet daar Aphrodite.

Een Cycloop is een eenogige Reus uit de Griekse mythologie. Cyclopen zijn niet alleen verschrikkelijk groot, ze zijn ook erg gewelddadig. Hun enige zwakke punt is hun domheid. De Griekse held Odysseus maakte hier gebruik van toen hij gevangengenomen werd door een Cycloop: hij wist te ontsnappen door een list. Cyclopen hebben hun ene oog in het midden van hun voorhoofd, dus boven hun neus.

Een Demon is een boze Geest; in wezen zijn Demonen dienaren van de Duivel (Satan). In het christendom zijn Demonen van oorsprong gevallen Engelen, later werden zij meer globaal kwaadaardige Geesten die Mensen kunnen bezetten. De mens kan hierdoor zijn verstand verliezen, tegenwoordig zouden wij zeggen: ‘psychotisch worden’.
Zulke Mensen behoefden vroeger een exorcist: exorcisme is duiveluitdrijving. Ook Jezus dreef demonen uit uit ‘bezette’ Mensen. Een zeer bijzondere Demon komt voor in de Heksentrilogie met Kenmerk H46, dit is de Demon van bot-en-been. De Demon van bot-en-been was ooit een nare en akelige man, die misantroop (mensenhater) was. Hij werd zeer oud maar uiteindelijk kwam hij tot Gods grote vreugde te overlijden. (de zon begon gelijk te schijnen) Toch blijkt hij in staat voort te leven als Onman, als Schim-Mens, en in deze schimgedaante maakt hij nog steeds Mensen het leven zuur.

Een Draak is een reptielachtig monster met vleugels dat vuur kan spuwen. Het lichaam van een draak verschilt: het kan op een reuzenhagedis, een slang of een staande krokodil lijken.
Draken zijn gevaarlijk en kwaadaardig, maar ze staan er sinds de oudheid ook om bekend dat ze goede schatbewaarders zijn. Zo bewaakte de Oud-Griekse Draak Ladon het gulden vlies, dit was de gouden schapenvacht van de godheid Chrysomallos. In andere mythen wordt verhaald dat Ladon de gouden appels der Hesperiden bewaakte. De Hesperiden zijn nimfen uit de Griekse mythologie.
In het christendom heeft de Draak dezelfde betekenis als de slang uit het paradijs, het is de Duivel. Hierover wordt verhaald in de Bijbel, Openbaring 20. In de Heksentrilogie met Kenmerk H4 spelen deze Bijbelverzen een rol. Deze Heksentrilogie gaat over Grafheksen. Wanneer een Grafheks in opperste nood verkeert en aan het einde van haar krachten is, kan zij in een vuurspuwende Draak veranderen om nieuwe kracht te verkrijgen; voor deze metamorfose van één Grafheks is wel de kracht en energie van alle Grafheksen benodigd. Als Draak heeft een Grafheks vreselijke klauwen, die zeer scherp zijn. De Chinese Draak heeft niets met de westerse draken vandoen. De Chinese Draak staat symbool voor geluk en vrolijkheid, wordt afgebeeld als een slang of een groot dier (in India als een olifant) en beschouwd als een hemels dier. Chinese Draken spuwen geen vuur en hebben geen vleugels. De bekendste Chinese Draak is de Keizersdraak, er wordt beweerd dat de Chinese keizers hiervan afstammen, de eerste keizer van China zou zelfs nog een drakenstaart gehad hebben.

Drosj-Mroszjen zijn de gemene tegenhangers van de Zomprosjen. Het zijn duiveltjes met vleugels, niet groter dan een libel en louter gevuld met kwade energie. Het is moeilijk met ze om te gaan, maar het is ook moeilijk ze op afstand te houden. Drosj-Mroszjen zijn geniepig en gluiperig, ze houden zich meestal schuil en zorgen er heel goed voor dat niemand het merkt wanneer ze kwaad doen.
De Drosj-Mroszjen komen voor in De Tuin van De Eeuwige Nacht, Kenmerk TE.

Een Dwergreus is meestal zo’n vijf meter lang. Dwergreuzen zijn agressief van aard, omdat ze het gevoel hebben nergens bij te horen: ze zijn te klein voor een Reus en te groot voor een Mens. Dwergreuzen stinken vreselijk en zijn erg onhygiënisch. Ze komen voor in Toversprookje B43: De Prinses en De Diamanten Diadeem.

Een Elf is een zeer bijzonder Sprookjeswezen. Elfen hebben een lange en heilige geschiedenis: ze zijn bijzonder wijs. De meest wijze van alle Elfen is De Grijze Elf. (zie apart artikel over hem hieronder) Elfen zijn –in tegenstelling tot Feeën- niet bijzonder klein. Een Elf heeft een gemiddelde lengte van 100 centimeter. De Grijze Elf is 1 meter 21 lang.
De God van de Elfen heet Medith, de Elfen eren hem aan de voet van de Bikkeboom, waar de Elfengod woont. Zij doen dat elke avond voor het slapengaan: dan zingen, bidden en dansen de Elfen een vol uur voor hun Elfengod Medith. Voor de aanvang van dit ritueel hebben zij precies duizend kaarsjes in de Bikkeboom gehangen, de boom is dan ook wondermooi verlicht. Wanneer de Elfen klaar zijn met hun gebeden, meditaties, hun zang en hun dans, blazen zij de duizend kaarsjes uit, ze kussen elkaar goedenacht en ze gaan slapen in liefde en vrede met de wens om de volgende dag helder en vreugdevol wakker te worden. De Elfen noemen de Bikkeboom (een eeuwenoude beuk) ook wel Evenwichtsboom: de boom zorgt voor balans in de Elfenwereld. De boom wordt ook wel Elfenboom genoemd, De Grijze Elf spreekt meestal over ‘Mediths Gebedsbladeren’. De Elfen spelen een belangrijke rol in de Sprookjes over Kabouter Knabbelkoekie© (Kenmerk A).
In deze Sprookjes komen de volgende Elfen voor:
Het Zachte Elfje, de jongste van alle Elfen, zij komt voor in Kabouter Knabbelkoekie© en De Kleksie-Kabouters (Kenmerk A16)
Het Gele Elfje is net een jaar ouder dan Het Zachte Elfje. Ook zij wordt genoemd in het Sprookje met Kenmerk A16.
De Witte Elf speelt een hoofdrol in Kabouter Knabbelkoekie© en Het Witte Elfenlicht (Kenmerk A3)
De Groene Elf weet heel erg veel en kan goed feitjes onthouden, maar zij is niet werkelijk wíjs, zoals De Grijze Elf. De Groene Elf komt voor in de Sprookjes met Kenmerk A16, A18 en D2.
De Kerstelf verschijnt alleen met Kerst! Zij speelt een rol in het Sprookje ‘Kabouter Knabbelkoekie© en De Kerstelf’, Kenmerk D2.
De Grijze Elf is de belangrijkste en meest wijze van alle Elfen, zie het aparte artikel over hem hieronder.

De Grijze Elf Geboortejaar De Grijze Elf is geboren in Het Jaar van de Wijsheid, dit is het Elfenjaar 1.341,4175338051907244422709872513, en het Kabouterjaar 1.799.401; de Kabouters noemen dit jaar het ‘Alle-kleuren-Elfenjaar’. Het Mensenjaar dat correspondeert met dit jaar is ‘niet-bestaand’, maar moet ergens tussen 1799 en 1800 liggen. Dit is wel heel moeilijke materie natuurlijk, want de Elfen leven in een andere dimensie dan de Mensen, en ook de Kabouters –hoewel ze dichter bij de Elfen staan dan de Mensen-, kennen een andere jaartelling en dimensie. Nieuwe Sprookjes vertelt altijd de anekdote over De Grijze Elf dat hij ook wel De Grijze Twaalf wordt genoemd, omdat hij altijd eentje meer weet dan elf. De geschiedenis van deze anekdote ligt in het feit dat het telsysteem van de Elfen in dozijnen gaat. Waar wij dus 10 als het getal van perfectie zien, is dit bij de Elfen twaalf. Vandaar dat ‘De Grijze Twaalf’ een eretitel is om de volkomenheid van De Grijze Elf aan te duiden.
De Grijze Elf is inderdaad zeer wijs, zeer vriendelijk en zeer behulpzaam. Hij is moeilijk te vatten voor ons Mensen, omdat hij wel heel krachtig is, maar niet op een Mensen-manier. De Grijze Elf heeft geen wapens, en geen leger met soldaten. Toch is hij krachtiger dan de machtigste mannen van onze wereld.
De Grijze Elf Mildheid De Grijze Elf is vriendelijk, mild, en vrijwel alwetend. Er is geen probleem waar hij niet een oplossing voor weet. Het hoofd van De Grijze Elf is als een enorme bibliotheek, waarin talloze Toverboeken, Elfenboeken en Kabouterwijsheden zijn opgeslagen. De Grijze Elf is goed, hij zal nooit iemand in nood in de steek laten, maar hem altijd helpen. Mensen kunnen De Grijze Elf ook aanroepen als ze het even niet meer weten. Dan zal De Grijze Elf met pijlsnelheid te hulp schieten. Toch merken Mensen dit niet altijd, en dat komt omdat de Elfen-vibratie een andere trillingsfrequentie heeft dan de Mensen-vibratie. Het zijn verschillende dimensies, en waar de Elfen heel erg goed zijn in vertrouwen, laten de Mensen het hier doorgaans afweten, waardoor er moeilijk contact plaats kan vinden. Het is als iemand die Chinees spreekt die aan iemand die alleen maar Nederlands spreekt wil uitleggen hoe hij de weg naar de nooduitgang kan vinden. Dat werkt niet zo goed.
De Grijze Elf Helper Toch zal ieder Mens die De Grijze Elf aanroept om hulp een gevoel van ‘getroost-zijn’ en ‘geborgenheid in zichzelf’ kunnen ervaren. Maar dan moet men hem wel aanroepen en zich openstellen voor dit vriendelijke gevoel.
De Elfen zijn geen buitenaardse wezens, zij leven niet op een andere planeet. Zij bestaan in een andere dimensie en zijn daardoor voor ons moeilijk waarneembaar. De Elfen zien Mensen overigens heel goed, omdat zij wijzer en zachtaardiger zijn dan wij. Zij zien ons worstelen en helpen vaak, meestal zonder dat een Mens dit in de gaten heeft. Vaak gaat het om alledaagse momenten: iemands computer die toch verbinding maakt met het internet hoewel hij dacht dat dit helemaal niet meer zou lukken, een onverwacht vriendelijk woord van een vriend of bekende, de glimlach van een kind dat je helemaal niet kent, een gelukte nacht voor iemand die lijdt aan slapeloosheid, of een financiële meevaller. Al die goede Energie die ons Mensen omringt is voor een groot deel Elfen-energie, gestuurd door de oneindige wijsheid van De Grijze Elf.
De Grijze Elf Studie De Grijze Elf werd geboren uit de Nimf-Elf Sagia-Prudentia en de Elfengod Medith. Hij werd geboren in zuiver water en de eerste jaren van zijn bestaan regende het onophoudelijk. Dit was nodig om de reinheid van zijn Energie te waarborgen en hem blijvend te zuiveren van alle kwaad. Hij groeide vervolgens op in zonneweiden die lichtovergoten waren, zodat hij warm en vriendelijk kon worden. Erna werd hij gedurende tien jaren verbannen naar De Duisterzwarte Rotsen om hem op de proef te stellen en te kijken of hij zijn mildheid zou kunnen behouden. De Grijze Elf vermeerderde zijn mildheid onnoemlijk in deze Harde Tijd en werd vriendelijker dan ooit een Elf geweest was. Erna werd hij gedwongen tot studie, hij moest vele miljoenen boeken lezen, uit het hoofd leren en de talen van alle dimensies leren beheersen. Toen hij deze zeer zware training voltooid had, sprak hij tot zijn leermeester Grijs, dat het niet nodig was geweest om hem te dwingen tot deze studie: hij had het vrijwillig ook wel gedaan.
De Grijze Elf Loutering Vervolgens wijdde hij zich aan de muziek, de dichtkunst en de schilderkunst. Toen hij zich hierin bekwaamd had, werd hij getroffen door een vreselijke ziekte, die hem vierhonderd jaren lang elke dag pijn bezorgde. Toen hij deze ultieme en zwaarste beproeving had ondergaan, werd hij alom geprezen en als gelouterd beschouwd: hij was nu De Elf van Zuiverheid, De Elf van Mildheid, De Elf van Zachtaardigheid en De Elf van Ultieme Wijsheid en Kracht. Zijn kracht was onmetelijk als die van de zeeën, en zijn sterkte neemt nog iedere dag toe.

De Grijze Elf Verschijning
De Grijze Elf mag dan in lengte klein zijn (hij is 1 meter en 21 centimeter lang); geen Mens die hem ontmoet zal hem als klein ervaren. De Grijze Elf is een indrukwekkende verschijning, die Mensen ontzag inboezemt, hierdoor wordt de waarneming van een Mens beïnvloed en lijkt De Grijze Elf groter dan de Mens.
Dit gevoel ontstaat natuurlijk niet zomaar, het komt ook ergens vandaan. De Grijze Elf is vervuld van een diepe, diepe wijsheid, een wijsheid en kennis die het verstand van zelfs miljarden Mensen overtreft. De Grijze Elf is buitendien zachtmoedig en vriendelijk op een manier die het menselijk verstand volledig te boven gaat.
Hierdoor ontstaat het gevoel dat De Grijze Elf oneindig veel groter is dan de Mens die voor hem staat. En dit gevoel is dus juist, hoewel de fysieke werkelijkheid ons iets anders toont: namelijk dat De Grijze Elf een kleine verschijning is.
De verschijning van De Grijze Elf sorteert overigens een verschillend effect op Mensen, afhankelijk van de Mens die hij voor zich heeft.
Goede en nobele Mensen kunnen soms beginnen te trillen, zij worden zenuwachtig en bang, omdat zij ervaren dat zij in de aanwezigheid van iets Onnoemlijks Edels verkeren. Maar wanneer De Grijze Elf dan zijn zachte grijze ogen naar deze Mens opslaat, dan zal deze nervositeit als sneeuw voor de zon verdwijnen, omdat men direct beseft dat men hier in de presentie van Zuivere Goedheid verkeert en niets te vrezen heeft.
Mensen die kwaad hebben gedaan en onschuldigen leed hebben berokkend, vertonen een ander gedrag wanneer zij oog in oog met De Grijze Elf komen te staan. Zij tonen zich trots, fier en weigeren veelal het normale respect te tonen. Wanneer De Grijze Elf zijn ogen naar hèn opslaat, schrikken zij en weten zij zich even geen raad. De Grijze Elf zal volharden in zijn blik en deze Mensen aan blijven kijken op een dwingende manier. De slechte Mens zal de vriendelijke en goedhartige blik van De Grijze Elf trachten te ontwijken, maar het zal hem niet lukken, want de vibrationele dwang die van de blik van De Grijze Elf uitgaat is te sterk. Uiteindelijk zullen zij wèg willen rennen, maar het zal hun niet gelukken, want de kracht van De Grijze Elf is te groot.
Ten slotte zullen zij niet anders kunnen dan De Grijze Elf in de ogen aan te kijken, en zij zullen breken: hun schuld en slechtheid zullen zij schreiend bekennen aan De Grijze Elf, en het zal bevrijdend voor ze zijn.
De Grijze Elf –die weet heeft van al het leed ooit geleden op de wereld, en dan niet alleen het leed van Mensen, maar ook het leed van dieren, planten, Sprookjeswezens, en het leed van astronomische verschijnselen zoals de zon, de sterren en de planeten- zal in zijn diepe goedhartigheid deze Mens blijven aankijken, net zolang tot die volledig gelouterd is en herboren wordt als goed Mens.
De Grijze Elf Sprekingen
Mensen kunnen De Grijze Elf aanroepen in hun nood; hij zal altijd geduldig luisteren en geen moeite sparen om ze te helpen. Maar de dimensies tussen Mensen en Elfen zijn zeer verschillend van elkaar, reden waarom Mensen die ‘Sprekingen’ doen tot De Grijze Elf, dikwijls niet weten of ze wel gehoord worden. Dat worden ze wel, maar De Grijze Elf antwoordt in een dimensie die voor Mensen moeilijk toegankelijk is. Er is geen ‘Spreking’ van een Mens die niet door De Grijze Elf au sérieux wordt genomen, er is geen menselijke traan die De Grijze Elf niet ziet. Maar dikwijls hebben Mensen decennia nodig voor ze in staat zijn om het antwoord van De Grijze Elf te horen en voor ze zijn hulp zien en begrijpen. Ook komt het voor dat het Mensen helemaal niet meer lukt om de wijze raad en de vriendelijke hulp van De Grijze Elf te horen; dan sterven zij verbitterd en eenzaam, vol wrok en het gevoel onbegrepen en niet gehoord te zijn. Dit stemt De Grijze Elf tot diepe droefenis, maar hij weet ook dat deze Mens –wanneer hij overgegaan is- zijn antwoorden zal kunnen horen en begrijpen, en zo vrede zal vinden, om –wanneer de tijd rijp is- als een nieuw en vrolijk Mensenkind herboren te worden.
De Grijze Elf en de Mensen
De Grijze Elf is geboren in het jaar 1.341,4175338051907244422709872513, dit ligt ergens tussen ons jaar 1799 en 1800 in. Hiermee is De Grijze Elf voor ons Mensen relatief nieuw, hoewel hij voor Elfen en Kabouters reeds zeer oud en wijs is. Er gaan hardnekkige Verhalen en Legenden dat De Grijze Elf veelvuldig contact met Mensen had in zijn vroegste jaren. Dit is ongebruikelijk, want Elfen leven nu eenmaal in een andere dimensie dan Mensen.
Maar ofschoon De Grijze Elf in een Elfenwereld werd grootgebracht, wist hij hieruit toch steeds te ontsnappen om te spelen met Mensenkinderen. De Elfen zagen hier geen kwaad in, dus zij stonden het toe. Het was alleen ongebruikelijk, want geen Elfenkind deed zoveel moeite om de Mensen-dimensie te bereiken. De Grijze Elf wel en door dit veelvuldige contact met Mensen groeide een diepe en grote liefde in De Grijze Elf voor de Mens.
Hij zag de goede wil van Mensen, hij zag ook hun onvermogen en gebreken. Hij begreep hun leed ontstaan uit gebrek aan tijd, gebrek aan begrip en emotioneel-vibrationele kennis, en gebrek aan financiële middelen. Zo geschiedde het dat De Grijze Elf veel voor de Mensen begon te voelen, en dichter bij de Mensen kwam te staan dan welke Elf ooit.
Mensen kwamen als vanzelf ook nader tot De Grijze Elf, want hun ‘Sprekingen’ zenden zij voortdurend –bewust of onbewust- het universum in.
Deze zeer diepe en sterke band tussen De Grijze Elf en de Mensen schept mogelijkheden, en een wederzijds vertrouwen. Dit vertrouwen in elkaar lijkt alleen maar steeds sterker te worden.

De naam van de Elfengod is Medith, hij woont in de Bikkeboom. Zie voor meer informatie het stuk over Elf, de 2de alinea.

Een Fee is een vrouwelijk Sprookjeswezen, dat zachtaardig en lief is. Feeën hebben over het algemeen een vriendelijk karakter en zijn vrijwel altijd heel mooi om te zien. Sommige Feeën hebben de grootte en gestalte van een Mens, maar de echte Sprookjesfeeën worden niet langer dan zo’n 40 centimeter.
Feeën kunnen vliegen, ze hebben twee doorzichtige vleugeltjes en dragen een Feeëngewaad dat soms enigszins transparant is en verschillende kleuren kan hebben. De meest voorkomende kleuren voor een Feeëngewaad zijn helderblauw, roze, lichtgroen en zonnegeel. Ook fraaie combinaties van al deze kleuren komen voor.
Feeën kunnen een beetje toveren, maar niet zo goed als Tovenaars en Tovenaressen. Ze hebben ook geen echte Toverstaf, maar een Twinkel-Twankel-Twonkelstaf, die vaak mooi glinstert en glittert, en ook nog lichtgevende sterretjes afgeeft wanneer de Fee er iets of iemand mee beroert.
Feeën kunnen Mensen genezen en uit de nood helpen. Het komt ook voor dat een Fee in de toekomst kan kijken.
Een bekende Fee is Tinker Bell (Tinkelbel), zij komt voor in het verhaal over Peter Pan. Tinkerbell was ook de naam van het eerste hondje van Paris Hilton.
Feeën komen voor in de Nieuwe Sprookjes met Kenmerk B24, B26, B27, B35, B44, B60, H34/1 en H34/2.

De Feniks is een vuurvogel, een gouden fazant die meer dan 500 jaar oud placht te worden en zichzelf vervolgens in zijn eigen nest verbrandde. Na drie dagen herrees de Feniks dan uit de as, die hij vervolgens offerde aan de Zon.
De Feniks staat symbool voor wedergeboorte en voor de oneindigheid van de menselijke geest. Deze vuurvogel vond zijn oorsprong in het oude Egypte in de stad Heliopolis; hier werd vroeger de Zon aanbeden.
Zie ook: Vuurvogel.

Een Flapsel is een vrolijk jongens-Sprookjeswezentje en de tegenhanger van het Morelijntje dat een meisjes-Sprookjeswezentje is. Flapsels zijn iets kleiner dan een Fee, zij worden ongeveer 30 centimeter groot. Flapsels kunnen goed vliegen, maar ze huppelen en springen ook graag!
Flapsels komen voor in De Geheimen van Het Sprookjeswoud, Kenmerk SW.

Geesten of Schimmen zijn wezens die geen gestalte hebben, maar energetisch toch bestaan. Er is dus een verschil tussen een Heks die zich onzichtbaar heeft gemaakt en een Geest. De Heks kun je niet zien, maar zij is wel lijfelijk aanwezig. Je kunt haar lichaam voelen of tegen haar opbotsen. (wanneer je zou weten waar zij staat)
Door een Geest of Schim loop je heen, want een Geest heeft geen lichaam. Toch zijn Geesten en Schimmen geen lucht, het zijn vibrationeel aanwezige energieën die je goed of kwaad kunnen doen.
Mensen kunnen de aanwezigheid van een Geest soms voelen, met name wanneer ze dwars door eentje heen lopen. Dat voelt dan aan als een plotselinge koude luchtstroom of als juist het omgekeerde: een onverwachte warmte. Geesten maken zelden geluid, een licht hijgen of zuchten is sporadisch waarneembaar.
Een andere manier waarop een Geest zich kenbaar maakt aan een Mens, is het gevoel dat hij hem bezorgt. Dat is dan meestal een akelig en naar gevoel, dat een Mens achterom doet kijken, om vervolgens te moeten constateren dat er toch echt niets was. Maar er was wel wat: het was een Geest.

Een bekende Geest is ‘De Geest in de Lamp’ in het Sprookje over Aladin. Aladin wrijft over de lamp, een Geest verschijnt en Aladin mag drie wensen doen.
Verder komt bij de gebroeders Grimm ‘De Geest in de Fles’ voor, een wondergeest die een jongen genezende krachten en rijkdom verschaft.

Een Ghoul is een lijkeneter. Het is een Monster met een mensachtige verschijning dat op begraafplaatsen ronddoolt, graven openbreekt en het vlees van verse lijken opvreet. Ghouls zijn even angstaanjagend als bedreigend. Zij komen voor in zowel Japanse als Arabische verhalen.

Een Gnoffel is een Sprookjeswezen iets groter dan een Kabouter, met een dik buikje, een te lange rechter-oorlel en een slurf-neus. Dat is een neus die ongeveer tot zijn hals komt. Gnoffels hebben een bruine huidskleur, ze zijn erg gezellig van aard en ze houden ontzettend veel van lekker eten. Vooral van reuzenvlaai, boterkoek, glimspekkies, knoopsnoep, rolkoek en lompkroketten. Hun lievelingsspijs is Gnoffelpatat.
Over de Gnoffels wordt verhaald in de Gnoffel-Sprookjes met Kenmerk F.

Gnomen zijn kleine Sprookjeswezentjes, iets groter dan een Kabouter: terwijl een Kabouter gemiddeld 25 centimeter lang is, wordt een Gnoom ongeveer 60 centimeter. De Gnomen en Gnominnen (vrouwelijke Gnomen) leven in Het Gnomenrijk. Het zijn vriendelijke wezens, met problemen zoals Mensen die ook kennen. Ze spreken Gnooms, ze groeten elkaar met ‘Ha en lo-lo!’ en ze zijn om nog niet opgehelderde redenen dikwijls gedwongen in Stilte-Tijd te leven.
Dan is Het Gnomenrijk op slot en kunnen de Gnomen slechts in stilte leven. Het is nog niet helemaal duidelijk wat dit precies inhoudt, in elk geval zwijgen de Gnomen dan en bekend is wel dat de Gnomen en Gnominnen de Stilte-Tijd als zeer onaangenaam ervaren. Ze kunnen niet echt leven zolang een Stilte-Tijd duurt.
Voor het beëindigen van een Stilte-Tijd zijn zij afhankelijk van een Openaar: een Mens die de sleutel tot Het Gnomenrijk vindt en deze in het slot doet.

De Sprookjes met Kenmerk G verhalen over dit alles.

Godzilla is een van oorsprong Japans Monster. De naam Godzilla is een samenstelling uit 2 Japanse woorden, te weten gorilla en walvis. Het Monster lijkt enigszins op een dinosauriër (in de volksmond dinosaurus genoemd).
Godzilla is enorm populair geworden door de vele films en games die er over deze ‘Koning der Monsters’ zijn.

Grobbebollen zijn Sprookjeswezentjes uit de serie TiTa Tovenaar. Ze zijn erg grappig en wonen in het huis (luchtkasteel) van de Tovenaar. Ze heten Geeltje en Groentje. Geeltje is een fel typetje, terwijl Groentje meer een slome duikelaar is.

Het Grobbekuiken is afkomstig uit de serie TiTa Tovenaar. TiTa Tovenaar woont met zijn mooie dochter Tika in een luchtkasteel. Vader Tovenaar (Toverpapa) heeft een heel bijzonder huisdier: een Grobbevogel. Een beetje saai is de Grobbevogel echter wel, want hij wil altijd alleen maar slapen en een ei legt hij maar eens in de 300 jaar.
Toch gebeurt het in de serie dat de Grobbevogel een ei legt. Helaas begaat dochter Tika de vergissing om dit ei op een vergrootglas te leggen, waardoor een enorm groot Grobbekuiken geboren wordt. En daar heeft iedereen erg veel last van.

Bezemsteel
Een van de belangrijkste attributen van een Heks is haar bezemsteel, waarop zij kan vliegen. Er schijnt een magische krachtbron in de bezem te zitten, die je kunt vergelijken met de motor van een vliegtuig. De bezem is een takkenbos die Heksen maken van berkentakken. De berkenboom is een boom met een witte stam, de boom wordt ‘De Dame van het Bos’ genoemd. Het is ook een Maanboom, die veel energie krijgt van de maan. Heksen plukken takken van de berk die zij geschikt achten en leggen deze takken gedurende 9 jaren en 9 maanden bij nachten met volle maan in het licht van de maan. Erna smeren zij de takken een voor een in met een soort pasta gemaakt van vliegenzwam. Vervolgens bevestigen zij deze takkenbos aan de steel van hun bezem en zij spreken gedurende 9 jaren, 9 maanden en 9 nachten elke nacht om negen over drie de volgende Heksenspreuk 9 malen achterelkaar –zonder tussendoor adem te halen- uit:
{ Volare voluntario! Volare Sacre-Hèksio!
Volare senza-dûbtio! Volare trânsformatio! }
Dit is de spreuk in modern Heksisch. De meeste Heksen gebruiken echter niet de spreuk in modern Heksisch, maar in Oud-Heksisch, omdat deze betere resultaten geeft en plotselinge vermindering van vliegkracht voorkomt.
De spreuk in Oud-Heksisch luidt:
{ VôhlÀrhè EvòlônhtÁhrìo!
VôhlÀrhèdwzysjmaly Sacrèhèhè-Hèckszyo!
VôhlÀrhèthmáthîrszjHàdswaahnyi senHza-dubbîhntýo!
VôhlÀrhèmasjqhûadrhúsjmasjzliý EthrÁnsfôrMàHádzýô! }
Deze spreuk is erg lastig om correct uit te spreken en het is van het grootste belang om het goed te doen. Een ‘è’ klinkt bij Heksen als een felle en gemene stootklank (als in het Heksenlachje hèhèhè!), letters waar een accent circonflexe (een dakje, een dakje is een ^ boven de letter) boven staat moeten vergezeld gaan van een soort rauwe grom en de h-klanken moeten als het ware gezucht of gehijgd worden. Indien de Heks hierin fouten maakt, zal zij niet goed kunnen vliegen.
De betekenis van de spreuk is:
{ Vliegen, ja: vrijwillig! Vliegen, als een Heilige Heks!
Vliegen zonder angst noch twijfel! Vliegen doet mij overgaan! }
Heksen vliegen zonder vleugels, ook al spreidt een enkele Heks weleens haar Heksenmantel wijd uit. Dat Heksen zonder vleugels toch kunnen vliegen komt omdat zij zich insmeren met Vliegzalf (zie aldaar).
Het is niet werkelijk mogelijk een bezemsteel van een Heks te stelen. Waarschijnlijk komt het door de lange tijd die een Heks nodig heeft om een bezem tot de hare te maken, dat hij haar onvervreemdbaar eigendom is en blijft. Indien een stoutmoedig Mens een bezemsteel van een Heks zou wegnemen, dan zou de bezemsteel waarschijnlijk zelfstandig terugvliegen naar de Heks. Mocht de bezem hiertoe te weinig vliegkracht bezitten, dan zal hij een signaal uitzenden op een trillingsfrequentie die alleen voor Heksen waarneembaar is. De eigenares zal dit signaal opvangen en haar bezemsteel op komen halen. Dat dit bezoek ook enkele zeer nadelige gevolgen voor de dief zal hebben, mag duidelijk zijn. Het is tevens waarschijnlijk dat ook de bezem zelf de dief een aantal stevige meppen zal verkopen.

Wie bang is voor Heksen en ze buiten de deur wil houden, zet een bezemsteel omgekeerd voor de voordeur neer. Achter de voordeur kan in principe ook, een Heks zal dit registreren. Het is feitelijk niet zo, dat Heksen door een deur heen kunnen kijken, maar wat er in realiteit gebeurt, is, dat zij de trillingsfrequentie van de omgekeerde bezem kunnen voelen, en hiermee ook de plek waar deze staat.
Heksen zien een omgekeerde bezem van een Mens als een teken van ootmoed: de Mens geeft hiermee te kennen, dat hij nooit op een bezem zal kunnen vliegen, dat hij niet over magische krachten beschikt, en dat hij slechts de intentie heeft zijn bezem voor eenvoudig schoonmaakwerk te gebruiken.
Heksenketel
Hierin brouwen Heksen smerige goedjes, gifbrouwsels, maar ook soep om te eten. De Heksenketel is van koper -meestal groen uitgeslagen en vanbinnen zwart als de hel- en hangt boven een vuur.
Glazen Bol
De Glazen Bol wordt ook wel Toverbol of Kristallen Bol genoemd. In het Duits spreekt men van een ‘Hexenkugel’. In een Glazen Bol kan een Heks niet alleen een redelijk beeld krijgen van de toekomst, het is ook een magische opslagplaats van gebeurtenissen uit het verleden. Ook het heden dat zich afspeelt op andere plekken dan die waar men zich bevindt, kunnen in de Glazen Bol worden opgeroepen en waargenomen.
Heksenhoed
De traditionele Heksenhoed is vrij hoog en gestulpt: de hoed heeft verschillende verdiepingen, van breed naar steeds smaller, waardoor de hoed een unieke, rommelige indruk maakt. De hoed eindigt in een punt.
Een moderne Heksenhoed is doorgaans hoog en loopt van breed naar smal (zonder verdiepingen).
Ook mengvormen komen voor: zo kan een moderne Heksenhoed buigingen, kronkels of kinken hebben, wat het authentieke Heksen-effect versterkt.
Heksenboek
Het boek met alle algemene en persoonlijke Heksenspreuken van een Heks. Dit zijn haar toverformules.
Heksenmantel
De Heksenmantel is een zwarte of donkergekleurde cape. Soms spreidt een Heks tijdens de vlucht haar mantel uit om meer zweefkracht te verkrijgen. Haar mantel of cape dient dan als vleugels.

Een Heks is –meestal- een vrouw die over magische krachten beschikt: zij kan toveren. Traditioneel wordt een Heks gezien als een kwaadaardig wezen, zij gebruikt haar Toverkracht om anderen leed te berokkenen.
De moderne opvatting over de traditionele (Sprookjes-)Heks is, dat het genoegen dat zij schept in het pijn doen van anderen (sadisme en/of leedvermaak) voortkomt uit onverwerkt eigen leed. Het gaat in deze zienswijze dan om een vrouw die vaak zelf als kind vernederd en mishandeld werd, maar als volwassen vrouw klaarblijkelijk niet in staat was haar eigen leed te verwerken en zo ertoe gebracht werd haar emotionele pijn te verplaatsen naar anderen.
Het trachten emotionele eigen pijn over te brengen of te verplaatsen naar een ander Mens of Wezen (energetische pijn-verschuiving), is iets wat maar ten dele mogelijk is. Het is een wereld van schijn waar men hier terechtkomt, want de eigen emotionele pijn zal beklijven en zelfs nog verergeren, maar voor de gemene Heks die een ander vernedert, kleineert of mishandelt, zal deze daad toch een gevoel van opluchting geven: een kick. Deze kick werkt verslavend en hierdoor kan de kwaadaardige Heks niet meer bestaan zonder het schade en leed berokkenen aan anderen.

Over het algemeen was een Heks in de geschiedenis een vrouw van wie men dacht dat zij een pact (overeenkomst) met Satan (de Duivel) had gesloten. De Heks zou over magische krachten beschikken (kunnen toveren) en deze krachten inzetten om mensen schade te berokkenen. Er zijn wel enkele voorbeelden bekend van Heksen die de witte magie bedreven, maar een positief beeld over Heksen dateert pas van de twintigste eeuw. (het gaat dan om vrouwen die zich Heks noemen, niet om Sprookjesheksen)
Reeds in de oudheid bestond er geen positief beeld van Heksen, maar men liet ze wel met rust.
In de middeleeuwen verergerde de beeldvorming ten aanzien van Heksen enorm. Er vonden grote rampen plaats als pestepidemieën en hongersnoden. Vrouwen die verdacht werden van het hebben van Satanische krachten werden een makkelijke zondebok.
In de late middeleeuwen en vooral in de hierop volgende renaissance kwam het tot daadwerkelijke heksenvervolgingen. Er vielen vele tienduizenden slachtoffers.
Vaak het ging het om vrouwen die sociaal geïsoleerd leefden, niet getrouwd waren en geen kinderen hadden. Soms ook waren het vrouwen die een psychische stoornis hadden, die in die tijd nog niet of nauwelijks als zodanig benoemd werd. Dikwijls waren het vrouwen die zich met de natuur verbonden voelden. Ze waren zwak en konden makkelijk bestempeld worden als ‘slecht’, aangezien er toch niemand was (familie, echtgenoot) die het voor hen zou opnemen.
Toen op een gegeven moment een tweetal monniken begon te vermoeden dat de Duivel de wereldheerschappij over wilde nemen en dat hij hiertoe Heksen zou inzetten, trof een diepe angst de mensheid en zag men zich gerechtvaardigd Heksen te vervolgen en te berechten op de meest schaamteloze wijze.
Wanneer een Heks bekende, dan werd zij onmiddellijk ter dood gebracht. Er waren allerlei wrede manieren om een Heks tot een bekentenis te dwingen, zo werd het toegestaan haar te martelen of op de pijnbank (folterbank) te leggen, hetgeen uiteindelijk natuurlijk vrijwel altijd tot een bekentenis leidde.
Er waren voorts verschillende Heksenproeven –hieronder beschreven- die als methodes beschouwd werden om te achterhalen of een vrouw een Heks was of niet.
Weegproef
Hierbij werden Heksen op een zogenaamde Heksenwaag gewogen. Daar Heksen zouden kunnen vliegen, ging men ervan uit dat ze zeer licht moesten zijn. Elke vrouw die lichter was dan 50 kilo, werd als Heks beschouwd. Dat het vaak om arme vrouwen ging, die weinig te eten hadden en dus zeer mager waren, liet men verder buiten beschouwing.
Waterproef
Heksen werden ook in het water gegooid. Hierbij dient te worden aangetekend dat de meeste mensen in die tijd het zwemmen onmachtig waren. Was de vrouw licht en bleef zij drijven, dan was zij een Heks en werd zij ter dood gebracht. Zonk zij, dan was zij een gewone vrouw, maar zij verdronk wel en men had dus evengoed het gewenste resultaat bereikt. Wel bestond er het voorschrift dat de vermeende Heks met een touw aan haar voet vastgebonden moest worden om verdrinking te voorkomen, maar men regelde vaak dat het touw versleten was, of slecht vastgemaakt aan de voet van de vrouw zodat het los zou schieten.
Vuurproef
Hierbij moest de van Hekserij beschuldigde vrouw over gloeiende kolen lopen. Wanneer zij een normale vrouw was, zou zij vanzelfsprekend brandwonden oplopen, maar als zij een Heks was, zou zij ongevoelig zijn voor hitte en vuur omdat zij een pact met de Duivel had gesloten en men van mening was dat zij om die reden niet door vuur of hitte verwond kon worden.
Dat dit een onzinnig argument is, blijkt uit het feit dat men wel placht Heksen ter dood te brengen door ze op de brandstapel te verbranden, en volgens de gedachte van de vuurproef zou een Heks hier dus ongedeerd uit moeten komen, wat nauurlijk nooit het geval was.
Satanstekens
Ook werd de vrouw van wie men vermoedde dat zij een Heks was wel met naalden geprikt op zoek naar een zogenaamd Satansteken, dit zou een zwarte plek of bult op de huid zijn. Vaak werden moedervlekken of puistjes als Satanstekens beschouwd en wanneer men werkelijk niets kon vinden, prikte men dikwijls net zolang door, dat de vrouw een aantal open wonden en wondjes kreeg die niet medisch verzorgd werden. De medische zorg in die tijd werd uitgeoefend door barbiers (kappers die kleine wonden verzorgden maar ook bijvoorbeeld tanden trokken), en chirurgijns die wat meer kennis bezaten. De vrouw kon doorgaans geen van deze beiden betalen en was daarom aangewezen op kwakzalvers (de laagste vorm van medische hulp in die dagen) die de zaak soms nog verergerden in plaats van beter te maken. Zo gebeurde het wel dat de wonden gingen infecteren en dat de vrouw uiteindelijk aan de gevolgen van een infectieziekte overleed.

Ten slotte volgt hier nog een deel waarover in geschiedenisboeken weinig te vinden is. Er waren in vroeger tijden vele vormen van huiselijk geweld. Kinderen werden tot slaaf gemaakt, of zij werden eenvoudigweg weggestuurd omdat men ze niet kon onderhouden (Hans en Grietje is een Sprookje waarin over dit thema verhaald wordt).
Ten tijde van de Grote Hongersnood (1315-1317) werden kinderen in de rivier gegooid of te vondeling gelegd. Ook werden kinderen opgegeten door de eigen ouders of door hen vermoord. Het opeten van de eigen kinderen is een dermate heftig en aangrijpend fenomeen geweest dat nog eeuwen na het in onbruik raken hiervan, dit in Sprookjes verwoord wordt. Sprookjes helpen hier bij de verwerking van het leed en de onmacht die onze verre voorvaderen kenden. Men noemt het eten van de eigen soort kannibalisme; als het gaat om het opeten van mensen wordt kannibalisme ook wel antropofagie genoemd.
De emotionele problematiek die de ouders die hun eigen kinderen opaten kenden, resulteerde in het zoeken naar een zondebok. Dit werd de Heks: ‘Zíj was het die onze kinderen opvrat’. Het was de ouders van vele eeuwen geleden emotioneel onmogelijk om toe te geven dat zij zelf de daders waren. Heksen werden toch al vervolgd, dus het was voor de hand liggend om ze ook maar van dit fenomeen de schuld te geven. Vandaar dat in zeer vele Sprookjes het thema kannibalisme voorkomt: Heksen gooien kinderen in de oven, koken ze in de pan, brouwen soep van ze of vinden een andere walgelijke manier van kannibalisme. Frappant is wel dat al die Sprookjes waarin dit thema voorkomt sinds jaar en dag als AL gekenmerkt worden en alle ouders van nu ze zonder problemen aan hun kinderen voorlezen. Waarschijnlijk is dit mogelijk omdat de emotie erachter door de eeuwen heen enorm afgezwakt is en zelfs vrijwel geheel is verdwenen en dat wij dit thema werkelijk als een Sprookje zijn gaan beschouwen en niet als het horror-fenomeen dat het vroeger in werkelijkheid was.

Minder erg dan het hierboven beschrevene, maar toch ook angstwekkend is, dat ouders die hun kinderen wèl konden onderhouden, dikwijls emotioneel tekortschoten en geen aandacht of tijd voor hun kinderen hadden. In vroeger tijden was dit alles veel heftiger dan nu en het leidde frequent tot ernstige vormen van huiselijk geweld. Kinderen kregen met de bezem of de stok en om deze waarheden te verdoezelen, werd later aan het kind verteld dat het een Heks was geweest die het kind er met de bezemsteel van langs had gegeven en erna opgestapt was en op de bezem was weggevlogen. Het kind –allang blij dat het weer in ouderlijke genade viel- zag geen andere uitweg dan zulke verzinsels te geloven.

De traditionele Sprookjesheks is kwaadaardig, boos en gemeen. Zij wordt doorgaans voorgesteld als een oude vrouw met een kromme rug, een lange gebogen neus (soms met een afzichtelijke wrat erop) en magere, knokige handen. De Sprookjesheks draagt een zwarte of donkergekleurde cape (Heksenmantel) en zij heeft een Heksenhoed op.
Heksen in traditionele Sprookjes zijn doorgaans extreem wreed. De Heks in Sneeuwwitje (Grimm) geeft Sneeuwwitje een zeer giftige appel te eten waardoor zij voor dood neervalt. Heksen eten ook vaak kinderen op. Zo wil de Heks in Hans en Grietje (Grimm) de kinderen bakken in de oven. In het sprookje ‘Rapunzel’ (Grimm) sluit de Heks een meisje op in een toren.
Een positief beeld van Sprookjesheksen dateert van recenter datum: in de Duitse speelfilm Bibi Blocksberg (2002) worden Heksen als goed voorgesteld. De hoofdpersoon in deze film (Bibi Blocksberg, gespeeld door Sidonie von Krosigk) is een twaalfjarige goede Heks die wegens buitengewone verdiensten –zij redde 2 kinderen het leven- vroegtijdig haar ‘Hexenkugel’ (Glazen Bol) mag ontvangen. Haar moeder (gespeeld door Katja Riemann) is ook een goede Heks, maar de twee worden tegengewerkt door de gemene Heks Rabia. Hier strijden de goede Heksen tegen een kwade Heks, waarbij de goede Heksen overwinnen.
Nieuwe Sprookjes verhaalt ook over Gouden Hekserij, die beoefend wordt door de Gouden Heksen. Gouden Heksen handelen vanuit goedheid, zuiverheid en liefde en zijn dus een uitzondering op de regel dat Heksen kwaadaardig zijn. Zij beoefenen geen zwarte, maar gouden magie.

Heden ten dage zijn er ook vrouwen die zich Heks noemen. Deze moderne Heksen hebben niets vandoen met de Heksen uit Sprookjes. Zij voelen zich verbonden met de natuur, weten vaak veel van kruiden, mineralen en gesteenten en kennen dikwijls een bijzondere omgang en verbondenheid met dieren. Zij gebruiken rituelen die vaak teruggaan op oude gebruiken, kennen heksenfeesten en vollemaansfeesten en een inwijding voor nieuwkomers.
Zij hebben een voorliefde voor het spirituele en bovennatuurlijke, en verbinden magie dikwijls met een gezonde mate van eigenzinnigheid.
Een andere naam voor moderne hekserij is ‘wicca’. Een moderne Heks noemt zich ‘een wicca’.
Er zijn solitaire Wicca’s maar er zijn ook Wicca-gemeenschappen. Een solitaire Wicca beoefent haar Heksenkunst in haar eentje; een ‘coven’ of Heksengemeenschap is een groep van ingewijden die samen rituelen uitoefent en met elkaar praat.

Aardeheksen
Aardeheksen zijn Heksen die verbonden zijn met de aarde. Dit is dus een verzamelnaam voor vele Heksensoorten, zoals Bergheksen, Grondheksen, Heideheksen en Stadheksen.
Adachigahara
Adachigahara is een Japanse Moerasheks, die de foetussen van zwangere vrouwen opeet. Zij wordt ook wel Adachi-Moor genoemd.
Baba Yaga
Baba Yaga is een Russische Heks en Natuurvrouw. Zij komt voor in alle Slavische landen, zoals Bulgarije, Oekraïne, Polen en Tsjechië. Zij is grillig, onvoorspelbaar en onbetrouwbaar. Zij schroomt niet mensen kwaad te berokkenen, maar zij bewijst ze ook weleens een dienst. Zij vliegt niet rond op een bezemsteel, maar in een grote vijzel, een pot waarin je kruiden als hele pepers en kruidnagels fijn kunt stampen. Wanneer zij in haar vijzel rondvliegt, neem zij een gebogen –bijna gehurkte- houding aan: je kunt haar knieën tegen haar scherpe kin zien drukken. De stamper gebruikt zij als roer en hiermee kan zij van richting veranderen. Soms gebruikt zij ook een bezem of zwabber maar alleen om haar sporen in de lucht uit te wissen, want Baba Yaga blijft graag ongezien.
Zij leeft zeer diep in het woud, het is vrijwel onmogelijk haar te vinden, zij bewoont daar een akelig uitziende hut (de hut is met mensenbeenderen bekleed) die op enorme kippenpoten staat. De kippenpoten leven nog en hierdoor kan de hut dansen en van links naar rechts bewegen. De hut verandert ook wel van plaats, wat de onvindbaarheid van de Heks nog vergroot.
Een enkele maal krijgt Baba Yaga toch bezoek van een vermetel mens. Zij vraagt haar bezoeker dan altijd: “Kom jij hier uit vrije wil, of ben jij gestuurd?”
Baba Yaga draagt geen Heksenhoed, haar tanden zijn van ijzer en zij is mager als een skelet.
Wanneer zij zich op pad begeeft, steken meestal stormachtige winden op en wind- en bosgeesten vergezellen haar.
‘Baba’ betekent ‘oude vrouw’, en ‘Yaga’ betekent ‘slang’.
Bergheksen
Bergheksen leven in het binnenste van bergen. Zij zijn ook verantwoordelijk voor het ontstaan van bergen, de zogenoemde orogenese. Doordat Bergheksen zeer levendig en bedrijvig zijn en ook veel ònder de aarde hun Heksenpraktijken uitoefenen, gebeurt het wel dat aardplaten tegen elkaar opbotsen. Hierdoor ontstaan gebergtes.
Bergspleetheksen
Synoniem voor Schluchtheksen, zie aldaar.
Blauwheksen
De Blauwheksen leven op de Blauwheksenplaneet. De Blauwheksenplaneet –ook wel Blauwplaneet genoemd- bevindt zich in ons zonnestelsel, nabij de planeet Saturnus. Blauwheksen hebben een middernachtsblauwe huidskleur en gele ogen zonder oogwit. Hun ogen stralen als felgele lampen. Heerseres der Blauwheksen is Blava-Sublíma, de Blauwheksen zijn agressief en hebben een leger dat onder leiding staat van Blauwheks Militária. De Blauwheksen worden beschreven in de 23ste Heksentrilogie van Nieuwe Sprookjes, getiteld ‘Blauwheksenplaneet’, kenmerk H23.
Boomheksen
Deze Heksensoort leeft niet alleen in bomen, een Boomheks is dikwijls ook in staat zichzelf op een boom te doen gelijken. Zo valt zij nauwelijks te onderscheiden van een echte boom. De Boomheksen waren in staat deze kunst tot metamorfose te ontwikkelen doordat zij eeuwenlang in bomen leefden en zo de energie ervan overnamen.
Geestheksen
Synoniem voor Nachtheksen, zie aldaar.
Gifheksen
Gifheksen worden ook wel Serpenten genoemd. Zij zijn Meesteressen in het mengen van giftige kruiden, die zij brouwen in hun Heksenketel. Zij voegen er levende padden aan toe om het brouwsel tot een langzaam werkend gif te maken, of zij voegen er gedroogde gifkikker aan toe, om van het mengsel een snelwerkend gif te maken.
Gouden Heksen of Goudheksen
Gouden Heksen of Goudheksen vormen een uitzondering op de (Sprookjes-)regel dat Heksen kwaadaardig en boos zijn en slechts de Zwarte Magie (Hekserij) beoefenen. Gouden Heksen handelen vanuit zuiverheid, oprechtheid, medemenselijkheid en liefde en kennen de Gouden Magie, ook wel Goudhekserij of Goudmagie genoemd. De bron van deze Goudhekserij is ‘De Reine Goudklomp’, een reusachtige, toverachtige maar bestaande goudklomp die zich op een zorgvuldig verborgen gehouden plek bevindt. De Gouden Heksen of Goudheksen eren de materiële waarde van deze bron, maar het gaat ze vooral om het symbool dat ‘De Reine Goudklomp’ is: deze staat voor reinheid, zuiverheid, oprechtheid, medemenselijkheid en liefde. Goudheksen vereren de zon, niet de maan.
De Goudheksen beschikken over de geheime receptuur van het levenselixer, ook wel danswater of steen der wijzen genoemd; de Goudheksen noemen het ‘Goudwater’ of ‘Aurum Fluïdum’ (aurum is het Latijnse woord voor goud, een fluïdum is een bewegende vloeistof zonder vaste vorm). Dit Goudwater is helend en genezend, werkt levensverlengend, kan onder bepaalde omstandigheden een eeuwige jeugd mogelijk maken, zou onsterfelijkheid vermogen te bewerken en bovendien kan men er gewone metalen als staal en ijzer mee veranderen in goud.
Het Goudwater is tevens geluks-verhogend.
Grafheksen
Grafheksen leven op begraafplaatsen, ze wonen in doodskisten of graftombes. Ze vieren vaak Nachtfeesten met Vampieren. De Grafheksen komen voor in de vierde Heksentrilogie, Kenmerk H4.
Grondheksen
Zoals een hagedis tegen een muur opkruipt, zo kruipt een Grondheks over de grond. Zij is hier ongelofelijk behendig in en kan al kruipend een snelheid bereiken van bijna 30 km/uur. Ter vergelijking: het wereldrecord 100 meter sprint voor mannen staat op naam van Usain Bolt (jaar 2009; 9,58 seconden). Bolt haalde een snelheid van 37,57 km/uur.
Grotheksen
Deze Heksen leven in grotten of holen. Zij hebben meestal een kat als huisdier. Een vrouw die Grotheks wordt, wordt beschreven in de Heksentrilogie met Kenmerk H9. Grotheksen worden ook wel Spelonkheksen genoemd; een spelonk is een donker hol in een rots.
Heideheksen
Een Heideheks is een Hutheks die de heide als verblijfplaats heeft uitgekozen: zij leeft in een hutje op de hei. Heideheksen zijn bijzondere vrouwen die alleen leven en genoeg hebben aan zichzelf. U kunt over een Heideheks lezen in de 22ste Heksentrilogie, met de titel ‘Het Tragische Verhaal van De Eenzame Heideheks’, kenmerk H22.
Heksinnen
Heksinnen zijn vrouwelijke Heksen. Deze naamgeving wordt gebruikt in het geval dat er ook mannelijke Heksen optreden. De mannelijke Heks wordt dan Manheks of simpelweg Heks genoemd, de vrouwelijke Heksin. Heksinnen komen voor in de Heksentrilogie met Kenmerk H31, getiteld ‘De Heelheks uit De Hel’.
Hutheksen
Hutheksen zijn eigenlijk niet zozeer Heksen, maar vriendelijke, vereenzaamde vrouwen. Zij leven in afzondering, omdat Mensen hen kwetsten en pijn deden, en zijn om die reden liever op zichzelf. Zij leven in een hut, in het bos, op de heide, of in de bergen.
Kalen
De Kalen zijn mannelijke Heksen die agressief en asociaal zijn. Zoals hun naam al aangeeft, hebben zij zich ontdaan van hun hoofdhaar. Zij streven naar de wereldheerschappij en schromen daarbij niet om anderen kwaad te berokkenen. In de elfde Heksentrilogie (Kenmerk H11) wordt verhaald over 2 broers die wees zijn. Door de beet van een gifkikker worden zij agressief en besluiten zij zich ‘De Kalen’ te gaan noemen. Het gif van een bijzondere slang zou als tegengif kunnen werken.
Kijo
Dit is een Japanse Heks, een jonge vrouw. Haar tegenhanger is Oni Baba, die staat voor een oude vrouw.

Luchtheksen
Luchtheksen –ook wel Lucht-energieën genoemd- zijn eigenlijk geen Heksen, maar onzichtbare energieën die zich in de atmosfeer bevinden. Zij werken als ‘ogen’ die ervoor zorgen dat vliegende Heksen niet tegen elkaar botsen en ook dat Heksen die hoog vliegen (op zo’n 10 kilometer hoogte) niet tegen een vliegtuig botsen. Vliegende Heksen voelen deze Luchtenergieën heel goed aan: het zijn luchtstromingen die ze een bepaalde kant opsturen.
Het komt wel voor dat een vliegende Heks lak heeft aan de Luchtheksen en dat zij een geintje uit wil halen. Dan gaat de Heks expres onder een vliegtuig vliegen (‘kleven’) en zij blijft daar gedurende enige tijd. Als zij merkt dat het vliegtuig stabiel vliegt, dan duikt zijzelf in enen de diepte in, waardoor een luchtzak ontstaat, het vliegtuig plotseling enkele meters in hoogte daalt en de passagiers in het vliegtuig tijdelijk een zeer onaangenaam gevoel in de buik krijgen!
Soms ook gaat een Heks aan de onderkant van een vliegtuig hangen, dan heeft zij haar bezem even niet nodig om te vliegen en zij gebruikt die dan om eens even stevig door de lucht te vegen. Door deze wervelende bewegingen van de bezem van de Heks ontstaat turbulentie en de passagiers in het vliegtuig krijgen het wonderlijke en onaangename gevoel dat het vliegtuig over ‘een hobbelig wegdek’ vliegt.
Wanneer Heksen rustig en voor hun eigen plezier willen vliegen, vliegen zij zeer hoog. De atmosfeer (dampkring) die de aarde omgeeft, is opgebouwd uit verschillende lagen. Tot 10 kilometer heet hij de troposfeer. Hierboven –vanaf circa 15 kilometer- spreken wij van de stratosfeer. Nog weer hoger –vanaf 50 km.- vinden wij de mesosfeer en dit is het deel van de atmosfeer waarin veel Heksen vliegen. Het is hier zeer koud (min 50 tot min 100 graden), maar de Heksen beschermen zichzelf met Toverformules en Magische Mantels tegen deze kou. Het gevolg van de grote warmte die zij voor zichzelf moeten oproepen, is dat zij oplichten. Dit verschijnsel wordt door de wetenschap geïnterpreteerd als ‘lichtende nachtwolken’.
Maanheksen
Op de Maan leven zo’n 500 Heksen: de Maanheksen. Hun heerseres is Opper-Heks Luna-Venijn, enkele namen van de aan haar ondergeschikte Maanheksen zijn: Geménya, Vuilógya, Serpèntya, Vuilàkkya, Kwetst-Grágya, Sadístya, Zwartmàgya, Smeerpèntya en Diàbola. De Maanheksen zijn de enig overgebleven Heksensoort die nog antropofagisch is (Mensen opeet).
De Maanheksen zijn de gezworen vijandinnen van de Nachtheksen, want die houden alleen van inktzwarte, maanloze nachten. Over Maanheksen wordt verhaald in de Sprookjes met Kenmerk B41 en H2.
Manheksen
Hoewel de meeste Heksen vrouw zijn, komen er ook mannelijke Heksen voor, zoals de Kalen (zie aldaar). Wanneer er mannelijke Heksen voorkomen in een Sprookje, worden vrouwelijke Heksen ter onderscheiding ook wel Heksinnen genoemd. Heksen en Heksinnen komen voor in de Heksentrilogie met Kenmerk H31, getiteld ‘De Heelheks uit De Hel’.
Mistheksen
Ook wel ‘Mistfenomenen’ genoemd. Mistheksen kunnen plotseling ontstaan in een mistbank, zij zien eruit als een grijsachtige verschijning van ruim 2 meter hoog. Vaak omgeeft hen een Heksenmantel, die iets donkerder van tint kan zijn. Soms zijn Mistheksen nauwelijks zichtbaar, maar wel hoorbaar: zij zuchten of uiten een klaaglijk steunend geluid. Wanneer de mist verdwijnt, lossen deze ‘Mistfenomenen’ weer op in het niets.
Moerasheksen
Moerasheksen leven onder of in het moeras, soms in holen, soms ook hebben ze een complete ondermoeras-wereld gebouwd. Koningin Zomp is de heerseres van zo een ondermoeras-wereld. De Moerasheksen worden beschreven in de 1ste Heksentrilogie met de titel ‘De Moerasheksen’, kenmerk H1 en in ‘Beowulf en Het Monster Grendel’, zonder kenmerk.
Nachtheksen
De Nachtheksen zijn de gezworen vijandinnen van de Maanheksen, omdat zij van inktzwarte duisternis houden en zelfs het bleke schijnsel van de maan verafschuwen. Nachtheksen worden ook wel Geest- of Schimheksen genoemd, omdat je door ze heen kunt lopen. Dit kan gebeuren op een avondwandeling tijdens de herfst. Wanneer je door een Nachtheks heenloopt, voelt dat aan alsof de lucht opeens kouder is geworden: je huivert even. Erna voelt de lucht weer aan als voordien. De Nachtheksen bewonen het Nachtparadijs en worden geregeerd door de Koningin van de Nacht. Nachtheksen zijn erg gemeen en martelen graag Mensenkinderen; alvorens hiertoe over te gaan dwingen zij het kind een levende paarse pad op te eten, die het omgekeerde effect van een verdoving op een Mens heeft. De Tweede Heksentrilogie (Kenmerk H2) gaat over Nachtheksen.
Oni Baba
Oni Baba is een Japanse Heks, een oude vrouw. Oni zijn duivelse geesten, die volgens het Japanse geloof ontstaan wanneer iemand na zijn overlijden blijft ‘vastzitten’ in zijn haat, wrok en bittere verwijten: een ziel die geen vrede vindt.
Ooglozen
Dit zijn zeer enge Heksen met holle oogkassen. Zij hebben geen ogen en zien dus ook niets. Hun armen zijn lang en dun en hun vingers lijken op tentakels. Het vermoeden bestaat dat ze hun armen en vingers ineens kunnen ‘uitschuiven’ (verlengen/augmenteren). Ze zijn in staat een varken of kat (en dus ook een baby of dreumes) op te pakken met hun grijpgrage vingers. Hun lichaam is mager maar volgroeid, toch gelijken de meeste Ooglozen een kind, gevangen in het lichaam van een volwassen vrouw. Ze hebben soms een bochel. De metamorfose van Mens in Oogloze wordt beschreven in de Heksentrilogie met Kenmerk H7, het 2de deel.
Scheetheksen
Scheetheksen zijn op zich een vrij grappige Heksensoort, waarvan men echter toch zeer veel hinder kan ondervinden! Scheetheksen laten winden waar zij ook maar zijn, zij scheppen hier buitengewoon veel behagen in. Allerlei onduidelijke vieze luchtjes –onbestemd van aard- die een mens het leven verzuren, worden dus veroorzaakt door Scheetheksen.
Scheetheksen zijn ontelbaar in aantal, ze vermenigvuldigen zich door een knalscheet te laten: een scheet die zo verschrikkelijk stinkt dat hierdoor een nieuw Scheetheksje geboren kan worden.
Het is onmogelijk Scheetheksen op te sporen en ze te pakken te krijgen, want ze blijven altijd onzichtbaar. Ze verraden zich slechts door de onaangename geuren die ze verspreiden en een enkele maal door hun gegrinnik of een onderdrukte proestlach.
Schijnmensen
Synoniem voor Stadheksen, zie aldaar.
Schimheksen
Synoniem voor Nachtheksen, zie aldaar.
Schluchtheksen
Schluchtheksen of Bergspleetheksen huizen in de nauwe opening tussen twee rotswanden. Schluchtheksen zijn vaak erg beangstigend. De bekendste Schluchtheks heeft –zoals wel meer Heksen- de naam Walpurgia, en de bijnaam ‘Duivelin van De Schlucht’. Zij heerst over de Wutachschlucht in het Zwarte Woud in Duitsland. Zij komt voor in de Heksentrilogie met Kenmerk H8.
Serpenten
Synoniem voor Gifheksen, zie aldaar.
Slootheksen
De Slootheks is een ontevreden Heksensoort die gebonden is aan één specifiek slootje, waaraan zij huist. Dikwijls praat de Heks met haar slootje en dit zijn doorgaans gesprekken waarin over en weer verwijten worden gemaakt. De Slootheks wordt beschreven in de 39ste Heksentrilogie, getiteld ‘De Apin’, kenmerk H39.
Spelonkheksen
Synoniem voor Grotheksen, zie aldaar.
Stadheksen
Stadheksen zijn niet van normale Mensenvrouwen te onderscheiden, om die reden worden zij ook wel ‘Schijnmensen’ genoemd. Het lijkt dan ook ondoenlijk om je tegen een Stadheks te beschermen, want als zij er zo normaal en gewoon uitziet… Toch kunnen Mensen soms voelen dat er ‘iets niet in de haak is’ met zo’n vrouw. Stadheksen deinzen niet terug voor geweld, als het nodig is, gaan zij tot het uiterste (moord). Zie de Heksentrilogie met Kenmerk H12.
Strijdheksen
Deze Heksen leven op de planeet Mars. Zij vereren de god naar wie de planeet vernoemd is: Mars, de Romeinse god van de oorlog en de vader van Romulus en Remus, die later de stichters van de stad Rome zouden worden. De oorlogszuchtige Strijdheksen vliegen op speren, niet op bezemstelen en zij eren de god Mars door dansen uit te voeren op 1 maart, de geboortedag van de godheid Mars. (de maand maart is overigens ook vernoemd naar de god Mars)
Thanatos-Heksinnen
Thanatos is het Oudgriekse woord voor ‘dood’. Thanatos is de demon en personificatie van de dood. De Thanatos-heksinnen zijn Slavin-duivelinnen die in het Onderaardse Dodenrijk leven. Zij zijn ambi-thanátisch, dit betekent dat zij -hoewel ze dood zijn- toch een gestalte hebben en kunnen bewegen. Hun lichamen zijn echter niet gevuld zoals die van Mensen, maar leeg: ze bestaan inwendig uit doods-ether. De Thanatos-heksinnen zijn ook tweeduidig in hun gedrag: zij zijn zowel Heerseressen als Slavinnen. De Thanatos-Heksinnen zijn vrouwelijk, en kwaadaardig op een geheel eigen en uitzonderlijke wijze. Zij komen voor in de Heksentrilogie met Kenmerk H31 en ook in het laatste deel van de Heksentrilogie met Kenmerk H32.
Torenheksen
Torenheksen zijn zeer zeldzaam, men schat dat er op de wereld nog zo’n tien Torenheksen zijn. Men kan ze vinden in afgelegen torens die in onbruik zijn geraakt, en –omdat er weinig van zulke torens zijn- soms ook in ruïnes. Torenheksen hebben een diepe afkeer van contact met andere Heksen, en Mensen zien ze het liefst helemaal nooit. Daar kastelen met torens en ook ruïnes vaak toeristische plekken zijn, is het overleven voor de Torenheks erg moeilijk.
Trilheksen
Trilheksen of Zuidpoolheksen leven op de Zuidpool. Zij worden geregeerd door Heerseres-Trilheks Polaria. Trilheksen leven bij een gemiddelde temperatuur van min 100 graden en hun lichamen zijn voortdurend in beweging (trillen) van de kou. Dit beven van hun lichamen (het constant in beweging blijven) is nodig om hun lichamen warm te houden, anders zouden zij sterven. De Trilheksen komen voor in de dertiende Heksentrilogie, Kenmerk H13.
Vliegenzwamheksen
Een exceptionele Heksensoort die minuscuul is. Vliegenzwamheksen zijn kleiner dan een vliegje; zij leven in de witte stippen van de rode hoed van een vliegenzwam. Wanneer het regent verhuizen zij naar onder de hoed. Vliegenzwamheksen kunnen vliegen zonder hulpmiddel (als een vliegje), zij maken daarbij een zeer zacht en hees-snorrend geluid.
Aan de Vliegenzwamheksen danken de andere Heksen het dat zij hun vliegzalf kunnen bereiden, die het hun mogelijk maakt op hun bezemstelen door de lucht te vliegen. Heksen koken de hoed van de vliegenzwam (soms ook de gehele zwam); het is een van de ingrediënten van hun vliegzalf. De Vliegenzwamheksen laten hierbij het leven: hun vliegkracht en energie is in de vliegzalf gaan zitten. (zie ook: Heksen, vliegkunst)
Witte Heksen of Witte Wieven
Witte Heksen of Witte Wieven zijn minder kwaadaardig dan gewone Heksen, maar zij zijn niet zo goed als de Gouden Heksen. Witte Heksen zijn wispelturig en onvoorspelbaar: ze willen Mensen weleens een gunst bewijzen, maar het komt ook vaak genoeg voor dat ze iemand misleiden, in het ootje nemen of op subtiele wijze pesten. Aan de andere kant zijn er voorbeelden bekend van Witte Heksen die een in de sloot gevallen kind redden, een kind beschermen tegen een agressieve hond, een vrouw tegen een aanrander enzovoort.
Witte Heksen zijn vaak wijs; van oorsprong waren het vrouwen die als geneesvrouw optraden, erg veel wisten van kruiden en natuurlijke manieren van heling, en zieke mensen genazen. In het oosten van Nederland kent men nog veel sagen over de Witte Wieven. In Frankrijk heten ze ‘Dames Blanches’. Andere Nederlandse namen voor de Witte Heksen zijn: Witte Wieven, Witte Wijven, Witte Joffers, Oude Wijven. Witte Heksen zijn energetisch verwant aan Mistheksen.
Zeeheksen
De Oudste Zeeheksen leefden 500.000 jaar geleden. In het begin waren er slechts 3 Zeeheksen, die zussen van elkaar waren. Hun namen zijn Fiammata, Eleonora en Christiana. Ongelukkigerwijs werden zij alle drie verliefd op dezelfde man. Deze man koos Christiana uit als zijn geliefde en huwde haar. De andere twee zusters werden hierover zo kwaad dat zij Christiana vermoordden. God strafte deze twee zussen door ze naar onder de vulkaan de Etna te verbannen. Zij werden toen de Gezusters Etna en zorgen ervoor dat deze vulkaan nog steeds af en toe uitbarst. Hierover valt te lezen in de Heksentrilogie met Kenmerk H21.
Later kwamen er meer Zeeheksen, een van hen had als bijnaam ‘De Kwal’. Over haar wordt geschreven in de gelijknamige Heksentrilogie met Kenmerk H54.
Zuidpoolheksen
Synoniem voor Trilheksen, zie aldaar.
Zwamheksen
Zwamheksen zijn betrekkelijk onschuldig. Zij leven altijd in de buurt van paddenstoelen, schimmels en zwammen en zij babbelen voortdurend met elkaar. Wanneer er even geen andere Zwamheks beschikbaar is, dan praat de Heks gewoon in zichzelf door. Hun mond staat nooit stil, want als zij niet kletsen, eten of drinken zij wel wat. Zwamheksen worden eigenlijk alleen agressief, als je ze uitscheldt of slecht bejegent. Wanneer je ze met rust laat, doen ze vrijwel nooit kwaad.
Zweefheksen
Zweefheksen leven op hun bezemsteel, zij verlaten deze vrijwel nooit. Zo leven zij in de lucht, vliegend als zij zin hebben, en anders laten zij zich gewoon voortzweven op het ritme van de wind, zoals een vakantieganger lekker zou dobberen in de zee, zonder moeite te doen om te zwemmen. Zweefheksen zijn lui van nature, ze zweven liever dan ze vliegen en afstijgen van hun bezemsteel doen ze al helemaal niet graag. Ze overleven omdat ze nihilariër zijn: ze leven van lucht en wind en hoeven niet te eten noch te drinken. Zweefheksen zijn ook een voorbeeld van efficiency, want ze kunnen zich van A naar B verplaatsen vrijwel zonder inspanning en dus bijna zonder energie te verbruiken. Hun tochtje kan alleen wel nogal lang duren…
Zwerfheksen
Zwerfheksen zijn Heksen zonder vaste woon- of verblijfplaats. De bekendste Zwerfheks is Bárjalá, de Gekkin van Amsterdam, een getrouwde vrouw die haar gezin opgaf om te gaan zwerven door de straten van Amsterdam. Over haar wordt verhaald in de 14de Heksentrilogie, getiteld ‘De Gekkin van Amsterdam’, kenmerk H14.

Bitch
Duivelin
Eunjer
Feeks
Furie
Gekkin
Haaibaai
Harpij
Helleveeg
Hellewicht
Karonje
Kol
Kreng
Lellebel
Loeder
Megera
Mispunt
Morsebel
Nest
Rotwijf
Secreet
Serpent
Slons
Takkewijf
Tang
Teef
Toverkol
Trut
Wicht
Wijf
Wraakgodin
Xantippe

Heksenkring
Heksenkringen zijn kringen van paddenstoelen die men soms in het bos aantreft. Een paddenstoel is de vrucht van een schimmel; de zwamvlok is het ondergrondse netwerk van draden van de schimmel. Het komt voor dat de zwamvlok in alle richtingen gaat groeien: zo ontstaat een heksenkring. Paddenstoelen groeien zeer snel en zo kan in één nacht een heksenkring ontstaan. Dit lijkt dan toverij, omdat een wandelaar die een avondwandeling en een ochtendwandeling op dezelfde plek maakt, plotseling een heksenkring ziet die er de avond tevoren niet was. Dit is mogelijk omdat paddenstoelen geen licht nodig hebben om te groeien; ze kunnen dus ook ’s nachts groeien.
Heksenkringen die eenmaal bestaan, kunnen zeer oud worden. In het Nationaal Park Dwingelderveld te Drenthe is een meer dan 50 jaar oude heksenkring van parasolzwammen te vinden met een diameter van 20 meter.
In Belfort (in het uiterste oosten van Frankrijk, tegen Basel aan) leeft een heksenkring van meer dan 700 jaar oud.
Door het magische en –vroeger- onverklaarbare van heksenkringen, waren ze ideaal materiaal voor bijgeloof. Zo meende men dat Heksen metamorfoseerden in een zwarte kat, een raaf of een kraai en des nachts Heksendansen uitvoerden in de kring. Wanneer de Heksenkring groot genoeg was, was een metamorfose niet noodzakelijk, behalve dan om de anonimiteit van de Heksen te waarborgen. Wanneer een Heksenkring een kleine diameter had, dan metamorfoseerden de Heksen in een kat, een raaf of een kraai.
Het bijgeloof bestaat dat de paddenstoelen verrijzen op de plek waar de voetafdrukken van de dansende Heksen zijn achtergebleven.
Heksenkringen zijn typisch voor Nederlandse en Duitse folklore, in Engeland spreekt men van ‘Elfenkringen’ en gelooft men dat het Elfjes zijn die erbinnen hun dansen uitvoeren. Een vrouw uit Wales zegt gezien te hebben dat de Elfen de paddenstoelen in de zomer als parasolletjes gebruiken en in herfst en winter als paraplu. Een man uit Schotland is van mening dat Elfen de paddenstoelen gebruiken als tafeltjes en stoeltjes om een feestelijke maaltijd te gebruiken.

Over één ding zijn alle volksgeloven het eens: stap nooit in een Heksenkring, want je betreedt iets wat door Natuurwezens als hun Heilige Grond wordt beschouwd en ze zullen een vloek over je uitspreken. Een Ierse sage verhaalt dat een boer die een schuur liet bouwen over een Heksenkring heen, de volgende dag van zijn verstand beroofd werd en pas na de hulp van een natuurgenezer weer tot zichzelf kwam.
Omdat Heksen zich onzichtbaar kunnen maken, is het ook mogelijk dat een wandelaar niet ziet dat er Heksendansen plaatsvinden in de Heksenkring; wanneer hij dan de Heksenkring binnenstapt wordt hij ook onzichtbaar gemaakt en dwingen de Heksen hem mee te dansen tot hij er dood bij neervalt. Het corpus zal door de Heksen ver weg gesmeten worden of meegenomen worden naar een volledig andere plek. Indien de Heksen de betovering niet verbreken, blijft de dode persoon onzichtbaar en zal hij dus als vermist worden opgegeven: men zal hem nooit meer kunnen terugvinden.
Heksensabbat
Een Heksensabbat is een geheime en mysterieuze bijeenkomst van Heksen, waarop zij dansen en bepaalde rituelen uitvoeren.
Traditioneel zijn er twee dagen in het jaar waarop de lucht bijzonder ijl en dun is en de elektromagnetische straling in de ether zeer gunstig zou zijn voor een contact met de geesten van dode mensen.
Dit zijn het oeroude begin van de zomer (1 mei) en het oeroude begin van de winter (1 november). De Heksensabbat vindt plaats in de nacht vóór 1 mei, dus op 30 april. 30 april wordt ook wel Walpurgisnacht genoemd.
Zeer lang geleden bestonden de maanden juli en augustus nog niet en telde het jaar dus 10 maanden. De Romeinse keizers Julius Caesar en Augustus vernoemden –als uiting van zelfverheerlijking- twee maanden naar zichzelf waardoor het jaar op 12 maanden uitkwam.
De nacht voor het oeroude begin van de winter is 31 oktober, dan wordt Halloween gevierd.
Heksen ontsteken tijdens de Walpurgisnacht vuren en zij zouden ook contact met de Duivel zoeken.
Heksensabatten vinden plaats op een berg, de bekendste locatie is De Blocksberg in het Harz-gebergte in Duitsland.
Walpurgisnacht dankt haar naamgeving aan een Engelse non –Walpurga- die later abdis werd in Duitsland.
In Nederland was 30 april gedurende lange tijd Koninginnedag; om die reden heeft zich hier geen Heksensabbat-traditie van betekenis ontwikkeld.
Walpurgisnacht
Walpurgisnacht is de nacht van 30 april op 1 mei. Tijdens deze nacht vieren Heksen de Heksensabbat. (zie aldaar)
Vollemaansfeesten
Een Vollemaansfeest (ook wel ‘esbat’ genoemd) wordt ritueel gevierd als het Volle Maan is. Het is één keer per maand Volle Maan. Moderne Heksen zullen bij een Vollemaansfeest doorgaans bij de maan passende kleding kiezen, zowel qua kleur als stof. Deze kleding is dan wit(achtig), grijs of zeer lichtblauw en licht om te dragen. De stof kan –tijdens de wintermaanden- ook dikker zijn, hij is dan vaak fijnkorrelig zoals de substantie van de maan. Het oppervlak van de maan bestaat uit fijn zand.
Tot 2009 verkeerde men in de veronderstelling dat er op de maan geen water was; hierna heeft men deze these moeten bijstellen want men ontdekte dat er toch geringe hoeveelheden water aanwezig zijn op de maan.
De maan is zo’n 4,5 miljard jaar geleden ontstaan als een afsplitsing van de aarde. Nu is hij een satelliet van de aarde, dit betekent dat hij in een baan om de planeet aarde heen draait.
De maan zelf geeft geen licht, dat wij hem als wit of zilvergrijs kunnen waarnemen, komt omdat de maan bestraald wordt door de zon. Maanlicht is dus geen eigen licht van de maan, maar een reflectie van zonlicht.
De maan heeft 4 fasen.
Om de fasen van de maan te begrijpen, kun je het best het volgende doen.
Ga midden in je woonkamer staan en kijk door het raam naar buiten. Stel je nu voor dat je de maan vóór je hebt en achter de maan de zon. De zon beschijnt de maan dus van achteren, jij kunt van de maan niets zien. Dit heet Nieuwe Maan.
Nu draai je een kwartslag naar links (tegen de wijzers van de klok in), de maan draait ook, dus je hebt de maan weer vóór je. De zon staat nu rechts van je. De rechterhelft van de maan wordt door de zon beschenen. Dit heet het Eerste Kwartier.
Je draait nog een kwartslag, je staat nu met je rug naar het raam. De maan is weer met je meegedraaid, de zon staat nog steeds achter je. De zon schijnt over je hoofd heen en bestraalt één zijde van de maan volledig. Dit is Volle Maan.
Je draait nog een kwart naar links, de maan draait met je mee. De zon staat nu links van je en beschijnt de linkerhelft van de maan. Dit is het Laatste Kwartier.
Hetzelfde in andere woorden: een zwarte –maanloze- nacht heet Nieuwe Maan. Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat de maan dan precies tussen de zon en de aarde in staat: de maan is voor ons niet zichtbaar.
Wanneer de rechterhelft van de maan zichtbaar is, noemt men dit het Eerste Kwartier.
Wanneer vervolgens de hele maan zichtbaar is, is dit Volle Maan. Wat er in werkelijkheid gebeurt is dat wij één zijde van de maan geheel kunnen zien. Omdat de maan een bol is, kunnen wij nooit de gehele maan zien.
Het Laatste Kwartier ten slotte, betekent dat de linkerhelft van de maan zichtbaar is.
Wanneer het Volle Maan is, geloven Heksen dat er veel (magische) maan-energie vrijkomt, Volle Maan is dus het beste moment om energie in materie te laten indalen: de magische energie van een Volle Maan kan ‘dode’ materialen zoals stenen, mineralen en kristallen vullen: bezielen.

Bezemsteel
Een noodzakelijk attribuut voor een Heks om te kunnen vliegen. Zie onder Heks, Attributen, Bezemsteel.
Luchtheksen
Luchtheksen zorgen voor de veiligheid van de Heksen die vliegen. Zie onder Heks, Soorten, Luchtheksen.
Vliegzalf (Heksenzalf)
Heksenzalf, ook wel vliegzalf of onguent satanique genoemd, is een zalf die door Heksen op de huid en slijmvliezen wordt gesmeerd teneinde te kunnen vliegen. De meeste Heksen zijn niet in staat te vliegen zonder hulpmiddel, doorgaans een bezemsteel of stok; ook op een vijzel kunnen sommige Heksen vliegen, slechts een enkele zeer getalenteerde Heks vermag te vliegen uitsluitend en alleen met haar Heksenmantel, zonder verdere hulpmiddelen. Haar Heksenmantel -die zij wijd uit zal spreiden-, dient dan als vleugels.
De heksenzalf wordt bereid uit een veelheid van ingrediënten. Aan ons bekend zijn:
1) Wolfskers, ook wel slaapbes of belladonna genoemd, een zeer giftige kers die voor kinderen al snel dodelijk kan zijn. Belladonna (Italiaans voor ‘mooie vrouw’) werd in de middeleeuwen door schone maagden gebruikt om hun ogen groter te doen schijnen dan zij in werkelijkheid waren en hun pupillen te verwijden. Dat zij van het gebruik van deze giftige wolfskers tevens bijkans blind werden, namen zij op de koop toe.
2) Het bloed van een vleermuis. Vleermuizen zijn zoogdieren die kunnen vliegen. Zij zweven niet alleen, zij vermogen daadwerkelijk te vliegen. Vleermuizen zijn ongelofelijk intelligente dieren die in staat zijn door een volstrekt verduisterde kamer te vliegen waarin allemaal draden zijn gespannen, zonder ook maar één draad te raken. Hun prooi vinden vleermuizen door echolocatie: zij zenden een trillend geluid uit en vangen de echo hiervan op; op deze manier localiseren zij hun prooi, doorgaans insecten. Dolfijnen gebruiken ook echolocatie.
Er bestaan ook vampiervleermuizen, die hun slachtoffers bijten en vervolgens hun bloed oplikken. Dit bloed is dan voedsel voor deze vampiervleermuizen. In de middeleeuwen werd ervan uitgegaan dat vampierbloed vlieg- of tenminste zweefkracht zou geven. Het doden van een vleermuis en het drinken van diens nog warme bloed zou een Heks vliegkracht verlenen.
3) Droomtranen (ook wel: magische tranen), voor Heksen het moeilijkst te pakken te krijgen ingrediënt: de tranen van een kind dat zichzelf in slaap heeft gehuild, of wakker schrikt van een nachtmerrie en hierbij tranen in de ogen heeft. Wanneer een kind droomt dat het kan vliegen en hierbij zachtjes weent, en een Heks krijgt zó’n traan te pakken, dan zal dit haar vliegkunst positief beïnvloeden.
4) Roet of as, noodzakelijk om weer naar de aarde terug te kunnen keren; anders zou een Heks eeuwig in de lucht verblijven.
5) Eigen bloed.
6) De hoed van een vliegenzwam. Wij zien deze rood met wit gestippelde paddenstoel als giftig, wat hij in principe ook is. Maar van de giftigheid geneest men meestal snel; meer wordt de hoed van de paddenstoel gekookt en genuttigd omwille van de psychedelische werking ervan: men meent dan dat men kan vliegen.
Overige manieren van vliegen
Baba Yaga vliegt in een vijzel, er zijn ook voorbeelden uit zeer oude tijden bekend van Heksen die op dieren vlogen.

De Heksenfee is een Geestverschijning die gevuld is met Heksen-energie. Zij is vooral kwaadaardig en zij heeft weinig met het goede en lieve van Feeën vandoen.
Het is de Heksenfee die op een huisspin inspreekt en zegt dat ze Spinnengodin kan worden (zie Heksentrilogie met Kenmerk H6). Het is ook de Heksenfee die een leven in eindeloos lijden mogelijk maakt voor Tramashia, de moeder van Ksolja (zie Heksentrilogie met Kenmerk H7).
De Heksenfee is een zuivere Geestverschijning: zij heeft zich nog nooit gematerialiseerd en is dus nog nooit zichtbaar geworden.

De Heksengod is een insect dat -ondanks Heksentoverkracht- niet in staat is van vorm te veranderen. De Heksengod is de Duivel in de vorm van een smerig-harige vlieg (Beëlzebub). De Heksengod is mannelijk.
De Heksengod staat symbool voor het allerslechtste in de mens. Hij wordt aangeroepen door het Schijnwijf (Heksentrilogie met Kenmerk H12, het laatste deel) wanneer zij een moment van zwakte (lees: goedheid) ervaart. Zij wil zich terugvechten in hardheid en kwaad, en roept hiervoor de hulp van de Heksengod in.
Beëlzebub zou een spotnaam voor Beëlzebul kunnen zijn. Baäl Zebul betekent ‘Heer van het Huis’, Baäl Zebub betekent ‘Heer der Vliegen’. Er zijn ook mensen die menen dat het geen spotnaam is, maar dat de angst in vroeger tijden te groot was om de naam van Beëlzebul uit te spreken, men zei daarom Beëlzebub.
De roman ‘The Lord of the Flies’ verwijst naar Beëlzebub. Dit beroemde boek van William Golding gaat over een groep jongens die na een vliegtuigongeluk op een onbewoond eiland belanden, langzaamaan hun beschaving verliezen en veranderen in een groep boosaardige wilden zonder scrupules.
De Heksengod staat –net als Beëlzebub- symbool voor een dieper kwaad dan dat van de Duivel. Het lijkt hier om een soort bittere intensivering te gaan van het Satanisch kwaad: een wereld waarin niet alleen geen goedheid meer is, maar waarin zelfs niet meer de wens tot het goede wordt geformuleerd. Men noemt dit een dystopie –het tegenovergestelde van een utopie- en dit is ook precies wat Golding in zijn boek ‘Heer der Vliegen’ zo treffend beschrijft.
Er bestaat een Nederlandse uitdrukking ‘De Duivel met Beëlzebub uitdrijven’, wat zoveel betekent als ‘kwaad met kwaad bestrijden’, of ‘iets slechts bestrijden met iets wat nog slechter is’.
In de Bijbel (Mattheüs 12:24) wordt Jezus er door de farizeeërs van beschuldigd een blinde het zicht terug te hebben gegeven door de hulp van Beëlzebul: “Alleen met duivelse krachten kon hij dit doen.” Jezus antwoordt dat men Satan niet met Satan uit kan drijven, maar dat demonen slechts uitgedreven kunnen worden door de Geest van God.

Heksen-Heiligen zijn overleden Heksen die verblijven in de Heksenhel en door vooraanstaande Heksen op aarde heilig zijn verklaard. Zij werden heilig verklaard omdat zij uitmuntten in het kwaad, en bij leven enkele excessief kwaadaardige Heksendaden verrichtten. Levende Heksen vereren de Heksen-Heiligen.
De Heksenmeester met wie het jonge Heksenmeisje Ardentya tijdelijk een –gedwongen- seksrelatie heeft, had ouders die Heksen-Heiligen waren. (Kenmerk H31/2)

De Hydra is een Monster uit de Griekse mythologie, het is een Draak met slangenkoppen. Verschillende waarnemers telden een verschillend aantal koppen, meestal tussen de 5 en 9. De Griekse dichter Simonides van Keos heeft het zelfs over 50 koppen. Keos is een Grieks eilandje, een der Cycladen, het is een ander eiland dan Kos, dat tot de Griekse eilandengroep de Dodekanesos behoort. Keos wordt tegenwoordig ook wel Kea genoemd.
De adem van de Hydra was zo giftig dat hij je dood deed neervallen. Het Monster leefde in het meer van Lerna, een van de poorten naar de onderwereld.
De held Hercules kreeg de opdracht het Monster te verslaan, wat erg moeilijk was: wanneer hij een slangenkop van het Draak-monster afhakte, groeiden er twee voor in de plaats terug. Pas toen Hercules hulp kreeg van zijn neef Iolaos, lukte het de beiden de Hydra te verslaan.
Figuurlijk gesproken heeft men het over een Hydra, wanneer men iets slechts poogt te bestrijden, maar de bestrijding een averechts effect heeft: het slechte wordt alleen maar erger door de bestrijding. Dit verwijst naar het afhakken van een slangenkop van de Hydra, waarna er twee voor in de plaats terugkwamen.

Hymir komt voor in de Germaanse en de Noordse mythologie. Het is een IJsreus (ook wel Vorstreus of Rijpreus genoemd): een Reus wiens adem zo koud is dat alleen zijn adem je al kan doen bevriezen.
Hymir is de bezitter van een enorme koperen ketel, waarin hij bier brouwt.
Nu gaf de God van de Donder Donar (in de Noordse mythologie: Thor) opdracht aan de Zeereus AEgir om bier te brouwen voor alle goden. AEgir had evenwel geen zin om dit bevel uit te voeren, daarom loog hij dat hij geen ketel had en dus geen bier voor de goden kon brouwen. Thor stal toen de reusachtige koperen ketel van Hymir en gaf die aan AEgir, zodat AEgir niet anders meer kon dan bier te gaan brouwen voor de goden.
In de Noordse mythologie is het overigens -anders dan in de Germaanse- geen bier maar mede (een zoete honingwijn).
Mogelijkerwijs als wraak voor zijn door de godheid Thor gestolen koperen ketel, bestuurt Hymir later het dodenschip Naglfar, een schip dat omkleed is met de afgeknipte nagels van pas overleden mensen. Dit schip zet Hymir in tijdens Ragnarok, dit is de strijd van de Reuzen tegen de Goden, waarbij de Reuzen de Goden vernietigen (het einde der tijden). Na Ragnarok verdwijnt de wereld in zee, zullen donder en bliksem tijdelijk heersen, waarna een nieuwe wereld ontluikt en uit zee oprijst; deze nieuwe wereld is zuiver, ongerept en vol pril groen.

Een incubus is een kwaadaardig wezen met satanische trekken (een demon). Incubi betreden als Schim de slaapkamers van jonge maagden (meisjes), soms ook van jonge vrouwen. Zij zouden in staat zijn op de vrouw te gaan liggen en gemeenschap met haar te hebben zonder dat de vrouw ontwaakt.
Incubi werden in vroeger tijden vaak gebruikt om waarheden te verdoezelen. Zo had de jonge vrouw misschien een minnaar, die des nachts heimelijk haar slaapvertrek binnensloop. Dan zei de vrouw bij het ontbijt tegen haar ouders dat een incubus haar die nacht genomen had. Zo bleef de vrouw vrij van schuld.
Ook familieleden die zich aan incest bezondigden en bijvoorbeeld hun dochter of nichtje tijdens de nacht kwamen bezoeken om haar seksueel te misbruiken of te verkrachten, schoven de schuld af op een incubus.
Het woord incubus komt van het Latijnse incubare, wat ‘liggen op’ betekent. Incubatio betekent zoveel als ‘uitbroeden’; hiervan stamt nog ons woord incubatietijd: de tijd die een virus nodig heeft om te ‘broeden’, dat wil zeggen de tijd die ligt tussen de besmetting met een virus tot het uitbreken van de ziekte.
In de oudheid had het woord incubatio overigens ook een positieve betekenis: incubatio betekende toen ‘tempelslaap’, dit was het gebruik om in de tempel of in een heilige grot te gaan slapen met de bedoeling om wonden te doen genezen of om verklarende dromen te krijgen.
Zie verder ook het artikel over ‘Succubus’.

Een Kabouter is een dapper en lief klein mannetje of vrouwtje met een lengte van circa 25 centimeter. Een grote Kabouter wordt 30 centimeter lang.
Kabouter Knabbelkoekie© is 20 centimeter. Dat is zelfs voor een Kabouter erg klein, maar toch is Kabouter Knabbelkoekie© de liefste en dapperste Kabouter die er bestaat. Zijn goedheid en vriendelijke karakter lijken sterker gegroeid te zijn dan zijn Kabouterlijfje. Wellicht is al zijn levens- en groeikracht in zijn liefheid en dapperheid gaan zitten en was er daardoor niet meer zoveel over voor de lengte van zijn lichaam.
Kabouters zijn vriendelijke Sprookjeswezens, ze zijn aardig, behulpzaam en zij hebben een open en geïnteresseerd karakter. Als iets nieuw voor ze is, zijn ze soms een klein beetje bang, maar ze zijn erg goed in staat zichzelf gerust te stellen en hun eigen dapperheid te zoeken en te vinden.
Kabouters zijn ofwel onsterfelijk (zoals Kabouter Knabbelkoekie©) ofwel eeuwig. Eeuwig betekent dat zij er altijd waren en er altijd zullen zijn (ze zijn niet geboren en ze gaan niet dood); onsterfelijk betekent dat ze wel geboren zijn maar niet zullen sterven. De meeste Kabouters zijn eeuwig, enkele zijn onsterfelijk.
Er is maar één Kabouter ooit geweest die gestorven is, en dat was Kabouterkeizer Knabbelkoek De Grote.
Kabouters hebben een andere tijdrekening dan Mensen. Wanneer je een Mensenjaar met 1.000 vermenigvuldigt krijg je het corresponderende Kabouterjaar. Ons jaar 1984 is dus Kabouterjaar 1.984.000. De Kabouters noemen dit jaar Het Jaar Balle-Balle-Boeps, want ze geven namen aan jaren.
Kabouters hebben namen voor alle jaren die in het verleden liggen, voor het huidige jaar en voor alle toekomstige jaren. Hoe dit laatste kan, is voor ons (nog) niet te begrijpen.
Ons jaar 2027 is Kabouterjaar 2.027.000. De Kabouters noemen dit jaar Het Asmarijngesmaakt Jaar.
Er zijn ook veel moeilijke tijden geweest voor de Kabouters. Kabouterjaar 1.842.033¾ (ensomsnogwat) {Mensenjaar 1842} wordt Het Jaar van de IJzigheid genoemd, de koude was toen bijna ondraaglijk geworden voor de Kabouters.
Ons jaar 1906 was Het Kabouter-Kamp-Jaar {Kabouterjaar 1.906.000}, er schijnt in dit jaar een onbegrijpelijke en onbeschrijflijk trieste oorlog te zijn begonnen, waarbij het onduidelijk is of de Kabouters onderling vochten of door een vijand van buitenaf aangevallen werden. Dat zij zelf een aanval zouden hebben aangevangen, kan gezien hun vreedzame karakter worden uitgesloten. Om deze reden zijn ook onderlinge gevechten minder waarschijnlijk dan een aanval van buitenaf.
In Mensenjaar 1907 duurde deze Kabouteroorlog voort, het Kabouterjaar-equivalent zou 1.907.000 zijn, maar Kabouters noemen dit jaar nooit. Als zij het opschrijven, noteren zij ‘Jaar x.xxx.xxx’, als zij over dit jaar praten, spreken zij niet over ‘Het Jaar van De Kabouteroorlog’, maar over het ‘Maggeenjaartalzeggen-jaar’.

King Kong is een Monster dat eruitziet als een reuzengorilla. King Kong beschikt over een enorme kracht en kan met gemak auto’s oppakken en door de lucht smijten.
King Kong werd vermaard door Amerikaanse en Japanse films.

Kleksie-Kabouters zijn Schijnkabouters. Ze worden zo genoemd omdat ze zich van het ene moment op het andere onzichtbaar kunnen maken. Ze doen dat meestal uit gemeenheid. Zo kunnen ze in bomen hangen en andere Kabouters aan het schrikken maken; de andere Kabouters worden bang want ze kunnen de Kleksies niet zien, omdat die zich snel onzichtbaar hebben gemaakt.
Een Kleksie-Kabouter die onzichtbaar is, blijft wel zichtbaar voor andere Kleksie-Kabouters. Voor een Kleksie is het heel makkelijk om zich onzichtbaar te maken: hij hoeft alleen maar met zijn linkerduim en –pink over zijn linker-oorlelletje te wrijven en tegelijkertijd met zijn rechterpink zijn linkerelleboog te beroeren.
Kleksie-Kabouters ‘spiegelen’: ze geven een ander de schuld van hun eigen nare eigenschappen. Bovendien kleineren Kleksie-Kabouters anderen: ze doen het altijd voorkomen of de ander dommer en minder goed is dan de Kleksie.
Kleksie-Kabouters hebben een eigen taal, daarin vind je hun karaktertrekken terug. De Kleksie-taal bevat derhalve veel spiegelwoorden. Zo is ‘kunnen’ in het Kleksie ‘nennuk’, ‘redden’ is ‘nêdder’. Niet altijd is het heel makkelijk om een spiegelwoord te herkennen: zo is ‘nijszh’ ‘zijn’, en ‘nêh koerp noednâh’ betekent ‘een broek aandoen’.
Er zijn ook echte Kleksie-woorden: Rabôsjkol = Kabouter; tsauberrevlûhp = toverpoeder; verdweensky = weg; grôggelsjky = trucjes, goochelarij en haihailappie = vreugdevol. Krnákkies zijn gemenigheden en een wroesj is Kleksie voor een overstroming.
Dat Kleksie-Kabouters anderen kleineren en net doen alsof de ander veel minder is dan zijzelf, vind je ook in hun taal terug. De Kleksie-taal bevat erg veel diminutieven (verkleinwoorden). Uitgangen van verkleinwoorden in het Kleksie zijn: -tje, -ie, maar ook –skie, -sky,–teltje, -taj en -aj. Zo is ‘Flef’ ‘Elf’ en ‘Flefaj’ ‘Elfje’, en een ‘wandelsky’ is een ‘wandelingetje’.
De Kleksie-Kabouters ontvoeren Kabouter Knabbelkoekie©. Dit verhaal wordt beschreven in het Sprookje met Kenmerk A16. Het Sprookje is ook op papier gezet in de Kleksie-taal, dit is Sprookje met Kenmerk A16a.

Kobolden zijn kwaadaardige en gemene wezens, die doorgaans net iets groter zijn dan hun vriendelijke tegenhanger de Kabouter. Het gezicht van een Kobold vertoont vaak scherpe trekken, hun gelaatskleur kan angstaanjagend wit zijn. (lijkwit)
Kobolden hebben geniepige, kleine oogjes; ze kijken ook vaak scheel.
Ze worden geregeerd door Keizer Kobold De Snode.
Kobolden lijken niet van zins zich tot het goede te bekeren, ze volharden vastbesloten in het kwaad.
Toch kunnen Kobolden de vervulling van de wens van een Mens zijn, want wij Mensen wensen elkaar ook niet altijd alleen maar goeds toe. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in De Pratende Ster (Kenmerk B5).
Keizer Kobold De Snode komt voor in De Aardmannetjesaarde, deel 1 (Kenmerk B8); hier wordt het meisje Isa ontvoerd door de gemene Kobolden.
Koning Rondom, de vader van Prinses Zachtliefje, werd vermoord door de Venijn-kobolden (Kenmerk B43).
In deel 2 van De Vernederingsheks en Haar Zoontje neemt een Kobolden-koor de Vernederingsheks in de maling (Kenmerk H41).
Een bijzondere plaats onder de Kobolden neemt de Vrees-Kobold in, een leerling van Keizer Kobold De Snode. De Vrees-Kobold is niet groter dan 30 centimeter maar hij vermag toch elk Mens een verschrikkelijke angst aan te jagen; zelf lijkt de Vrees-Kobold angstvrij te zijn. De Vrees-Kobold komt voor in Dromen uit de Hel, het eerste tweeluik: De Hellepoort, Kenmerk ii1.

De Krake, ook wel Kraak of Kraken genoemd, is een Zeemonster, dat onder meer voor de kust van Noorwegen gesignaleerd werd. De Krake zou in vroeger eeuwen menig schip hebben doen kapseizen of zelfs zinken.
Het is de vraag of de Krake een Sprookjeswezen is; de signalementen die van de Krake bestaan geanalyseerd hebbend, gaat men ervan uit dat de Krake een reuzenpijlinktvis is.
De reuzenpijlinktvis of architeuthis is voor mensen nog relatief onbekend terrein. Het dier werd pas ontdekt in 1925 en de enige exemplaren die door wetenschappers bestudeerd konden worden, waren nog jonge reuzenpijlinktvissen. Deze jongen wogen al zo’n 1.000 kilo en waren rond de 10 meter lang. Wetenschappers maken dan ook de inschatting dat een volwassen exemplaar meer dan 3.000 kilo moet wegen en circa 50 meter lang zal zijn. Alleen… een volwassen exemplaar is nog nooit door iemand gezien! Dit komt omdat reuzenpijlinktvissen zeer diep in de oceaan leven, vaak dieper dan 1.500 meter, wat het onderzoek naar dit werkelijk bestaande, maar monsterachtige zeedier zeer bemoeilijkt.
Reuzenpijlinktvissen hebben doorgaans 8 (soms 10) tentakels: lange slijm-armen.

Kwawinen zijn konijnen op plekken waar geen konijnen meer zijn. Kwawinen zijn nog leuker dan konijnen, want konijnen hebben witte wipstaartjes, maar kwawinen hebben wipstaartjes in alle kleuren, zoals roze, blauw, groen, geel, bruin, goud en paars! De vacht van kwawinen is meestal zachtgeel en ze huppelen niet alleen graag, ze maken ook bonte buitelingen en grote sprongen door de lucht.
Als Kwawinen een grote sprong maken, kunnen ze een klein stukje door de lucht vliegen, hun flaporen draaien daarbij razendsnel in de rondte, het zijn net kleine propellers.

Kwelgeesten zijn ontiegelijk irritante kleine Duiveltjes die niet zullen aflaten je te ergeren, treiteren, pesten, koeioneren en kwetsen. Kwelgeesten vermogen een vrouw tot tranen te brengen en een man tot razernij. Er is maar één remedie tegen een kwelgeest: hem blijvend negeren. Iedere reactie is uit den boze want de Kwelgeest zal dit als een vorm van contact zien en hier gretig op ingaan door nieuwe treiterspelletjes te bedenken. Kwelgeesten kunnen Mensen hinderen in het bereiken van hun doelen door ze zwart te maken, te saboteren, te misleiden of eindeloos te sarren en te tergen. Kwelgeesten ondermijnen het gevoel van zelfwaardering van een Mens.
Het is onduidelijk hoe Kwelgeesten hun slachtoffer kiezen. Vaak heeft het slachtoffer ze niets misdaan. Wanneer de Kwelgeest ziet dat het slachtoffer mentaal, fysiek en emotioneel achteruitgaat door zijn gesar en getreiter, geeft hem dit het grootst mogelijke plezier.
Kwelgeesten opereren soms in groepen, dan richt een hele groep van Kwelgeesten zich tegen één slachtoffer.
Hoewel Kwelgeesten niet de Toverkracht bezitten om zich onzichtbaar te maken, stellen zij wel altijd alles in het werk om anoniem en zo onzichtbaar mogelijk te blijven. Bijvoorbeeld door zich snel te verstoppen na een gemene daad, of door iemand anders de schuld ervan in de schoenen te schuiven. Vaak weten Kwelgeesten andere gemene wezentjes –zoals Kobolden- aan zich te binden; dan laat de Kwelgeest de Kobold het vuile werk opknappen en blijft hij zelf buiten schot.
Van oorsprong waren Kwelgeesten kleine gifgroene, helgele of knalrode Duiveltjes met hoorntjes op het voorhoofd. Maar Kwelgeesten hebben zichzelf aangeleerd te metamorfoseren en zo konden zij elke gewenste vorm en substantie aannemen. Het schijnt dat een Kwelgeest in de achttiende eeuw zich vloeibaar heeft weten te maken en bestand tegen hitte: zo heeft hij zich in de soep van een edelman verstopt, waardoor de edelman hem opat. Zo voer de Kwelgeest in de edelman die hierdoor zelf een pestkop werd en zijn vrouw en personeel begon te zieken en griepen. Bij een maîtresse verwekte deze edelman enkele kinderen, die de Kwelgeest-eigenschappen van hun vader erfden.
Hierdoor zijn er vandaag de dag ook Mensen die Kwelgeest zijn.
Kwelgeesten worden ook wel Plaaggeesten, Pestkoppen, Treiteraars, Duiveltjes of Kwelduivels genoemd.
Kwelgeesten kunnen een invitatie zijn voor een Mens om te groeien in emotionele kracht en zelfbeheersing.

De Maangeest is een Geest die leeft in de binnenkern van de Maan. In de Maangeest zijn alle goede gedachten die Heksen per ongeluk weleens denken, opgeslagen. Een Heks probeert goede gedachten steeds te vermijden, maar omdat Heksen ooit Mens waren, komen er af en toe toch goede gedachten in ze op. Die slaan ze dan van zich af, en al die goede gedachten komen terecht in het binnenste van de Maan: de Maangeest.
Het spreekt vanzelf dat de Heksen de Maangeest nooit oproepen, en de Maangeest kan erg moeilijk uit zichzelf energetisch actief worden: hij is meer een verzamel- en bewaarplaats van gedachten. Wanneer een goede energie –zoals Tovenares Panthaplatein in deel 3 van de 2de Heksentrilogie De Nachtheksen- echter de Maangeest oproept, dan ontwaakt de Geest uit zijn diepe, droomloze slaap en toont hij zich aan de Heksen.

Heksen waren ooit Mens en vervielen door eigen emotionele pijn, valse beschuldiging of veroordeling door anderen, of door eigen sadisme en kwaadwillendheid tot het Heksendom. Het proces waarbij een persoon van Mens Heks wordt, heet Heksenis.
Het omgekeerde proces komt –sporadisch- ook voor, dit wordt Mensenis genoemd, het is de terugkeer van een Heks naar het Mensdom.
Een voorbeeld van een Heks die dit gelukt is, is Heks Razfúrya (Sprookje met Kenmerk B32). Het proces van Mensenis is onvoorstelbaar moeilijk en tevens heel erg pijnlijk. De Heks die Heks af wil worden, moet de Vuurtrap beklimmen en Heksen die dit proces doormaakten kunnen de these dat Heksen ongevoelig zouden zijn voor vuur, zeker logenstraffen! De treden van de Vuurtrap staan in brand, hoe hoger de Heks die weer Mens wil worden klimt, hoe meer pijn ze dus heeft. Bovendien beginnen haar voeten vlam te vatten en de vlammen likken zich omhoog. Wanneer de Heks de laatste trede van de Vuurtrap heeft bereikt, ziet zij de Klamme Ketel voor zich, een enorme ketel gevuld met lauw water. Hier moet zij inspringen, waarop zij sterft en onmiddellijk herboren wordt. De Klamme Ketel zweeft dan naar beneden en komt zachtjes op de aarde terecht. Vervolgens kan de Mensheks eruit treden en zal zij eenieder verbazen door haar stralende schoonheid en vriendelijk karakter.

Een Monster is een heel groot, wanstaltig, angstwekkend en tevens gevaarlijk Sprookjes- of Fantasiewezen. Monsters zijn vaak onverwoestbaar, kogels ketsen op ze af, zwaarden vermogen ze niet te verwonden. Omdat Monsters zo kolossaal zijn, kunnen ze met gemak auto’s optillen en wegsmijten. Mensen lopen ze onder de voet, die voelen als wormpjes of slakjes aan voor een Monster.
Monsters kunnen soms ontstaan door genetische manipulatie, zoals in de film Jurassic World; hier gebeurt dat om woestere, gewelddadigere (en dus sensationelere) dinosauriërs (dinosaurussen) te creëren teneinde zoveel mogelijk toeschouwers naar dit fictieve park te halen. Dat dit rampzalige gevolgen heeft, wordt duidelijk in deze spannende film met ongeëvenaarde beelden van de dinosauriër-monsters.
Ook de Krake (zie aldaar) is een Monster. Wereldberoemde Monsters zijn voorts Het Monster van Loch Ness (zie aldaar), King Kong (zie aldaar) en Godzilla (zie aldaar).
In de geschiedenis van de griezel- en horrorfilms neemt verder een belangrijke plaats in Het Monster van Frankenstein (zie aldaar).
Ook ‘The Beast’ in The Beauty and The Beast kan worden gezien als een Monster. Het Beest is in werkelijkheid een door een Tovervloek getroffen Prins die alleen weer zichzelf kan worden als hij de ware liefde vindt. The Beauty and the Beast werd beroemd door 2 Walt Disney-films (1991 en 2017), maar was van oorsprong een Frans Sprookje, getiteld La Belle et la Bête (Belle en het Beest) en werd geschreven door Gabrielle-Suzanne Barbot de Villeneuve, die het Sprookje voor het eerst publiceerde in 1740.
In 1946 kwam er een even unieke als magische Franse zwart-witfilm uit met de titel La Belle et la Bête, de eerste verfilming van dit wereldberoemde Sprookje. De film werd in Nederland uitgebracht onder de titel Het Meisje en het Monster.

Hoewel in het dagelijkse spraakgebruik met ‘Frankenstein’ doorgaans het Monster wordt bedoeld, was Frankenstein oorspronkelijk een geleerde en wetenschapper die uit dood materiaal leven wilde opwekken. Dit lukte hem ook, alleen ontstond nogal rudimentair leven: een Monster, Het Monster van Frankenstein.
De bron van dit alles is de roman ‘Frankenstein’ van Mary Shelly, een Engelse schrijfster. De eerste publicatie van haar roman dateert van 1818.
In 1931 werd door Universal Pictures de horrorfilm Frankenstein gelanceerd, een zwart-witfilm waarin het Monster op onvergelijkelijke wijze wordt neergezet door acteur Boris Karloff. De film wijkt overigens behoorlijk af van het boek. Victor Frankenstein uit het boek heet hier Dr. Henry Frankenstein, die graven schendt en lijken opgraaft als materiaal voor de nieuwe Mens die hij wil scheppen. Zijn gebochelde helper Fritz (later meestal: Igor) vergist zich echter in de hersenen: zo krijgt deze nieuwe Mens de hersenen van een overleden crimineel geïmplanteerd. De resultaten zijn dan ook afschuwwekkend.
In de slotscène rukken dorpsbewoners met fakkels op om het Monster dat zich in een oude molen verschanst heeft, uit de weg te ruimen.
Frankenstein werd later nog meer dan 50 keer verfilmd.

Loch Ness is een groot meer in Schotland (‘loch’ is het Schotse woord voor meer). In het meer zou een Monster leven, dat door de plaatselijke bevolking vaak bij haar koosnaam Nessie wordt genoemd.
Loch Ness is een zeer langgerekt meer in de Schotse Hooglanden. Door de beboste oevers heeft het meer een mysterieuze uitstraling, die nog versterkt wordt door het troebele water en de grote diepte (soms zelfs bijna 300 meter) van het meer. Uit onderzoek is inmiddels ook gebleken dat het meer vol grotten en holenstelsels zit, wat natuurlijk ook erg tot de verbeelding spreekt.
Het Monster van Loch Ness is een waterdier met een zeer lange hals; optisch vertoont Nessie overeenkomsten met de uitgestorven plesiosaurus, die leefde in de Jura-tijd (Jurassic Period), zo’n 180 miljoen jaar geleden.
Er wordt al bijna 100 jaar onderzoek gedaan naar het Monster van Loch Ness, en er bestaan verscheidene foto’s van het Monster, maar er is eigenlijk geen echte duidelijkheid of het Monster wel of niet bestaat.
Wetenschappers hebben onderzoek gedaan met sonarapparatuur, een goede optie omdat onderwaterfotografie door de troebelheid van het meer weinig oplevert. Uit dit onderzoek kwam een ‘onbekend levend wezen’ tevoorschijn met een geschatte lengte van ruim 5 meter.
Volgens de meeste waarnemingen moet het Monster echter 10 tot twaalf meter lang zijn.
Is het mogelijk dat een prehistorisch dier zich heeft voortgeplant en ook nu nog leeft? Ja, dat is mogelijk, want krokodillen en schildpadden alsmede enkele kreeftensoorten zijn ook prehistorische dieren die nu nog steeds bestaan.
Maar of Nessie werkelijk een geëvolueerde vorm van de plesiosaurus is –zoals sommige wetenschappers veronderstellen- blijft een raadsel.
Het blijft dus een vraag of er een Monster leeft in het meer van Loch Ness en of zich wellicht ook kleine Monsters (jongen) in de mysterieuze grotten en holenstelsels van het meer schuilhouden. Maar de fascinatie en belangstelling voor het Monster van Loch Ness zijn een feit.

Een Morelijntje is een meisjes-Sprookjesfiguurtje van 30 centimeter, even groot als een Flapsel. Morelijntjes zijn heel lief en mooi, ze krijgen snel een rode blos op hun wangen, ze kunnen vliegen en zijn ook erg goed in dansen. Hun dansen zijn heel mooi om naar te kijken, want Morelijntjes dansen erg sierlijk. Morelijntjes en Flapsels wonen in Het Sprookjeswoud (Kenmerk SW) en staan onder heerschappij van de Opperheer.

Nidhogg is een Draak uit de Noordse mythologie. In de Noordse mythologie waren er 9 werelden, die verbonden werden door de levensboom (‘de boom van het al’), genaamd Yggdrasil.
Nidhogg vrat in de onderwereld kadavers op, maar hij knaagde ook aan de wortels van Yggdrasil. Nidhogg zou Ragnarok (het einde der tijden) overleven.
Nidhogg werd tevens bekend door de games waarin hij een rol speelt.

Een Nimf is een mythisch vrouwelijk Sprookjeswezen met goddelijke eigenschappen: een halfgodin. Nimfen horen bij een bepaalde plek in de natuur, waar zij zich thuisvoelen en wonen; zij beschermen deze specifieke plek ook.
Nimfen worden doorgaans voorgesteld als vrouwen van een betoverende schoonheid in een natuurkleurig gewaad. Zij hebben soms een bloemen- of bladerkrans op het hoofd die dienstdoet als kroon, maar tevens de functie van een aureool heeft: de stralenkrans die bij heiligen bóven het hoofd zweeft.
Nimfen zijn zuiver en rein van geest, zij zijn erg puur en onbedorven, daarom kiezen zij ook ongerepte plekken in de natuur uit om te wonen.
Nimfen hebben de vrijheid lief, zij zijn eenzelvig en houden van hun rust, zij wonen op ongerepte plekken in de natuur, zoals kristalgrotten, koraalriffen, bij watervallen, in eeuwenoude bomen…
Voorts dansen en zingen Nimfen graag.

Er zijn talrijke soorten Nimfen:
1A) Bergnimfen of Oreaden, zij beschermen de berg waar zij zich verantwoordelijk voor voelen.
1B) Valleinimfen of Napaeae (Napejen): de tegenhangers van de Bergnimfen; zij leven in dalen, ravijnen en valleien.
2) Bloemennimfen of Anthousai. Oorspronkelijk hadden de Anthousai prachtig gekleurd haar dat qua vorm leek op omgekeerde hyacinten. De Anthousai waren wondermooi om te zien en zij roken verrukkelijk. Later tooiden Bloemennimfen hun hoofd meestal met een bloemenkrans. Soms ook doen zij losse bloemen in hun haar.
Bloemennimfen zorgen voor de bloemen waar zij zich verantwoordelijk voor voelen en zij beschermen die bloemen ook tegen kwaadwillende Wezens, Mensen en Dieren.
Anthousa is ook een plaats in Griekenland, op het oostelijk deel van het Attische schiereiland. Tevens is Anthousa een Franse meisjesnaam.
Anthousai en Anthousa komen van het Oudgriekse woord ‘tō anthos’: de bloem. Anthousa is Grieks voor ‘in bloei’. Volgens Nieuwe Sprookjes komt ons woord ‘enthousiast’ hiervandaan. De standaard etymologische afleiding is dat ons woord enthousiast komt van het Griekse ‘en theos’, hetgeen ‘in de godheid’ betekent. Dit zou dan betekenen dat men vervuld of zelfs bezeten is van een godheid, vandaar onze Nederlandse vertaling van enthousiasme met geestdrift.
Maar etymologisch is het hoogst onwaarschijnlijk dat een sterke klinker-formatie als ‘e-o’ zou verwateren tot ‘ou’, uit te spreken als het Nederlandse ‘oe’. Het woord theologie stamt van het Griekse theos (god) en de 2 van elkaar gescheiden klinkers zijn duidelijk herkenbaar. Dit verandert ook niet wanneer er een voorvoegsel aan voorafgaat. Ook in het woord atheïsme blijven e en i duidelijk van elkaar gesepareerd.
Dus zou het woord anthousa de woordoorsprong kunnen zijn van enthousiasme. Het sluit ook beter aan bij de betekenis die wij kennen van het woord enthousiasme. Iemand die enthousiast is, loopt over van iets of voor iemand, hij heeft een vol gemoed, hij staat in bloei. Maar hij is niet driftig van geest, en hij is ook niet vervuld of bezeten van een godheid.
3) Boomnimfen, ook wel Dryaden genoemd. Dryaden horen dikwijls bij één bepaalde boom, die zij beschermen tegen belagers. Dryaden straffen Mensen, Dieren en andere Wezens die trachten een boom te beschadigen. Een Dryade is onlosmakelijk verbonden met het wezen van haar boom. Wanneer de boom ziek wordt, wordt de Dryade het ook, wanneer de boom sterft, kan ook de Dryade geen beroep meer doen op de onsterfelijkheid die Nimfen normaal gesproken eigen is: zij sterft dan met haar boom. Omgekeerd is het ook zo dat de gezondheid en de levenslust van de Dryade de boom beïnvloeden.
4) Waternimfen of Hydriaden, dochters van de Zeegoden. Men onderscheidt hierin nog verder:
4a) Zoetwaternimfen of Najaden. Zij wonen in beken en rivieren, bij bronnen of fonteinen.
4b) Oceaniden, ook Zoutwaternimfen genoemd; zij leven in de oceanen en diepe zeeën.
4c) Nereïden, dochters van de Zeegod Nereus. Nereus was de oeroude Griekse God van de Zee, de voorganger van Poseidon.
5) Zachte Bries-Nimfen of Aurae waren de dochters van de Windgoden.
6) Hemelnimfen, te weten:
6a) Asteriae (Asteriën): Sterrennimfen
6b) Hesperiden of Zonsondergangsnimfen
6c) Plejaden, 7 nimfen en de zusters van de Hesperiden. Naar hen vernoemd is het zevengesternte. (sterrenbeeld)
De Muzen worden soms ook als Nimfen gezien hoewel zij eigenlijk godinnen zijn en geen halfgodinnen. De Muzen beschermen de muziek en de overige kunsten. Tegenwoordig verstaan wij onder een ‘muze’ een –vrouwelijke- inspiratiebron voor een kunstenaar.

Nimf-Heksen zijn verworden en vervallen Nimfen. Hun zuivere geest en onbedorvenheid zijn besmet geraakt door hun omgang met Mensen, zo werden zij Nimf-Heksen.
Toch valt bij Nimf-Heksen af en toe onverwachts nog wat puurheid te ontdekken.
De Nimf-Heks Crina (Roemeens voor lelie) speelt een rol in de ‘De Maîtresse van Vlad de Derde’, de Heksentrilogie met Kenmerk H38. Vlad de Derde is de historische figuur die wij kennen als Dracula.

Nixies zijn kleine (mannelijke) Waterduiveltjes, die graag kinderen naar het water toe of in het water lokken. Er bestaan ook grote Nixies, deze hebben de grootte van een volwassen man.
De kinderen die zij in het water gelokt hebben, houden zij onder water in leven: zij laten ze als slaafjes voor hen werken.
Nixies waren van oorsprong Keltische Watergeesten.

Cyborgs bestaan reeds, dit zijn ‘cybernatic organisms’, geavanceerde robotten: mengelingen tussen mens en machine. Reeds langer zijn wij vertrouwd met cyborgachtige elementen. Medische implantaten als een pacemaker blijken goed te integreren in het menselijk lichaam.
De laatste jaren onstonden ook steeds realistischere androïden: robotten die sterk op een Mens lijken. Een van de grote problemen was altijd het imiteren van de menselijke huid, maar hierin is grote vooruitgang geboekt. Een film als Ex_Machine (2015) handelt over dit thema.
Een OrgOrg is een ‘organic organism’, een levende, zelfstandig denkende en handelende pop of robot geheel bestaand uit menselijk weefsel.
Een OrgOrg is een Wezen uit de toekomst, waarin er geen noemenswaard verschil meer is tussen een Mens en een geconstrueerd Mens (OrgOrg).
OrgOrgs komen voor in Toversprookje met Kenmerk B44.

Orks zijn grote, kwaadaardige Wezens. Zij zijn doorgaans iets groter dan Mensen, en doen het uitstekend als soldaat. Mededogen kennen Orks niet, vlees eten zij het liefst rauw en hun favoriete tijdverdrijf is erop los slaan.
J.R.R. Tolkien heeft Orks op indringende wijze beschreven.
Vroeger werden Orks Ogers genoemd.

De Piepers zijn een klein volkje, heel levendig, maar piepklein: een Pieper wordt niet groter dan het topje van de wijsvinger van een volwassen man, dat is drie centimeter voor een grote Pieper, en twee voor een kleine.
De Piepers zijn even leuk als grillig. Nu eens zijn ze grappig en vol enthousiasme, dan weer zijn ze boos en uit hun humeur. Gelukkig domineert hun vrolijkheid meestal. De Pieper-families wonen in De Holle Banaan. Veel Pieper-families zijn erg groot, zo heeft de Pieper-familie Kleingrut 23 kinderen, te weten: Gruts, Grutje, Getsie, Graat, Graatje, Gratya, Grazia, Graasje, Grasje, Grijnsje, Grijsje, Grossie, Gropje, Gropke, Gropíjn, Grallebal, Gurky, Gaartje, Half-Gaartje, Grollebol, Grapje, Grappie en Gomp!
De Piepers worden geregeerd door Koning Superkluns en Koningin LaatMaarWaaien.
Zij komen voor in Toversprookje met Kenmerk B31, getiteld ‘Meneer Zo-Zo-Zo en Mevrouw Nou Ja-Nou Ja’.

Pixies zijn guitige kleine Sprookjeswezentjes, het kunnen jongens of meisjes zijn. Pixies zijn op zich niet kwaadaardig, maar ze kunnen je wel een gemene streek leveren of een poets bakken.
In vroeger eeuwen gingen Pixies in lompen gekleed, soms ten dele bestaande uit bladeren en takjes. Later begonnen zij zich te kleden in groene pakjes en met een groene punthoed op het hoofdje, ook werden hun oren puntiger.
Hoewel Pixies soms als Feeën of Elfen worden afgebeeld, zijn ze in werkelijkheid niet mooi. Hun gezicht lijkt zelfs wat op dat van een Trol, alleen zit er wel meer grappige vriendelijkheid in het gezicht van een Pixie. Zij hebben een mond zo groot als een breedbekkikker, hoge bolle konen en pretoogjes. Hun hoofd is vaak te groot voor hun lijfje. Ze rijden graag rond op een huisjesslak, waarbij ze reuzeveel pret hebben omdat ze de slak met de zweep tot spoed en snelheid manen, wat natuurlijk geen enkel effect sorteert. Soms straft de ene Pixie de andere door hem op een egeltje door het bos te laten rijden waardoor hij lelijk in zijn achterste geprikt wordt. Er wordt wel beweerd dat Pixies zich tijdelijk in een egeltje kunnen metamorfoseren. Zo kan het voorkomen dat de ene Pixie op de andere rijdt zonder dat hij dat weet.
De bakermat van de Pixies ligt in het zuidwesten van Engeland, in Cornwall en Devonshire, maar de Pixies zijn ook in andere contreien van Engeland gesignaleerd en zelfs schijnen enkele Pixies het kanaal te hebben overgezwommen om zo het Europese vasteland te bereiken en te ontdekken, want Pixies zijn nu eenmaal erg nieuwsgierig. Zij houden zich graag op bij oeroude stenen, zoals de stenen cirkel van Stonehenge. Ook achter rechtopstaande oude stenen (menhirs) houden zij zich vaak schuil.
In het plaatsje Ottery Saint Mary (in het oostelijk deel van Devonshire) wordt elk jaar Pixie Day gevierd. Deze viering bestaat uit het naspelen van een sage uit deze streek. Lang geleden was het geloof in Pixies en Elfen hier namelijk zeer sterk, hetgeen de positie van de kerk verzwakte. Een bisschop besloot tot de bouw van een kerk: The Church of Saint Mary (Saint Mary is de Maagd Maria, de moeder van Jezus). Kerkklokken werden besteld maar de bisschop was bezorgd dat de klokken onderweg geroofd zouden worden, want het ijzer waar de klokken van gemaakt waren, was in die tijd even geliefd als waardevol. Daarom liet hij de zending van de kerkkloken vergezeld gaan door een groep monniken, ter bewaking en afwending van mogelijk kwaad.
De Pixies waren razend over de bouw van de kerk en over de klokken, want ze dachten dat het Mensen hun geloof in Pixies zou ontnemen, en wanneer de Pixies uit de aandacht en waarneming van Mensen verdwijnen, heeft hun laatste uurtje geslagen!
Dus spraken zij een Tovervloek uit over de monniken zodat die verdwaalden. De monniken werden door onzichtbare krachten geleid naar de rand van een klif. Pas op het laatste moment stootte de voorste monnik zijn voet tegen een steen zodat hij zag dat hij in de afgrond zou storten wanneer hij nog een stap verder zette. “Geloofd zij de Heer!”, riep hij uit en meteen hierop was de Tovervloek van de Pixies verbroken.
Een ‘pixie’ is in Engeland overigens ook een ‘short haircut’: kortgeknipt haar voor vrouwen.

Púca is het Oud-Ierse woord voor ‘onvoorspelbare geest’. Een púca is een gedaanteverwisselaar, een Wezen dat zich in onvoorstelbaar veel verschillende vormen kan metamorfoseren. Doorgaans is een Púca een zwart paard met ogen die felgeel, helderwit of bloedrood kunnen zijn. Maar een Púca kan ook de vorm van een kat, een hond, een raaf, een geit of een ander dier aannemen. Púca’s kunnen zich eveneens in een Monster veranderen, en zij zijn zelfs in staat de gedaante van een Mens aan te nemen. Daar komt nog een angstaanjagend detail bij: Púca’s kunnen ook hun grootte aanpassen aan hun eigen willekeur. Dus kan een Púca een monstrueus groot, woest en wild paard zijn.
Er zijn verschillende dappere mannen geweest die de Púca hebben willen temmen wanneer dit Wezen zich als paard manifesteerde. Dit mislukte keer op keer en eindigde steevast met de dood van de man. Tot er in Ierland rond het jaar 1.000 een Koning kwam die luisterde naar de naam Brian Boru. Hij besteeg het onstuimige paard en temde het. Brian Boru werd hierna Hoge Koning genoemd, want door deze actie wist hij alle leiders van alle gewesten in Ierland te verbinden, zodat Ierland één land werd.
Doch na de dood in 1014 van de Hoge Koning Brian Boru, barstte het woeste paard Púca opnieuw los. Tot op heden is het Wezen weer ontembaar gebleken, ook breidt hij de gedaantes en vormen die hij kan aannemen nog steeds uit.
Púca’s houden zich graag op in het donker, en dan zoeken zij nog de donkerste plekken in de duisternis uit, zoals ’s nachts bij bomen, onder een brug, tussen de struiken of onder het slaapkamerraam van Mensen.
Noot: Pucca met dubbel c en zonder accent is een figuurtje in kinderspelletjes.

Quasi-Kwassies hebben een hoofd dat lijkt op een citroen, een romp die net een sinaasappel is en beentjes die lijken te bestaan uit elk 3 bramen. Hun armen zijn rode bessen en hun vingers worteltjes. Hun tenen zijn sperziebonen die overgaan in hun groene voetjes net zoals hun wortel-vingertjes overgaan in hun oranje handen.
De Quasi-Kwassies zijn eigenlijk altijd vrolijk, ze hebben bijna nooit zorgen en als ze die wel een keer hebben, dan gaan ze naar de Opperheer en die weet altijd wel een oplossing voor ze te bedenken.
De Quasi-Kwassies eten groente en fruit (reden waarom ze er zo fruitig uitzien) en ze drinken water. Zij kennen ongeveer duizend verschillende soorten bron- en mineraalwater, zij hebben geen kraanwater. Zij leven in Het Sprookjeswoud waar ze allemaal verschillende eigen plekjes hebben. Die liggen meestal rondom een bron. Zo hebben zij een appelbron, een sinaasappelbron, een rein- & zuiverbron en een bramenbron. De sinaasappelbron geeft natuurlijk mineraalwater met een sinaasappelsmaakje.
Dit komt uit de tijd dat de Quasi-Kwassies geregeerd werden door Koning Sinaasappel, en nog niet door de Opperheer. Koning Sinaasappel lag altijd te dobberen in de sinaasappelbron, soms zwom hij een eindje naar links en dan weer een eindje naar rechts, maar de meeste tijd lag hij toch lui op zijn rug in het water te dobberen met zijn gezicht lekker in het zonnetje. Daar komt het door dat het water van de sinaasappelbron nog steeds zo’n lekker sinaasappelsmaakje heeft.
De Quasi-Kwassies worden genoemd in deel 1 (Coeninkh) van De Geheimen van Het Sprookjeswoud, Kenmerk SW.

De Randhemelgod heerst over de Randhemel, een hemel die dichter bij de aarde staat dan de gewone hemel. Er is dus ook meer contact mogelijk tussen de gestorven Mensen die in de Randhemel verblijven en de levende Mensen op aarde in vergelijking tot de gewone hemel.
In de Randhemel bevindt zich de Randhemelcentrale (een vertrek ongeveer zo groot als Nederland) waarin alle hemel-sms’jes binnenkomen. In de Randhemelcentrale zijn er miljarden lampjes, bel- en ringtonen die voortdurend aan- en uitgaan. Duizenden Randhemel-medewerkers verwerken al deze berichten. Hemel-sms’jes zijn ‘verzonden gedachten’: beden en wensen van Mensen op aarde.
Een apart deel van de Randhemelcentrale vormt de Diamantcentrale: de plek waar alle diamant-sms’jes binnenkomen. Diamant-sms’jes zijn vergelijkbaar met hemel-sms’jes, alleen had de verzender een diamant of andere kostbare (edel)steen in zijn handen toen hij zijn bede verzond. Dit zou de kracht van de bede versterken.
In Toversprookje B43 (De Prinses en De Diamanten Diadeem) speelt de Randhemel een rol.

Reuzen zien er niet heel anders uit dan een Mens, zij zijn echter wel veel groter. Een gemiddelde Reus is twintig meter lang. (dat is vergelijkbaar met een gebouw van 8 verdiepingen)
Sommige Reuzen zijn Menseneters, Reuzen die honger hebben vreten ook wel complete restaurants op, met tafels, stoelen, personeel en al.
Afgezien van hun grootte verschillen Reuzen uiterlijk van Mensen doordat zij er veel woester en onbeschaafder uitzien. Spreken kunnen zij niet of nauwelijks, vaak brullen zij maar wat en als zij iets niet snappen –wat gezien hun gemiddelde IQ van 20 erg vaak voorkomt- wordt er al snel gemept, of de Reus neemt een enorme kei op en gooit die boos een eind weg.
Wanneer Reuzen werkelijk kwaad worden, dan kan een kleine stad in no time verwoest worden: de chaos is niet te overzien. Het effect van een woede-uitbarsting van een Reus valt te vergelijken met een aardbeving of een overstroming.
Reuzen beschikken over Reuzenkracht: hun kracht is enorm, bruut en vaak gewelddadig van aard.
Zij nemen bovendien Reuzenstappen: stappen van ruim 10 meter. Reuzen beschikken niet over Toverkracht.
Er zijn ook (semi-)historische Reuzen, zoals Grote Pier, Ellert en Brammert en Kees Kieten.
Dit waren zeer grote Mensen (langer dan 2 meter 20) maar geen Sprookjes-Reuzen.

De Roc is een Sprookjesvogel van gigantische afmetingen. Het beest lijkt op een adelaar, maar is onnoemlijk veel groter en krachtiger. De vleugelspanwijdte (de wijdte van de uiterste punt van de ene vleugel tot de uiterste punt van de andere vleugel) bedraagt 15 meter. Ter vergelijking: de nu levende vogels met de grootste vleugelspanwijdte zijn de albatrossen, hun vleugelspanwijdte bedraagt 3,7 meter; de spanwijdte van een straaljager (F-16) is 10 meter.
Rocs zouden mogelijkerwijs historische vogels zijn geweest. Er zijn ooggetuigenverslagen van vroeger bekend waarin de Roc gezien werd. De rond 1300 levende vermaarde ontdekkingsreiziger Marco Polo verhaalt over een vogel van onnatuurlijke grootte die hij gezien had op een reis naar China en die grote landdieren in zijn klauwen greep, terugsmeet op aarde om ze zo te doden, en vervolgens zelf landde en het dier op zijn gemak oppeuzelde.
Later is aan dit ooggetuigenverslag toegevoegd dat deze landdieren olifanten waren.
Rocs komen ook voor in Sindbad de Zeeman.

Saters zijn volgelingen van Dionysos, de Griekse God van de Wijn. Saters staan te boek als wellustig, ondeugend, speels en hedonistisch. Alles wat met plezier en genot te maken heeft, omarmen zij.
Saters hebben fysieke kenmerken van zowel een man als een bok. Jonge saters zijn knap en mannelijk, maar zij hebben nog geen volgroeide baard noch bokkenhoorns. Oude saters hebben grote, stevige bokkenhoorns en vertonen vaak een woest uiterlijk met meer haargroei dan de jonge saters.
Zowel jonge als oude saters hebben een imposante fallus, die bij de oudere saters volgroeider en bovendien permanent in erectie is.
Saters spelen graag fluit en zij dansen de Sikinnis, een speciale dans die erotische en gevechts-elementen bevat en waarbij teksten worden gezongen en gesproken waarin mensen als politici en gezaghebbers op de hak worden genomen. Hiervan stamt ons woord ‘satire’. (sater werd vroeger gespeld als satyr)
Saters feesten zonder end en zij zijn gek op orgieën (seks-party’s). Zij staan erom bekend nimfen te verleiden.

Selkies zijn zeehonden die in staat zijn hun huid af te werpen en Mens te worden. Selkies zijn verbonden met tragische sagen en verhalen, omdat zij als Mens zeer mooi en aantrekkelijk zijn –en andere Mensen dus verliefd op hen worden- maar omdat zij de dwingende roep van de zee uiteindelijk nooit kunnen weerstaan.
Selkies kunnen man of vrouw worden. Zo komt het voor dat een vrouwelijke Selkie als zeehond aan wal kruipt, haar vel afschudt en metamorfoseert in een wondermooie vrouw. Zij gaat op ontdekking, komt in een gezellig plaatsje, en het duurt niet lang of een man wordt geraakt door haar schoonheid. Haar ogen zijn zeeblauw en zo diep dat het lijkt of je erin kunt zwemmen. De lichte droefheid die uit de prachtige ogen van de tot vrouw geworden Selkie straalt, lijkt haar aantrekkelijkheid eerder te verhogen dan te verminderen. Weldra is er een aantal mannen dat zeer sterk het gevoel krijgt van ‘Die moet ik hebben’. Na de nodige vechtpartijen onderling, blijft dan één man over: degene die zijn rivalen dood wist te slaan.
Zo stoer als hij in het gevecht met zijn rivalen was, zo zwak en week wordt hij in de knieën wanneer de Selkie hem met haar lieftallige oogopslag tegemoet treedt en haar handen in de zijne legt. Zij huwen en zij schenkt hem drie kinderen. Toch leeft de man steeds in angst: hij is ongerust en onzeker want hij kan de schoonheid van zijn vrouw niet bevatten noch geloven. Bovendien huilt zij af en toe zachtjes waarbij zij geluiden maakt die lijken op die van een zeehond. Bij nacht en ontij struint de man over het strand en hij vindt haar vel, dat hij terugwerpt in zee, omdat hij vermoedt dat zijn vrouw uit zee gekomen is en vroeger een zeehond was. Zij zal uit haar huid gekropen zijn en zo tot Mens zijn geworden. De man meent dus een slimme daad te hebben gedaan met het teruggooien van haar huid in de zee. Zonder haar zeehondenhuid zal zij immers Mens moeten blijven!
Maar zijn daad pakt averechts uit: het verlangen van zijn vrouw om terug te keren naar de zee wordt alleen maar sterker. Zij lijkt te voelen dat de huid die zij afwierp daar thans ook ligt en op een nacht verlaat zij haar man en kinderen en verdwijnt in zee waar zij haar huid terugvindt en weer zeehond wordt.
Haar man is ontroostbaar en schreeuwt de woorden: “Had ik haar maar vrij gelaten, dan was ze nog bij mij! Was ik maar niet zo angstig en bezitterig geweest, dan sliep zij nog naast mij.”
En de man voedt alleen en in verdriet zijn drie kinderen op.

Een Sfinx is een raadselachtig mythisch wezen dat zowel in het oude Egypte als in het klassieke Griekenland voorkwam. De Sfinx staat vandaag de dag symbool voor raadselachtigheid, mysterie, zwijgzaamheid en soms wijsheid.
In Egypte was de Sfinx een wezen met het hoofd van een man en het lichaam van een leeuw, de Egyptische Sfinx was de wachter en beschermer van de graven (piramides) van de farao’s (heersers). De oude Egyptenaren hieuwen Sfinxen uit uit rotssteen, zodat er enorme monumenten ontstonden. De grootste nog bestaande Sfinx is de Sfinx van Gizeh.
In het klassieke Griekenland was de Sfinx een wezen met het hoofd van een vrouw, het lichaam van een leeuwin, de vleugels van adelaar en de staart van een slang.
De achtergrond van de Oud-Griekse Sfinx:
De helhond die de onderwereld bewaakte, heette Cerberus, het was een driekoppige hond. Cerberus had een broer: Orthus, een tweekoppige hond die trouwde met Echidna die half vrouw, half slang was. Uit dit huwelijk werd een dochter geboren: de Sfinx.
Deze Oud-Griekse Sfinx zwierf rond in en rond de stad Thebe, zij gaf reizigers raadseltjes op en wanneer die de oplossing niet wisten, vrat zij ze op, stortte ze van de rotsen of gooide ze in zee. De Sfinx had 2 raadsels, waarvan de eerste als volgt luidde: “Welk wezen heeft 1 stem, maar 4 benen in de ochtend, 2 in de middag en 3 in de avond?” Aangezien niemand het antwoord wist, vermoordde de Sfinx vele reizigers. Het tweede raadsel van de Sfinx was: “Er zijn 2 zusters, de een baart de ander waarop de ander dan weer de een baart. Wie zijn zij?” Ook van dit raadsel van de Sfinx kon niemand de oplossing bedenken. Het antwoord op het 2de raadsel luidt: dag en nacht. De oplossing van het eerste raadsel van de Sfinx werd uiteindelijk gevonden door Oedipus: “De mens, want ’s ochtends –in zijn vroege jeugd- kruipt hij op handen en voeten, ’s middags –als volwassen mens- loopt hij op 2 benen en ’s avonds –op zijn oude dag- loopt hij op 2 benen en met een stok.”
De Sfinx was zo ongelofelijk razend dat Oedipus de oplossing van dit onmogelijk moeilijke raadsel had weten te raden, dat zij uit woede zichzelf opvrat.
Noot m.b.t. Oedipus: Oedipus groeide niet bij zijn echte ouders op. Omdat hij zijn biologische vader niet kende, wist hij niet dat het zijn vader –in een koets gezeten- was die hij op een tocht tegenkwam. Zijn vader was Koning van Thebe, maar dit alles wist Oedipus niet. Tijdens de ontmoeting kreeg Oedipus ruzie met de koetsier over wie er voorrang had, de Koning steeg uit en begon zich ermee te bemoeien. De ruzie liep uit de hand, en Oedipus sloeg zijn vader dood, zonder dat hij wist dat het zijn vader was. Later trouwde Oedipus met de Koningin van Thebe, niet wetende dat hij hiermee zijn eigen moeder huwde. Zij kregen 3 kinderen.
De psychoanalyticus Freud heeft later het oedipuscomplex benoemd als een soms bij jongens tussen het 3de en 5de levensjaar voorkomend fenomeen dat zij verliefd worden op hun moeder of sterk naar hun moeder trekken, en dat zij tegelijkertijd hun vader gaan haten. Freud omschreef dit oedipuscomplex als een normaal fenomeen dat vanzelf weer overgaat en dat ook niet bij elke jongen optreedt.
Noot mb.t. Echidna: Echidna baarde meer Monsters, zo was zij ook de moeder van de Hydra (zie aldaar).

Silvanen zijn geestverschijningen uit de Keltische mythologie. Zij kunnen van Geest zichtbaar worden –als Fee- maar zij blijven altijd wat vaag en moeilijk waar te nemen. Silvanen dragen rode gewaden en worden als magneten toegetrokken naar alles wat de kleur rood heeft. Wanneer een Silvaan van Fee weer Geest wordt, verdwijnt ook haar rode gewaad: het wordt roze en vervolgens wit-transparant: de kleding verdwijnt in de geesteswereld samen met de Silvaan.
Silvanen vereren de Oud-Romeins God van Het Woud: Silvanus.

Sirenen zijn verleidsters: zij weten door hun schoonheid, hun gedrag en de intonatie van hun stem mannen naar zich toe te lokken als een femme fatale. Vervolgens zuigen zij die man emotioneel leeg: zij nemen zijn levenskracht in zich op waardoor de Sirene sterker wordt en de man zwakjes achterblijft. Toch zal de man –wanneer hij weer op krachten gekomen is- opnieuw door de Sirene worden aangetrokken. En zij zal hem opnieuw ‘leegzuigen’. Sirenen zijn aantrekkelijke vrouwen maar zij herbergen in zich hetzelfde gevaar als drugs: aantrekkelijk en verleidelijk, verslavend en schijnbaar onweerstaanbaar, terwijl het de gebruiker toch elke keer opnieuw met een leeg, koud en hol gevoel achterlaat.
Oorspronkelijk waren de Sirenen drie halfgodinnen uit de Griekse mythologie. Zij waren schitterende naakte vrouwen met lange volle haren, die de vleugels van een vogel hadden. Zij leefden in de buurt van Capri op door rotsen omgeven eilandjes in de zee en lokten schippers aan met hun onweerstaanbaar liefelijke en verleidelijke gezang. De schipper en zijn bemanning raakten bedwelmd door het stemgeluid der Sirenen en voelden een onbedwingbare lust in de richting van het zoetelijke geluid te varen. Dit had tot gevolg dat hun schip op de rotsen liep en zij allen stierven. Vervolgens werden hun lichamen letterlijk leeggezogen door de Sirenen.
Er kwam een einde aan de magische kracht van de Sirenen dankzij de Griekse held Odysseus; die kende de verhalen over deze vrouwen en wist hoe gevaarlijk het was in die contreien te varen. Toen hij dat toch een keer moest doen, vroeg hij advies aan Circe, Tovenares en Dochter van de Zon. Zij ried hem was in de oren van zijn bemanningsleden te stoppen zodat zij het verleidelijke gezang van de Sirenen niet zouden kunnen horen. Zichzelf moest hij aan de mast vast laten binden en zijn bemanningsleden moesten een plechtige eed zweren dat zij hem niet los zouden maken voor zij uit het gevaarlijke gebied der Sirenen gevaren waren.
Toen zij de eilandjes der Sirenen naderden, begon Odysseus hun toverachtig mooie en verleidelijke gezang te horen. De held begon te schreien en te kreunen en smeekte zijn mannen hem toch alsjeblieft los te maken. De mannen keken naar hem op en zagen zijn gezichtsuitdrukking, maar zij konden niet horen wat hij zei. Toen Odysseus merkte dat zijn smeekbeden aan dovemansoren waren gezegd, werd hij woest en in wilde razernij trachtte hij zichzelf los te rukken. Maar hij zat goed vast en het lukte hem niet. Spoedig daarop was het schip uit de hoorbare omgeving van de lokroep der Sirenen gekomen.
Dit was de eerste mislukking van de Sirenen en het ontnam hun gelijk hun magische kracht: de drie vrouwen met hun prachtige lichamen en vogelveren veranderden in rotsblokken. Men heeft nooit meer iets van ze gehoord.
Ons woord sirene (het geluidssignaal van politie, ambulance en brandweer in actie) stamt van de Sirenen. In de loop van de tijd is men het verleidelijke gezang van de Sirenen louter als gevaar gaan zien, als een alarmsignaal: wees op je hoede.
Sirenen onderscheiden zich van zeemeerminnen doordat Sirenen half vrouw, half vogel zijn. Zeemeerminnen zijn half vrouw, half vis. Harpijen ten slotte zijn half vrouw, half roofvogel.
Samengevat:
Sirene = een mooie vrouw met vleugels
Zeemeermin = een mooie vrouw met een vissenstaart
Harpij = een lelijke vrouw met het onderlichaam van een roofvogel

Sleipnir is een achtbenig paard dat voorkomt in de Noordse mythologie. Het is het snelste paard ter wereld en het kan ook zwemmen en vliegen. Sleipnir was het paard van de Noordse Oppergod Odin. In Germaanse landen heet Odin Wodan.
Sleipnir is een schimmel (een paard dat als veulen grijs is en met de jaren steeds witter wordt).

Een Slensj is een dun, eng en raar wezentje dat over plafonds kruipt. Slensjen zijn zeer behendig en snel, zij halen een topsnelheid van 45 kilometer per uur en kunnen door hun snelheid een mysterieuze indruk maken doordat zij in staat zijn zeer snel te verdwijnen. Iemand die een Slensj over het plafond ziet kruipen en twee tellen later weer naar het plafond kijkt, zal merken dat er niets te zien valt: de Slensj is snel weggekropen.
Slensjen zijn namelijk schuw als hagedissen (die een topsnelheid van 24 kilometer per uur halen) en kunnen menselijke aandacht voelen. Daar houden zij niet van dus wanneer zij menselijke ogen op zich gericht weten, verdwijnen zij als de wiedeweerga.
Slensjen hebben ogen in hun achterhoofd; wanneer zij over een plafond kruipen kunnen zij dus naar beneden kijken. Hun mond en hun slangachtig-lange tong zitten wel aan de voorkant.

Slensjen worden genoemd in ‘De Droom van Henri’, deel 1 van De Vliegende Kinderen Ontdekken De Wereldsteden, Kenmerk O1.

Slijns© zijn wonderbaarlijke, lange dunne wezentjes met sluffeltjes die er niet om liegen! De Slijns© beleven erotische avonturen in een surrealistische wereld; de erotiek van de Slijns© is grappig, niet romantisch. De meeste Slijns© slissen, misschien is het wel een soort kwijlen van geiligheid.
De Slijns© beleven hun avonturen (wel… avontuurtjes) onder het toeziend oog van De Alziende Magiër; die is vaak niet zo blij met hun verrichtingen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hijzelf toch ook dikwijls in een hotelkamertje waar een Slijn© dolle pret beleeft, naar binnen gluurt.
Slijns© komen voor in de Nieuwe Sprookjes met Kenmerk E.

Wie voor Spook wil spelen, drapeert een wit laken over zich heen en maakt er twee kijkgaten in. Dat wij een Spook op deze manier uit plegen te beelden, is niet voor niets zo. Spoken werden al in vroeger eeuwen waargenomen als vage gestalten, als schimmige wezens die wit oplichtten in het duister. Vaak nam men in realiteit lichtvlekken van de maan waar die door een venster naar binnen vielen of verschijningen die door het licht- en schaduwspel van kaarsen werden veroorzaakt, maar soms was er geen aannemelijke verklaring voor de verschijning die men zag te geven.
Spoken zijn vaak verbonden aan een huis of een kasteel. Alhoewel in Nederland enkele spookhuizen zijn te vinden, staan de meeste toch in Engeland, Schotland en Ierland. Ook Duitsland is enkele spookhuizen en –kastelen rijk: zo is er in Würzburg een spookhuis in de ongebruikelijke vorm van een klooster. Hier leefde vroeger een non die speciale kruiden door het eten van de andere zusters mengde, met als doel ze te betoveren. De non werd als Heks gezien en onthoofd waarna haar lichaam verbrand werd. De Geest van deze non spookt nog steeds door de zuilengalerijen van dit klooster.

Een Spook is vrijwel altijd de Geest van een in onvrede, haat of door geweld gestorven Mens. Drama’s die zich voltrokken in oude kastelen waar een man zijn vrouw vermoordde, of een vrouw haar kind, blijken levend in de herinnering te worden gehouden door de rusteloos ronddolende ziel van de vermoorde. Die vindt geen vrede met zijn dood en komt daarom de levenden lastigvallen.
Spoken zijn soms vaag zichtbaar –vooral ’s nachts-, het zijn dus geen Geestverschijningen (zie aldaar) die geen gestalte hebben en volledig onzichtbaar zijn. Spoken zijn doden die soms weer levend willen worden, om wraak te nemen op hun moordenaar bijvoorbeeld. Hiertoe zijn zij als roofdieren op zoek naar een prooi: een levend Mens, wiens lichaam zij kunnen overnemen, waardoor de levende sterft en de dode weer kan gaan leven. Het moment bij uitstek waarop dit mogelijk zou zijn is Halloween (31 oktober), omdat de lucht dan bijzonder ijl en vluchtig is en de levenden en de doden dichter bij elkaar staan dan men misschien wel zou wensen.
Maar Spoken trachten ook hun eigen lichaam te hervinden of zich op eigen kracht weer te materialiseren. Op de momenten waarop dit gebeurt, worden Spoken even zichtbaar voor Mensen: als een witte schim, of als een vage gestalte.
Soms ook kan men het Spook waarnemen als de Mens die hij was op het moment van het misdrijf. De vrouw die door haar man vermoord werd, manifesteert zich dan aan de bezoeker van het Spookkasteel als vrouw met een dolk door haar hart, de bloedvlekken duidelijk zichtbaar.
Toch zijn het altijd kortstondige momenten van zichtbaarheid: in een flits ziet de onschuldige bezoeker van een Spookkasteel de vermoorde vrouw met de dolk die haar man haar in het hart stak, maar een paar tellen later is de verschijning weer weg.
Ook kan de Spookverschijning helemaal niet zichtbaar worden als de Mens die hij eens was, maar wel zicht- of hoorbaar worden door zijn daden. Dan breekt er plotseling een vaas, zonder dat er iemand in de buurt was, of er wordt een spiegel gebroken in een vertrek zonder Mensen.
Het boe roepen dat een Spook doet, was oorspronkelijk niet een kortaf ‘BOE!’, maar een soort huilend geweeklaag, een langgerekt ‘boe-oe-oe-oeh’ waarbij de toonhoogte in golven op en neer ging. De bezoeker van een Spookkasteel die toevallig zo’n klaagzucht van een dode hoort, vertelt steevast dat deze boe-roep door merg en been gaat.

Een Succubus is de vrouwelijke tegenhanger van de Incubus (zie aldaar). De Succubus is een vrouwelijke Demon die seks heeft met een man tijdens diens slaap. Zij blijft meestal onzichtbaar maar weet door haar handelingen het zaad van een man te verkrijgen. Tijdens de handelingen van de Succubus droomt de man doorgaans dat hij verkracht wordt, wat in principe overeenkomt met de werkelijkheid, maar ontwaken doet hij niet.
De Succubus zou magische manieren weten om de man in slaap te houden zodat zij met hem kan doen wat haar belieft.

Suibhne Geilt was een heidense Ierse koning van lang geleden. Hij regeerde over de provincie Ulster. Toen hij op een ochtend het geluid van kerkklokken hoorde, keek hij achterdochtig uit zijn venster: men zou toch niet met de bouw van een kerk beginnen? En dan nog wel op zijn grondgebied! Het was het ergste wat hij zich kon voorstellen.
Maar Saint Ronan had inderdaad verordonneerd dat er een kerk gebouwd moest worden en Suibhne zag dat mensen bezig waren de kerkklokken van de wagens te halen. Hij werd hierover des duivels, trok snel een mantel aan en rende naar buiten. Zijn vrouw kwam hem achternagerend en probeerde hem tegen te houden waarbij ze aan zijn mantel trok zodat hij die verloor. Uiteindelijk kwam Suibhne halfnaakt bij de plek van de bouw aan.
Hij zag Ronan met een psalmboek in de hand, greep het en wierp het in het meer. Vervolgens begon hij Ronan weg te duwen, hem boos toeroepend dat hij op moest rotten met zijn vuile kerk! Ronan sprak toen een vloek over Suibhne uit: dat hij gedurende zeven jaren op een tak zou zitten als een vogel.
Een otter dook het psalmboek op; Ronan vond het de volgende dag aan de oever.
Enige tijd later waren Ronan en zijn discipelen doende heilig water te sprenkelen over de hoofden van de dorpelingen. Ronan besprenkelde ook het hoofd van Suibhne met wijwater. Die vatte dit op als een belediging, nam de kostbare wijwaterbak uit handen van Ronan en sloeg die aan stukken op een rots. Ten tweeden male vervloekte Ronan toen Suibhne Geilt: dat hij gedurende zeven jaren naakt zou zijn en als een vogel van tak tot tak zou springen.
Toen bij een volgende ontmoeting Suibhne zonder aanwijsbare reden woest werd op Ronan en zelfs zo razend dat het schuim hem op de lippen kwam te staan, wilde Ronan hem ten derden male vervloeken, maar hij hield zich in. Suibhne zei dat Ronan een wolf in schaapskleren was, dat hij zichzelf al enkele malen in een wolf had weten te veranderen en dat verscheidene schapen verdwenen waren omdat Ronan ze had opgegeten. Ronan was een weerwolf in de ogen van Suibhne en hij voerde aan dat hij niet de enige was die deze mening was toegedaan: ook de boerin Keban had zelf gezien dat Ronan zich in een wolf kon veranderen.
Hierop greep de uitzinnige Suibhne een speer, doodde een van de discipelen van Ronan en verwondde Ronan zelf. Ronan stortte ter aarde, hield zich niet langer in maar sprak ten derden male een vloek over Suibhne uit: dat hij waanzinnig zou worden, naakt zou zijn als een vogel, en gedurende zeven jaren achtervolgd zou worden door de beelden van onthoofde mensen en kadavers, en dat hij zou sterven door de speer.
Ronan herstelde en de vloek voltrok zich. Suibhne werd compleet krankzinnig, kleedde zich uit en ging als een vogel leven, van tak naar tak huppend, zich voedend met zaden en bessen.
Vaak hoorde men hem gillen vanuit de bomen, dan werd hij geteisterd door schrikbeelden van mensen zonder hoofd en van kadavers die hij voor zijn geestesoog zag zweven.
Uiteindelijk kreeg Ronan medelijden met Suibhne en hij zorgde ervoor dat Suibhne in Moling Luachra werd opgenomen. Moling Luachra was een christelijke gemeenschap en de priester die aan het hoofd ervan stond gaf de kokkin opdracht dagelijks melk te geven aan Suibhne. De kokkin deed dat, maar haar man die voor de gemeenschap als herder werkte, begon te vermoeden dat de twee een affaire hadden. Daarom nam hij een speer en doodde Suibhne. Zo werd de vloek van Ronan alsnog vervuld.
Suibhne leeft voort als Waanzinsgeest: een onsterfelijke Geestverschijning die Mensen gek tracht te maken of uit balans probeert te brengen.

Suyolak was een Tovenaar en Genezer die voorkomt in de verhalen van zigeuners. Omdat hij verbitterd raakte over de ontoereikendheid van kruiden en medicijnen en Mensen om zich heen zag sterven hoewel hij zijn best deed om ze te genezen, vorste hij net zolang tot hij alwetend werd en iedereen kon genezen. Deze unieke vaardigheid had hem echter wel vanbinnen leeggezogen: zijn van oorsprong vriendelijke karakter was verdwenen en hij werd een Zwarte Magiër, die vol haat en bitterheid zat. Zijn ziel was zo zwart geworden dat hij niets liever wenste dan de hele wereld te vernietigen.
Zijn tragiek was dus groot en schrijnend, want hoewel hij nu in staat was om elk Mens te genezen, deed hij niet anders dan Mensen haten en genas hij niemand. God vond dat Suyolak een te grote bedreiging vormde voor het voortbestaan van de wereld en bond hem vast aan een rots in het Duisterland.
Een Witte Magiër genaamd Qinou van wie gezegd wordt dat hij afstamt van de Griekse God van de Genezing Asklepios, kon niet leven met het idee dat de meest wijze geneesheer van de wereld zijn talenten niet in wilde zetten voor de genezing van Mensen.
Dus ging Qinou naar het Duisterland en zocht de rots waaraan Suyolak was vastgebonden op. Hij trachtte de Zwarte Magiër te overreden, maar die zag Qinou verveeld aan en zei dat er vóór hem al honderden artsen waren geweest die hetzelfde hadden geprobeerd. Hoe Qinou ook op Suyolak inpraatte, hij kreeg slechts sombere, negatieve antwoorden of zelfs scheldwoorden naar zijn hoofd geslingerd.
Qinou droop af maar de zaak liet hem niet los. Tijdens een droom zag hij twee amethisten voor zich zweven, een blauwe en een paarse. De volgende morgen wist hij gelijk wat hij moest doen. Hij ging op zoek naar een Zielenmagneet, die bestaat uit een blauwe en een paarse amethist en waarvan gezegd wordt dat die twee zielen kan doen samensmelten.
Toen hij een Zielenmagneet verworven had, toog hij opnieuw naar het Duisterland. Suyolak hing nog te slapen in zijn ketenen. Voor de Zwarte Magiër goed en wel had kunnen ontwaken, had Qinou hem in zijn pink (de vinger die in verbinding staat met het hart) geprikt en hem wat bloed afgenomen. Het bloed van de Zwarte Magiër liet hij op de blauwe amethist druppelen. Vervolgens deed hij hetzelfde bij zichzelf; zijn eigen bloed druppelde hij op de paarse amethist.
Suyolak was inmiddels klaarwakker geworden. “Wat doe je, jij uilskuiken? Heb jij soms een Zielenmagneet veroverd? Idioot die je d’r bent! Weet je niet hoe onbetrouwbaar die dingen zijn?”
“Deze niet,” weersprak Qinou Suyolak kalm, “Hij zal slechts onze zielen en harten, ons kunnen en onze vaardigheden samen doen smelten. Jij bent alwetend maar je hart is zwart en je doet niets nuttigs met je kennis. Ik daarentegen heb een goed hart en ik ben vriendelijk en liefdevol, maar ik weet nog niet een vijftiende van wat jij weet. Door de Zielenmagneet zullen wij versmelten en één worden. Zo zullen wij niet meer alwetend zijn en niet ieder Mens kunnen helen, maar wij zullen het wel willen. En dan bereiken wij tenminste íets goeds in de wereld.”
Qinou was nog niet uitgesproken of de twee amethisten versmolten tot één. Één donkerblauwe amethist met paarse, rode en gouden reflecties. God had toegezien en brak de ketenen van Suyolak. De Zwarte Magiër en de Witte Magiër vielen elkaar in de armen, er brak een onweer los en de twee werden getroffen door de bliksem. Toen het onweer voorbij was, zag men een stofwolk op de plek waar de twee waren gestorven. Uit deze stofwolk herrees een nieuwe man, ontstaan uit de beide Magiërs.
Hij ging de wereld in, men noemde hem Magiër-Medicus en hij genas vele Mensen. Zijn kennis was groot maar niet alomvattend en soms stierven Mensen onder zijn handen. Maar hij accepteerde dat zoals iedereen moet accepteren dat de dood hoort bij het leven. En hij ging vol goede moed verder met zijn genezende werk. De Mensen noemden hem Raphaël-Adelfried, want Raphaël betekent ‘God heeft genezen’ en Adelfried beduidt ‘Beschermer van de mensheid’.
{meer over de Zielenmagneet valt te lezen onder Pseudo-fenomenen}

Sylfen zijn Luchtgeesten. Zij zijn onzichtbaar omdat zij één zijn met hun element: de lucht. Sylfen werden voor het eerst beschreven door de Zwitserse alchemist en astroloog Paracelsus, die leefde rond 1500.
Later vormden Sylfen (Sylphen) een inspiratiebron voor het ballet. Zo ontstonden er balletten over ‘Sylphiden’. Twee balletten werden hierover gemaakt: Les Sylphides, een dromerig ballet met muziek van Frédéric Chopin, georkestreerd door Alexander Glazoenow en in de choreografie van Michel Fokine, en La Sylphide: een romantisch ballet in de choreografie van Filippo Taglioni.

Een Thauwer (soms ook denigrerend Thauwertje genoemd) is een gevallen Tovenaar. Een Thauwer bedrijft de Grijze, niet de Witte Magie en vervalt soms zelfs van kwaad tot erger waardoor hij de Zwarte Magie gaat beoefenen. Thauwers worden door De Raad Van Wijze Tovenaars verstoten omdat zij zich niet in overeenstemming met hun heilige ambt gedroegen en Mensen of Dieren pijn en leed berokkenden. Een vrouwelijke Thauwer heet een Toveres (zie aldaar).

Tovenaars zijn heilig, omdat ze hun kennis en Toverkunst inzetten om Mensen te helen of plezier te bereiden. Tovenaars kunnen Mensen van ziektes genezen, ze kunnen psychische stoornissen doen smelten als sneeuw voor de zon en ze zijn in staat ongelukken te voorzien en door hun magische krachten te voorkomen.
Tovenaars bedrijven dus de Witte Magie en Tovenaars die zich hier niet aan houden, worden door De Raad Van Wijze Tovenaars ogenblikkelijk uit hun ambt gezet: zij moeten hun Toverstaf inleveren (deze wordt verbrand waardoor hij alle magische kracht verliest) en De Eed van Afzwering afleggen. Bovendien wordt de Tovenaar gestraft (hij moet veertig jaar alleen in een grot verblijven) en hij wordt hierop volgend voortdurend in de gaten gehouden door de Magische Ogen der andere Tovenaars. Hij krijgt ook geen tweede kans, hiervoor vindt De Raad Van Wijze Tovenaars het vergrijp te ernstig.
Een Tovenaar is iets groter dan een volwassen man, doorgaans zo’n 2 meter twintig lang, hij draagt een gewijde Tovermantel die vaak paars, blauw of zwart is en waarop dikwijls gele of witte sterren zijn geborduurd. Hij heeft een zeer lange, in een spitse punt eindigende Toverhoed en een Toverstaf. Het wil nogal eens voorkomen dat Tovenaars een zeer lange baard hebben.
Er zijn ook vrouwelijke Tovenaars, zij heten Tovenaressen. Er bestaan ook Toveressen (zie aldaar).
Iedere Tovenaar of Tovenares heeft een eigen (persoonlijk) Toverboek, waarin hij zelf ontdekte Toverspreuken noteert, maar ook aantekeningen maakt over welke Magie wel of niet goed uitpakte. Want ook Tovenaars begaan vergissingen, alleen zijn zij wel zo wijs om alleen fouten te maken in het oefenstadium: nooit en te nimmer zal een Tovenaar zich vergissen op een moment dat het erop aankomt.
Voorts bezit elke Tovenaar Het Opalen Boek van Toverheil, waarin de grondslagen van de Tovenarij staan en miljoenen door de eeuwen heen verzamelde Toverspreuken. Een belangrijk deel van dit Opalen Boek van Toverheil gaat over alchemie, kruiden, reflexologie, astrologie, aura’s en esoterie.
Alleen De Raad Van Wijze Tovenaars beschikt ook over De Toverboeken van De Geschiedenis, De Toverboeken van Het Heden, De Toverboeken van Het Onbekende Heden en De Toverboeken van De Toekomst. De Raad heeft tevens zeer veel boeken in bezit die over het leven in andere dimensies handelt. Zo komt het dat De Raad Van Wijze Tovenaars eigenaar is van een onvoorstelbaar uitgebreide bibliotheek die circa 85 biljard boeken, geschriften en perkamentrollen omvat. Ter vergelijking: de OBA in Amsterdam (de centrale bibliotheek naast het Centraal Station) bezit 1,7 miljoen boeken, terwijl de grootste bibliotheek ter wereld (The Library of Congress, Washington D.C. in de Verenigde Staten) 150 miljoen boeken bezit.
In cijfers:
Centrale Bibliotheek Amsterdam: 1.700.000
The Library of Congress: 150.000.000
Bibliotheek van De Raad Van Wijze Tovenaars: 85.000.000.000.000.000
De Toverboeken van Het Onbekende Heden gaan over alles wat niet door Mensen waargenomen kan worden, maar wat wel hier en nu plaatsvindt. Hierin vindt men ook de gedachten van Mensen, zelfs als die Mens zich niet bewust is van zijn eigen gedachten (dus niet weet wat hij denkt over een bepaald thema of zijn eigen gedachten erover verdrongen heeft).
Tovenaars kennen een eigen dimensie en een eigen aarde (de Tovenaarsaarde); in hun eigen wereld zijn zij niet waarneembaar voor Mensen; toch profiteren Mensen dan vaak van hun handelingen en Witte Magie. Maar Tovenaars kunnen ons ook bezoeken (zichtbaar of in de onzichtbaar-modus). Wanneer zij zichtbaar zijn, zullen zij hun kleding doorgaans aanpassen aan de onze zodat zij niet heel erg opvallen.
Naar schatting ontstond de Tovenaarsaarde zo’n 45 triljoen jaar geleden; de eerste Tovenaars leefden waarschijnlijk al 5 miljard jaar geleden. Deze lange tijdsspanne verklaart hoe het kan dat Tovenaars zoveel kennis hebben vergaard en wijsheid hebben verkregen. Deze kennis en wijsheid zou dan geleid hebben tot het verwerven van magische inzichten en het kunnen toveren.
Tovenaars worden ook wel Magiërs genoemd. In het Engels is een Tovenaar een Wizard en in het Duits een Zauberer.
Tovenaars komen voor in de Nieuwe Sprookjes met de volgende Kenmerken: B14, B18, B19, B20, B26, B27, B33, B34, B40, B41, B49, B63, B65, D3, H2/3, H3/3, H25/3 en H27/1.

Een Tovenares is een vrouwelijke Tovenaar. Tovenaressen zijn iets kleiner dan een Tovenaar maar in vergelijking met een Mensenvrouw toch rijzig van gestalte, doorgaans tussen de 1.90 meter en de 2 meter lang. Tovenaressen zijn evenals Tovenaars heilig en beoefenen de Witte Magie. Zij zijn erg belangrijk in de Tovenaarswereld en zij worden door de Tovenaars ook zeer gerespecteerd en bijzonder hoog geacht. Vaak weten Tovenaressen raad in moeilijke en complexe situaties waar meer fijnzinnige oplossingen van node zijn, die door Tovenaars niet zo gemakkelijk (of zelfs helemaal niet) bedacht konden worden. Ook zijn Tovenaressen zeer bedreven in het bereiden van genezende kruidenpasta’s (Toverpasta’s) en het bedenken van nieuwe recepten om zieke Mensen en dieren te helen.

Een Toveres of Thauwrès is een gevallen Tovenares, haar mannelijke tegenhanger heet Thauwer (zie aldaar). Toveressen worden soms denigrerend Thauwrèsjes genoemd, zij bedrijven de Grijze, soms de Zwarte Magie. Toveressen worden door De Raad Van Wijze Tovenaars uit hun ambt gezet, omdat zij slechte daden begingen en Mens of Dier pijn deden.
Uit wrok over het feit dat zij oneervol uit het Tovenaarsambt is gezet, vervalt een Toveres dikwijls van kwaad tot erger. Vaak duurt het slechts een jaar of twee en dan beginnen Thauwrèssen zich in gezelschap van Heksen te vertonen; door hun omgang met Heksen groeien zij in het kwaad.

Trollen zijn erg grote, lelijke Wezens die gevaarlijk kunnen zijn. Zij komen van oudsher voor in Scandinavië. Trollen hebben een woest uiterlijk, zij zijn sterk behaard en hebben een grote dikke neus. Sommige Trollen hebben een knuppel bij zich. De meeste Trollen zijn langer dan 2 meter.
In principe zullen Trollen een Mens met rust laten, wanneer die Mens hetzelfde doet. Maar wie een Trol uitdaagt, of gaat sarren en pesten, die is zijn leven niet meer zeker. Trollen eten Mensen in zo’n geval soms op.
Trollen verblijven in de duisterste uithoeken van de Noordse wouden, want zij kunnen zonlicht niet verdragen: dan paralyseren zij en worden ze een stenen standbeeld van zichzelf. Omdat ook andere Trollen dit niet ongedaan kunnen maken, mijden alle Trollen zonlicht.
Ook het geluid van kerkklokken kunnen Trollen niet verdragen: zij beginnen dan te trillen over hun hele lichaam en raken in shock.
Er zijn Bergtrollen, Woud- of Bostrollen, Grottrollen en Grondtrollen. Grondtrollen leven onder de grond en zien derhalve helemaal nooit een straaltje licht. Voorts bestaan er nog Nukken, dit zijn Trollen die bij en in het water leven.
De Koning van de Bostrollen is Koning Einar, zijn zoon is Trol Raborsjan. Over Trol Raborsjan wordt verhaald in Toversprookje met Kenmerk B12.
Noot: met internet-trollen worden pestkoppen op het internet bedoeld. Zij proberen mensen kwaad te krijgen of te irriteren.

Een Vampier is iemand die het bloed van Mensen drinkt om te kunnen overleven.
Op het moment dat een Vampier bloed nodig heeft, zal hij een slachtoffer uitzoeken, vaak een jonge vrouw. De Vampier zal zich vooroverbuigen en net doen of hij de jonge vrouw gaat kussen. In werkelijkheid bijt hij haar in haar hals, waardoor zij gaat bloeden; dit bloed drinkt de Vampier dan gulzig op.
Vlak voor de vampierbeet beginnen de hoektanden van de Vampier langer te worden, ook kunnen zijn handpalmen op dat moment harig worden zoals de poten van een wolf. Verder neemt zijn donkere energie enorm toe, waardoor de vrouw zich als verlamd gaat voelen en geen weerstand of verzet kan bieden: zij raakt bedwelmd door de Zwarte Magie van de Vampier.
De gebetene wordt vervolgens zelf ook Vampier.
Vampieren leven eeuwig, zolang ze Mensenbloed blijven drinken, maar hun leven is eerder een straf dan een zegen, want geluk kennen zij niet.
Vampieren hebben een misleidend nobel voorkomen, zij zijn vaak van aristocratischen huize en zij worden pas ’s nachts actief. Traditioneel kunnen Vampieren niet tegen knoflook, niet tegen het heilige kruis van de christelijke kerk en niet tegen zilver.
De bekendste Vampier is Graaf Dracula. Hij bewoont een oud kasteel in de Karpaten (een hooggebergte in Midden-Europa). Graaf Dracula werd bedacht door Bram Stoker, die in 1897 het boek ‘Dracula’ schreef.
Vampieren komen voor in de Nieuwe Sprookjes met Kenmerk B36, H4 en H31/1.
Er bestaat ook Modern Vampirisme, dit is het fenomeen waarbij een Mens energie steelt van een ander Mens: hem ‘leegzuigt’. (zie Psychologische Fenomenen, Modern Vampirisme)

Vleermuismensen zijn Mensen met een vleermuiskop; ze zijn zeer gewelddadig. Je kunt ze niet doden met moderne wapens als pistolen: houwelen en messen werken beter. De Vleermuismensen leven in Gnêh-dal (Enge-Mensenland) dat geregeerd wordt door Keizer Grûwsh.
Net als echte vleermuizen kunnen Vleermuismensen ondersteboven aan het plafond hangen. Op deze manier zijn ze in staat alles en iedereen goed in de gaten te houden zonder zelf gezien te worden. De tenen van Vleermuismensen zijn helemaal kromgegroeid waardoor ze makkelijk houvast vinden wanneer ze op hun kop hangen.

De Vuurvogel of Firebird komt voor in Russische Sprookjes. Het is een grote vogel met vuurkleurige veren en ogen als edelstenen. De Vuurvogel lijkt op de Feniks: zij is in staat de dood te overwinnen en kent slechts één angst: opgesloten te worden in een kooi en zo haar vrijheid te verliezen.
Componist Igor Stravinsky schreef meesterlijke balletmuziek geïnspireerd op dit thema, genaamd ‘L’oiseau de feu’: De Vuurvogel. Dit stuk wordt ook vaak als concertstuk uitgevoerd.

Wasjáma’s zijn kleine Sprookjeswezentjes die kunnen vliegen. Ze lijken op libellen en ze zijn vriendelijk en muzikaal. De Zomprosjen zijn hun vrienden en de Wasjáma’s worden net als de Zomprosjen geregeerd door Koning Zomprosj.
Wasjáma’s komen voor in De Tuin van De Eeuwige Nacht, Kenmerk TE.

Een Weerwolf is een Mens die zich in een wolf kan veranderen. Meestal gaat het om mannen, die ’s nachts bij volle maan deze pijnlijke metamorfose ondergaan. De metamorfose kan zelf opgeroepen (vrijwillig) zijn of gedwongen, maar pijnlijk is zij altijd.
Het geloof in Weerwolven is zeer oud. Reeds de Griekse geschiedschrijver Herodotos verhaalt in zijn Historiën over Weerwolven. Herodotos beschrijft hoe de Neuren –een stam die ten noordoosten van het oude Scythië leefde- elk jaar in wolven metamorfoseerden en dat gedurende enkele dagen. Erna werden zij weer Mens.
In de middeleeuwen kwam het tot processen tegen vermeende Weerwolven. Deze processen leken op de processen die tegen Heksen waren gericht, alleen ging het hier om mannen, dikwijls boeren of herders die ervan verdacht werden Weerwolf te zijn. De meest vreselijke aantijgingen werden hun voor de voeten geworpen: zij zouden Mensen verscheurd en opgegeten hebben, soms ook dieren. Sporadisch werden zij ook van verkrachting beschuldigd.
Er zou een link kunnen zijn tussen rabiës (hondsdolheid) en Weerwolven. Ook wolven kunnen lijden aan hondsdolheid. Zij worden dan gevaarlijk voor Mensen en bijten hen ook. De gebeten Mens raakt hierdoor niet alleen geïnfecteerd met het rabiësvirus, maar krijgt ook positieve eigenschappen van de wolf mee. Zo worden zijn zintuigen scherper: hij begint geuren waar te nemen die alleen wolven kunnen ruiken en hij hoort het gefluister van een kind op honderd meter afstand.
Hondsdolheid komt in Nederland niet meer voor, maar veroorzaakte in de jaren ‘60 van de 20ste eeuw nogal wat paniek. Verscheidene gevallen van rabiës bij honden leidden tot enkele doden: kinderen werden door een hondsdolle hond gebeten en stierven kort daarop. De politie schoot vervolgens alle loslopende honden dood.
Over Weerwolven zijn talrijke films gemaakt, zoals ‘Wolf’ met Jack Nicholson, ‘Blood and Chocolate’ met Agnes Bruckner en ‘An American Werewolf in London’ uit 1981.
Weerwolven worden ook wel Manwolven of Wolfmensen genoemd. Het woord ‘weer’ in Weerwolf komt van het Oudgermaanse ‘wair’ dat man betekent.

Een Zeemeermin –ook wel kortweg Meermin genoemd- is een Sprookjeswezen dat half vrouw, half vis is: een vrouw met een vissenstaart.
Zeemeerminnen zijn meestal vriendelijk en mooi om te zien.
Hans Christian Andersen schreef er in 1834 een Sprookje over: De Kleine Zeemeermin. Dit verhaal werd door de Walt Disney Studio’s verfilmd in 1989.
Er bestaan ook real life mermaids, een uit Amerika en Australië naar Nederland overgewaaid fenomeen. Real life mermaids zijn attractieve jonge vrouwen die shows geven als Zeemeermin, in een zwembad of op het droge.

Een Zombie is net als een Vampier een ondode. Zombies zijn teruggekomen doden. Zij worden door anderen teruggehaald: door middel van voodoo-praktijken of magisch geëxperimenteer herrijzen zij uit de dood. Zombies worden doorgaans afgebeeld als ziekelijke, angstaanjagende wezens, die agressief lijken maar in werkelijkheid nogal traag van begrip zijn en sloom reageren.
Er bestaat ook Modern Zombie-isme. (zie Psychologische Fenomenen, Modern Zombie-isme)
Verschil tussen Zombie en Vampier:
In de moderne opvatting is een Vampier iemand die energie van anderen steelt en hierdoor blijft leven. Een Zombie is van zichzelf geheel en al leeg en doods en tracht dus in de huid van een ander te kruipen om te overleven. Een Zombie heeft geen eigen gevoelens, maar is voor zijn voortbestaan volledig afhankelijk van het emotionele leven van anderen.
Door een Vampier stroomt dus meer eigen levenskracht dan door een Zombie. Vandaar dat een Vampier ook wel een ‘bloedzuiger’ wordt genoemd en een Zombie een ‘levend lijk’.

Zomprosjen zijn lieve kleine Sprookjeswezentjes –niet groter dan een libel-; ze scheren over water, lachen zachtjes en kunnen met elkaar converseren. Zomprosjen zijn vervuld van Heilig-zachte en Zuiver-stille Sprookjes-energie, die oorspronkelijk voor een deel afkomstig is van de Nimfen. Zij worden geregeerd door Koning Zomprosj.
Zomprosjen zijn zogenaamde ‘helpende energieën’: zij helpen Mensen die hierom vragen energetisch en vibrationeel. Zo bieden Zomprosjen bescherming en veiligheid aan Mensen; ook lenigen zij de nood van Mensen. Voorwaarde is wel dat het gaat om Mensen die het goede voor hebben en niet andere Mensen benadelen.
Zomprosjen komen voor in De Tuin van De Eeuwige Nacht, Kenmerk TE.